Bergoglio: de man die verkoos te zwijgen

Maradona, Messi en nu…Bergoglio. Alle drie zijn ze Argentijn. Alle drie zijn van Italiaanse afkomst. Alle drie zijn ze katholiek. Alle drie spelen ze in de frontlinie, in eerste klasse. Alle drie zijn ze peronisten -alhoewel.  Julio Saquero Lois, ex-jezuïet uit Argentinië, is niet echt gelukkig met de topbenoeming van zijn vroegere baas. Daarvoor weegt de geschiedenis te zwaar.

Het Colegio Máximo is een grimmig bakstenen gebouw van verschillende verdiepingen, in de omgeving van San Miguel, in de periferie van Buenos Aires.  In dit vormingscentrum van de jezuïeten in Argentinië bracht Jorge Bergoglio, de Argentijnse kardinaal die zojuist tot Paus is gezalfd met de naam van Franciscus I, zijn noviciaat door. In de jaren zestig werd dit college omgevormd tot een filosofisch en theologisch centrum van het hoogste niveau, met een ploeg van excellente professoren en een stevig academisch prestige dat het te danken had aan degelijk onderzoek, publicaties, congressen en debatten, waardoor het de crème van de progressieve geestelijkheid en leken van de Latijns-Amerikaanse kerk aantrok.

In de omgeving van het Colegio Máximo stroomden ook andere religieuze gemeenschappen toe, aangetrokken door dezelfde interesse en de openheid voor leken. Die konden deelnemen aan de studies Theologie en Filosofie die deel uitmaakten van het veeleisende jezuïetencurriculum van de afdeling van de Universiteit van Salvador, die in die tijd daar gevestigd was.

Elk jaar was er aan het Colegio Máximo een Latijns-Amerikaanse Culturele Week waaraan historici, theologen, bijbeldeskundigen, filosofen, antropologen, sociologen, economen, schrijvers en kunstenaars van het hele continent deel namen. Samen vormden ze een onuitgegeven en onevenaarbaar creatief landschap omwille van hun rijkdom en hun openheid. Uit die debatten en ontmoetingen ontstaan in de jaren 70 de eerste kiemen van de bevrijdingstheologie, de Latijns-Amerikaanse filosofie van de bevrijding, en diverse concepten van de toenmalige politieke revolutionaire beweging in Zuid-Amerika.

Van bevrijding naar verdwijning

De laatste jaren van mijn studies, terwijl ik aan mijn licenciaatsthesis voor filosofie werkte, zette ik mijn eerste stappen als hulpdocent van het seminarie met lessen over Hegel. Ik had onder mijn studenten twee seminaristen Assumptionisten die in de wijk La Manuelita woonden, op enkele straten van het Máximo, met name Carlos Di Pietro en Raúl Rodríguez. Toen ze bij verschillende geplande ontmoetingen niet kwamen opdagen, begon ik me zorgen te maken over hun afwezigheid. Ik vroeg naar hen bij de verantwoordelijke van het postgraduaat, de jezuïet Juan Carlos Scannone. ‘Ze zullen niet meer komen’, antwoordde hij. ‘Ze werden uit hun huis ontvoerd en men weet niets over hen.’  Carlos en Raúl, studenten van de Faculteit van San Miguel van de jezuïetenorde, werden opgepakt en verdwenen op 4 juli 1976.  Hun namen prijken nog steeds in de campagnes die met de slogan Nooit Meer blijven herinneren aan de dictatuur van Jorge Videla.

In die tijd, in volle dictatuur, waren ontvoeringen en verdwijningen schering en inslag. Sergio G., met een Italiaanse nationaliteit en student filosofie, was bediende in het centrum voor astronomie dat deel uitmaakt van het jezuïetencomplex. Ook hij werd ontvoerd en gefolterd en nadien weer vrij geladen en naar Italië verbannen. Ook de priesters Jalic en Jorio, twee jezuïeten die in de armenwijken in Buenos Aires werkten, werden ontvoerd, gefolterd en moesten het land verlaten. De catechisten die met hen werden ontvoerd,figureren onder de vermisten van de dictatuur.

Zwijgen als beleid

In 1976 nam ik deel aan de paasviering in de kapel van het Colegio Máximo. Die kapel was een aangenaam gebouw, met witte muren, heel eenvoudig,  in een mediterrane stijl die doet denken aan de architectuur van de Spaanse kust. Ik herinner me niet meer de naam van de priester die toen de mis deed. Maar ik zal nooit de vreselijke woorden vergeten waarmee hij “deze judassen” veroordeelde, “die onze religieuze orde en de Kerk verraden door zich achter het verzet te scharen”. Met die woorden verwees hij naar de twee priesters die uit de jezuïetenorde waren gezet door de Hogere Provinciaal, Jorge Bergoglio. Ze werden ervan beschuldigd te behoren tot een dissidente pastorale en politieke lijn (de bevrijdingstheologie) en enkele dagen later werden ze gearresteerd en gefolterd door de militairen.

 Ik heb toen de viering heel diep geëmotioneerd en verontwaardigd verlaten en mezelf voorgenomen nooit nog een voet te zetten op die plek. Ik twijfelde geen moment aan de medeplichtigheid van het bestuur van de jezuïeten en van het nationale episcopaat met de dictatuur. Het is een goede deal voor de hiërarchie: ze kunnen zich op die manier, tegen een schappelijke prijs, ontdoen van geestelijken en de leken die niet in het gareel lopen. De militairen zouden een mooie schoonmaak organiseren. En Bergoglio maakte mooie vorderingen in zijn kerkelijke carrière.

Toen ik in januari 1977, in ballingschap in Europa, naar de Universiteit van Freiburg in Duitsland reisde om mijn vroegere professor Juan Carlos Scannone te bezoeken  — Scannone was in die jaren theologisch raadgever voor de Argentijnse bisschoppenconferentie-  had ik een dossier meegenomen dat opgemaakt was door Ada D’Alessandro, die ook in ballingschap was. Ik overhandigde hem het dossier, nadat ik hem had uitgelegd waarover het ging. We hadden gehoopt dat hij het zou bezorgen aan zijn superieur, Jorge Bergoglio en aan het Argentijnse episcopaat. Ik heb er nooit meer iets van gehoord.

Ada maakte zoals ik toen deel uit van de beweging van Foucauld. Ze werkte in die tijd met bisschop Riobé, in de Pauselijke Commissie Rechtvaardigheid en Vrede. Ze had een uitermate belangrijke documentatie bijgehouden over de schendingen van de mensenrechten en vooral over de methode van gedwongen verdwijningen, die in de Argentijnse dictatuur gebruikt werd. Juan Carlos Scannone keek verbijsterd. “We wisten wel iets in die zin, maar niet dat het op die schaal gebeurde”, zei hij. Toen ik hem vroeg waarom de Argentijnse Kerk, als ze wist wat er gebeurde, de misdaden niet aankloeg en het moorden deed stoppen, antwoordde hij me letterlijk: “Onze methode, die van de jezuïeten, die van de bisschoppen, om levens te redden, is de dialoog te behouden, en te zwijgen…”  

Gesloten vensters, gesloten rangen

Twee bisschoppen vonden de dood onder de repressie van de dictatuur,  bisschop Enrique Angelleli en Carlos Ponce de León, honderden priesters, religieuzen, seminaristen, en duizenden geëngageerde christenen. Maar er is geen enkele collectieve pastorale brief gekomen van het Argentijnse episcopaat om de vervolging te veroordelen of om de verantwoordelijken van deze misdaden uit de kerk te zetten, zoals Mignone in zijn boek “Kerk en Dictatuur” becommentarieert.
Wanneer ik acht jaar later naar mijn vaderland terugkeer, midden de jaren tachtig, zijn de veranderingen opmerkelijk. Zowel in het land als in de Kerk. Een grijs, uiterst conservatief deken heeft de ramen, die het Tweede Vaticaans concilie opengegooid had om de frisse lentelucht in de Kerk haar werk te laten doen, weer afgedekt. Over de bevrijdingstheologie en het politieke engagement met de armen wordt niet meer gesproken.

In de boekenwinkels van Buenos Aires, of in de publieke bibliotheken is geen exemplaar meer te vinden van de boeken van bevrijdingstheologen of -pedagogen zoals Paulo Freire, Enrique Dussel of Arturo Paoli. Op de Faculteit van Filosofie van de Universiteit van El Salvador is er niet een van de vroegere professoren overgebleven. Jorge Bergoglio, de Provinciaal van de jezuïeten, had allemaal mensen van zijn “Ijzeren Wachters” benoemd, van de extreem rechtse vleugel van het peronisme, om de leidinggevende posten van de Universiteit en de leerstoelen filosofie in goede banen te leiden, om zo op één lijn te zitten met het discours van de ultraconservatieve paus Johannes Paulus II.

Het afgelopen decennium overheerst in de Argentijnse Kerk, met Bergoglio als primaat en kardinaal, de geur van Opus Dei en van “Communio e Liberazzione”. De beweging groeit en bloeit. De bisschoppen die in de plaats gekomen zijn van Angelleli, Ponce de León, Devoto, De Nevares en anderen, zijn conservatieven. De geestelijken die gedreven worden door een voorkeursoptie voor de armen en de bevrijdingstheologie, vormen een kleine minderheid die geweerd wordt. De publicatie van teksten die kritisch staan ten aanzien van het officiële discours, wordt niet toegelaten. De boeken van Arturo Paoli, Ernesto Cardenal of Leonardo Boff verkrijgen geen “nihil obstat” van de kardinaal van Buenos Aires en primaat van de Kerk, Jorge Bergoglio, en op die manier worden die nooit heruitgegeven.

Paus van het volk?

Het is heel moeilijk om die nieuwe paus voor te stellen in overeenstemming met de politieke volksbewegingen van Latijns-Amerika. Heel moeilijk om ons die voor te stellen in Caracas bij de begrafenis van Hugo Chávez. Of dat hij in gesprek zou gaan met Lula, Evo Morales, Pepe Mugica, Raúl Castro of Nestor Kirchner  om op voet van gelijkheid ideeën uit te wisselen.  

Bergoglio: een Latijns-Amerikaan, ja. Maar een van de andere kant van de barricade. In het grijs en in stilte zag men hem rondlopen zoals om het even welke stadsbewoner, in de straten en op de tram, eenvoudig en echt als iemand van hier. Maar ook op die plaatsen houdt rechts zich schuil.

Kardinaal Jorge Bergoglio, die enkele maanden geleden ook op de tribunalen van het Argentijnse gerecht verscheen om te getuigen over de vermeende medeplichtigheid tegen de misdaden tegen de menselijkheid tijdens de dictatuur van de jaren zeventig, is tot paus gezalfd! Welke een verrassingen heeft het leven allemaal in petto, en welke een mysteries houdt de Kerk verborgen!

Het is ook heel verwonderlijk dat het ex-hoofd van de Argentijnse jezuïeten de naam Franciscus heeft gekozen als beschermengel van zijn pontificaat. Toen ik enkele maanden geleden het gelaat van deze arme heilige wou ontdekken in de basiliek van Sint Petrus in Rome, kon ik het nergens vinden. Ze vertelden me dat Franciscus achter het hoofdaltaar stond, achter het graf van Sint Petrus. Maar tot daar mocht ik niet komen.

Julio Saquero Lois, El Pedregoso, 14 de marzo de 2013

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift