Ben Okri: ‘Ik ben opgegroeid met jongens die geesten zagen’

‘Binnen een week zul je je afvragen of dit gesprek wel echt heeft plaatsgevonden. Of het geen droom is geweest.’ Ben Okri (50) zegt het met een uitgestreken gezicht. Het interview met de Brits-Nigeriaanse successchrijver is bijwijlen inderdaad hallucinant. Al blijft de man zelf altijd met beide benen op de grond. Maar of die Europees of Afrikaans is, daar zijn we nog niet uit.

  • Brecht Goris Ben Okri Brecht Goris

Hotelpersoneel sjouwt minutenlang stoelen en tafels aan en zet ze gehaast enkele meters bij ons vandaan neer, alsof ze ons niet opmerken. Zweet parelt op hun gezicht, terwijl ze koortsachtig hun ballet uitvoeren. Buiten valt de regen met bakken naar beneden. Die middag zal de Dorpsstraat van Bertem veranderen in een kolkende stroom.

Optimist

De stoelendans in het hotel waar ik Ben Okri interview, een van Afrika’s belangrijkste nog levende schrijvers, heeft veel weg van een scène uit het toneelstuk Les Chaises van Eugène Ionesco, waarin stoelen worden aangesleept voor ingebeelde gasten, die nooit komen opdagen. Dit stuk voert het publiek mee in een schijnwereld waar alle zingeving ontbreekt. Op het einde komt een personage de pointe van het stuk uitleggen, maar de acteur is doofstom en kan dus niet anders dan zwijgen.

De laatste bundel van Ben Okri is schatplichtig aan dit soort absurd theater uit de jaren zestig. Maar Okri’s visie op mens en wereld is een stuk vrolijker dan die van Ionesco of Samuel Beckett. ‘Wij mensen zullen altijd rebelleren. Wij zullen altijd het tegendeel willen bewijzen. Wij zullen altijd opwerpen wat ons ter discussie stelt. Wij zullen onszelf altijd verbazen en verwonderen. Je mag de mens met nog zoveel touwen knevelen, hem grenzen opleggen en er politieagenten en geweren rond zetten, hij zal altijd een manier vinden om de boel omver te werpen.’

Straatjochie

Ben Okri werd op 15 maart 1959 geboren in Nigeria. Zijn ouders emigreerden naar Groot-Brittannië toen hij amper anderhalf jaar oud, en keerden terug toen hij zeven was. De jonge snaak groeide op in het getto van Lagos, tijdens de Biafra-oorlog (naar schatting 500.000 tot 2 miljoen doden), zag moord en verdriet en doorstond de ontberingen van een straatloper en de pesterijen van de middelbare school. Zijn Nigeriaanse jeugd was een vuurproef, waar de gevoelige Okri naar eigen zeggen sterker is uitgekomen.

Tegelijk pikte hij van kindsbeen af de Afrikaanse verteltraditie op, door andere kinderen te overklassen met zelf verzonnen verhalen. Nu nog is die traditie een belangrijk onderdeel van Okri’s werk. Zo is zijn roman Starbook Okri’s vervolg op een verhaal dat zijn mama ooit begon te vertellen en nooit heeft kunnen afmaken. ‘Wij houden van verhalen omdat ze ons het gevoel geven dat “ons” verhaal niet zo vast ligt als het lijkt. Het feit dat een verhaal de werkelijkheid kan evenaren, wijst erop dat die werkelijkheid rekbaar is en dat ze opengebroken kan worden. Met andere woorden: het leven dat wij leiden, hoeft niet het enige leven te zijn. Er zijn zoveel noten en zoveel octaven die overeenstemmen met het leven dat wij leven.’

Balling

Okri’s vader had uit Groot-Brittannië behalve zijn diploma rechten ook een boekenkast meegenomen met klassieke auteurs zoals Shakespeare, Ibsen en Dickens. Amper acht of negen jaar oud las Okri Plato’s Dialogen, en algauw verslond hij de hele westerse canon van denkers en schrijvers. Vandaag woont Okri in Londen, samen met een kunstschilderes, maar zijn bekendste romanpersonage, Azaro, groeide ook op in Nigeria, tijdens de onafhankelijkheidsstrijd.

Azaro is een geestenkind of abiku. Hij staat met één been in de wereld van de geesten en ondervindt tegelijk aan den lijve hoe wreed en corrupt het ‘nieuwe’ Nigeria wel is. Vanwege zijn kritiek op de corruptie in Nigeria, de oneerlijke verdeling van de rijkdom, de frauduleuze verkiezingen stond Okri naar eigen zeggen ooit op een dodenlijst. Het was vertrekken of sterven. ‘Ik vestig daar liever geen aandacht op, omdat ik mijzelf niet beschouw als een voornamelijk politiek auteur of een activist. Als ik een dokter was, zou ik geen voetspecialist zijn, die enkel maar bezig is met de voet. Ik ben geïnteresseerd in de hele menselijke persoon, in al zijn aspecten.’

Abiku

In 1991 won De hongerende weg, het eerste boek van de Azaro-trilogie, de prestigieuze Booker Prize. Recensenten noemden Okri algauw een ‘magisch realist’, omdat zijn realistische schets van het straatarme en corrupte Nigeria doorspekt was met de hallucinerende visioenen van Azaro. Luiheid vanwege de critici, knort Okri. ‘Je zegt toch ook niet over een paard: iets met vier poten en een staart! Zo beschrijf je geen paard. Of: het loopt hard! Zo beschrijf je geen paard. Een echte kunstenaar houdt niet van etiketten. Wat hij wil uitdrukken is zo complex en tegelijk zo simpel dat geen etiket het beschrijven kan.’

Bovendien is die geestenwereld op zich niet zo magisch. Voor menig Nigeriaan maakt het geestenrijk deel uit van de dagelijkse realiteit. ‘Het komt erop neer of je ziet dat er meer is in het leven dan wat zich aan het oog vertoont. Dat aspect is eigen aan de Afrikaanse traditie en ik heb daar voeling mee. Ik zie het! Misschien komt het doordat ik opgegroeid ben met jongens die geesten zagen. Dat was toen heel normaal. Het werd pas verrassend op latere leeftijd, toen ik ontdekte dat andere mensen dat raar vonden.’

Utopist

De reden waarom Okri het belangrijk vindt het ‘onzichtbare’ een plek te geven, is omdat het ons leven en onze maatschappij verrijkt. Noem hem gerust een utopist, zoals de Vlaamse ‘Universiteit van het algemeen belang’, die Okri in mei een eredoctoraat gaf, ‘in de utopia’. ‘In onze overmatig praktische en realistische tijden, waar alles berekenbaar, efficiënt en rendabel is, hebben we behoefte aan meer utopisch denken. Wij creëren de wereld, wij geven vorm aan onze maatschappij volgens hoe we haar definiëren.

Als je de wereld louter definieert in termen van wat het oog kan zien, dan geef je vaste antwoorden, dan creëer je vooruitgang in een bepaalde richting, je traint kinderen op een welbepaalde manier, door ze geheugenoefeningen te geven, je dwingt ze dit of dat te doen. Wanneer je ruimte laat voor het onzichtbare, dan vorm je ook wel de wereld, maar je laat plekken open, je geeft ruimte aan het onbekende. Je laat mensen spelen en op ontdekking gaan.’

Okri is een idealist. In zijn werk wil hij een onbenoembare emotie of dito concept vatten in woorden, al weet hij op voorhand dat hij daarin hopeloos zal falen, omdat geen enkele taal perfect kan verwoorden wat zich in zijn hoofd en hart heeft vastgebeten. ‘Kon ik met mijn hand in mijn brein reiken, ik zou het idee er gewoon uithalen en het aan de wereld schenken. Dat zou pas volmaakt zijn!’

Kameleon

Ben Okri is een schalkse, guitige man, die zijn toehoorders graag plaagt en hun opvattingen op losse schroeven zet. Tegelijk zegt hij niet te genieten van zijn eigen werk. ‘Beethoven genoot minder van zijn eigen muziek dan wij, omdat zijn muziek een deel van hem was. Ze droeg al zijn wonden in zich, zijn pijn en lijden, zijn hechtingen, zijn littekens en al wat het vergt om het ineen te passen. Aan elk kunstwerk hangt een navelstreng vast.’

Ook Ben Okri’s huidige woonplaats maakt hem niet overmatig gelukkig. ‘Londen is de beste plek om te schrijven, maar in Afrika is het fijner wonen.’ Alleen valt er in Nigeria in één dag zoveel te beleven dat Okri daar niet de aandrang zou voelen ook maar iets op papier te zetten. ‘Er staan te veel ervaringen in de weg, zodat je de stilte niet vindt om te schrijven. Of de tijd. Als je even snel schrijft als je dingen beleeft, dan kan je geen zin geven aan wat je ziet. Het is alsof je zij aan zij loopt met een paard. Je moet een paard van alle kanten bekijken om het te kunnen beschrijven.’

Predikant

Wanneer Okri voorleest uit eigen werk, ondergaat hij een ware gedaanteverwisseling. Anders zo zacht en bedaard, klinkt zijn stem plots luid en imposant. Wie de ogen sluit, ziet niet langer een nog jeugdige intellectueel, met ringbaardje en kort kroeshaar, maar een imposante wijze, met de sérieux van een ziener en de gedrevenheid van een predikant.

Precies zo wordt hij een andere man zodra hij voet op Afrikaanse bodem zet. ‘Als ik in Nigeria ben, kruip ik uit mijn dwangbuis. In Nigeria komen alle aspecten van mijn persoonlijkheid tot bloei. Het nadeel is belemmering. In Afrika hebben we echt behoefte aan meer vorm, meer structuur, meer ambacht, meer discipline. In het Westen moeten we losser durven te zijn, vrijer, onze boord en onze das afdoen. Een huwelijk tussen beide werelden zou perfect zijn.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift