Is biologische landbouw een optie voor het zuiden?

De kloof tussen Noord en Zuid duikt steeds weer op, ook in het verhaal van de biologische landbouw. Welgestelde consumenten in het Noorden kunnen zich dure biogroenten veroorloven, maar kan het Zuiden zich wel voeden als het zou overschakelen op biolandbouw?
Een jonge, Kanaakse vrouw duwde de blaren van de hoog opgeschoten planten weg en voor mij lag de onmetelijke blauwheid van de Stille Oceaan. We stonden op het zuidelijke puntje van Nieuw-Caledonië, in een bos dat ook een veld was. Dag in dag uit zwoegden Nelly Pawawi en haar moeder hier om yamswortels te planten, te verzorgen en te oogsten. In de verre omtrek was geen zak kunstmest of bus pesticide te bespeuren. De teelt was zo natuurlijk als de appelteelt in het aards paradijs. Toch zijn deze twee vrouwen niet terug te vinden in de statistieken die bioboeren tellen. Hun yamswortels figureren ook niet in de cijfers die aangeven hoeveel ton biologisch geteeld voedsel jaarlijks geproduceerd worden. Het veldje in Touaourou valt onder de categorie traditionele landbouw, de producten worden niet gecertificeerd en er is geen markt in Europa voor yamswortels. Quantité négligable dus.

HET MONOPOLIE OP DE TERM

Het belang inschatten van biologische landbouw voor het Zuiden is een heikele aangelegenheid. Er is een gebrek aan cijfermateriaal en er is een wereldwijde verwarring over termen, normen en standaarden. Toch lijkt het veilig om te zeggen dat de biologische landbouw -gedefinieerd naar Europese maatstaven- ook in het Zuiden met een stevige opmars bezig is. De IFOAM (International Federation of Organic Agricultural Movements) startte in 1972 met vijf leden in drie landen, maar heeft momenteel meer dan 750 leden in 107 landen. Indien alle kleine boeren die zonder chemische inputs aan overlevingslandbouw doen, meegeteld zouden worden, dan zou de wereldwijde oppervlakte aan biologisch bewerkte landbouwgrond zeker een meervoud zijn van de huidige, erkende 7 miljoen hectare. Deze traditionele landbouwers, zegt Nadia Scialabba van de FAO, zijn ‘biologisch bij gebrek aan middelen om voor andere alternatieven te kiezen’. Dat maakt hun praktijk niet minder ecologisch, integendeel: zij produceren noodgedwongen buiten het internationale marktsysteem en dragen dus ook niet bij tot de vervuiling door transport. Biologische koffie uit Mexico of biologische bananen uit Costa Rica worden wel met boten of vliegtuigen naar Europa of de VS verscheept. Het overgrote deel van de biologische teelten in het Zuiden volgen de weg van die koffie en bananen.

De vraag in het Noorden naar bio is sterk beginnen stijgen op hetzelfde moment dat de wereldhandel in landbouwproducten geliberaliseerd werd en er dus grote druk ontstond op de landbouwsector om markt- en exportgericht te denken. Die toevallig gelijktijdigheid heeft van de markt vandaag de sterkste stimulans voor bio gemaakt, maar of dat goed nieuws is voor de boeren uit het Zuiden, is niet zo zeker. Niets is immers zo labiel als de verlangens van de westerse consument.

ANGST VOOR HONGER

Het landbouwbeleid in het Zuiden zou zich minder moeten richten op de wankele vraag uit het Noorden en meer op de blijvende problemen in eigen omgeving. Honger en ondervoeding treffen immers nog steeds honderden miljoenen mensen.Wie hoogstens één maaltijd per dag op zijn bord krijgt, vraagt zich niet meteen af of die rijst wel biologisch geteeld is. Zijn of haar vraag is: ‘Wanneer krijg ik voldoende te eten?’ De agro-industrie heeft van het relatieve voedseltekort een argument gemaakt om haar productiewijze -en meteen het invoeren van genetisch gemanipuleerde gewassen- te verdedigen. Nochtans is iedereen het erover eens dat honger meestal niet veroorzaakt wordt door een gebrek aan landbouwopbrengsten, maar door armoede. Een landbouw die steeds meer commercieel en globaal opereert, verzorgt de behoeften van consumenten met koopkracht en negeert de noden van de massa’s Afrikanen en Aziaten die buiten de geldeconomie vallen.

Toch is de vraag, of biologische landbouw wel in staat zal zijn om de groeiende wereldbevolking te voeden, onvermijdelijk. Professor S.K. Sinha van het Indian Agricultural Research Institute zegt dat hij daar niet in gelooft: ‘Biologische landbouw is een leuk idee, maar aartsmoeilijk om in praktijk te brengen. Voor landen die hun graanbehoeften makkelijk kunnen voldoen, is biologische voeding een optie. Wij, in India, kunnen ons die keuze niet permitteren.’ De Groene Revolutie van de jaren zeventig, met haar massale inbreng van kunstmest, pesticides en hybriede variëteiten, laat zich in India nog steeds erg voelen. Boeren die willen omschakelen naar biologische teelt, moeten dat in India melden bij het ministerie van Handel, terwijl het ministerie van Landbouw verzuimt om de nodige ondersteuning te geven, ook al is het daar eigenlijk toe verplicht. De opinie van professor Sinha wordt echter in meer landen gedeeld. Diego Uriarte, een Paraguayaanse partner van Oxfam-Wereldwinkels en betrokken bij coöperaties die biosuiker exporteren meldt in een e-mail : ‘Ik ben het eens met de stelling van Sinha. Het is namelijk heel wat makkelijker om biologisch te produceren in gematigde of koudere klimaten dan in tropische of subtropische. De normen die vandaag gehanteerd worden zijn geschikt voor bepaalde streken en niet voor andere.’

HARDE CIJFERS

De vrees voor de terugkeer van hongersnoden is begrijpelijk, maar onterecht. Recent onderzoek toont aan dat biologische landbouwmethodes in het Zuiden zelfs op korte termijn productiever zijn dan de industriële aanpak die overal gepromoot wordt. Een Chinees onderzoek leerde dat de monocultuur van rijst 18 procent minder opbrengst gaf én massaal veel pesticides vereistte. Minder inkomsten en meer uitgaven dus, bezwaarlijk het recept om de voedselzekerheid van de kleine boeren te vergroten. In Kenya werd een onderzoek uitgevoerd over vier jaar en het eindresultaat toonde dat de biologische teelt een stuk beter scoorde dan de conventionele, chemische landbouw zowel op het vlak van de opbrengst van mais, als van de gemaakte winsten en de financiële opbrengst per arbeidsdag. Jules Pretty van de Essex University toonde aan dat boeren in India, Kenya, Brazilië, Guatemala en Honduras er in geslaagd zijn hun oogsten te verdubbelen of te verdriedubbelen door over te schakelen op biologische of semi-biologische methodes. Dit soort onderzoeksresultaten leidt de Britse academicus George Monbiot tot de conclusie: ‘We zijn bedrogen. Traditionele landbouwmethodes zijn overal ter wereld verdrongen, niet omdat ze minder productief zouden zijn maar net omdat ze betere resultaten gaven. Biologische landbouw wordt voorgesteld als de vijand van de vooruitgang om de simpele reden dat je er geen monopolie op kunt bouwen. Elke boer in elke uithoek van de aarde kan deze manier van boeren gebruiken, zonder de hulp van multinationele bedrijven.’ Hongerige mensen kunnen dus beter wedden op biologische teeltwijzen dan te wachten tot de zegeningen van de agro-industrie ook hun erf bereiken.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3195   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur