Birma is schadelijk voor de gezondheid

Al meer dan veertig jaar bezetten de generaals de politieke macht in Birma. De meerderheid van de inwoners slaagt er met moeite in de zelfgemaakte touwtjes aan elkaar te knopen, terwijl een groot deel van het staatsbudget naar het leger en de strijd tegen echte en vermeende opstandelingen gaat. Fotojournalist Daniel Pepper trok met rugzakdokters de Thaise grens over en bezocht de dorpen en vluchtelingen in het oosten van Birma. De politieke en militaire repressie zorgt er voor schrijnende armoede en groeiende gezondheidsrisico’s, niet enkel voor de Birmanen.
‘Wij zijn vluchtelingen’, zegt Saw Peter, de leider van een van de vluchtelingenkampen op de Thaise grens. ‘Wij hebben geen behoefte aan politiek, wij willen enkel eten.’ Omwille van de landmijnen in en rond de rijstvelden, is het voor veel boeren ook zonder militair offensief onmogelijk geworden om te overleven in hun dorpen. Zo’n 1250 vluchtelingen verblijven nu in dit kamp, dat zich uitgebreid heeft tot aan de oever van de Salween rivier, de grens tussen Thailand en Birma. De hele trage namiddag lang hoor je het hakken van messen die de pas aangevoerde bamboe op maat brengen voor alweer nieuwe huizen, voor alweer nieuwe vluchtelingen.
Pa Pwe leunt op zijn versleten houten kruk. Hij hinkt van het bamboe platform van zijn broer naar de hut die hij en zijn vrouw nu hun huis noemen. De snel in elkaar gezette woning -jonge bamboe, een groot vel plastic over het dak- staat op paaltjes, één meter boven de grond, onderaan een heuvel. Hier proberen honderden gevluchte dorpelingen een nieuw leven op te bouwen. Hun regering heeft weer eens geprobeerd hen over de kling te jagen, ze hebben niets kunnen redden dan hun eigen leven.
Zijn vrouw zit stilletjes in de zinderende voormiddaghitte. Zij heeft geen woord meer gesproken sinds in 2002 een landmijn haar echtgenoot verminkte. Saw Pa Pwe’s broer en vier anderen hadden een volle dag en nacht nodig om hem naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis te dragen. Hij windt er geen doekjes om: ‘Zij willen ons martelen en de regio destabiliseren.’ Zij, dat is het verzamelvoornaamwoord voor de militaire junta, het leger en hun kompanen. ‘Ik weet niet meer waarheen we nog kunnen vluchten. Ik heb geen hoop meer voor de toekomst.’
Waarom blijven ze telkens opnieuw vluchten? Waarom leggen ze zich niet neer bij de heerschappij van het leger? ‘Omdat een leven onder hun controle betekent dat je dwangarbeid moet verrichten’, zegt schoonzuster Naw Pi Thoo, die drie van haar zeven kinderen verloor aan ziektes in deze van malaria vergeven heuvels. ‘Ze gebruiken gewone mensen om landmijnen op te ruimen en ze dwingen vrouwen en kinderen om militair materieel te transporteren.’

Het leger blijft op post


Het Birmaanse leger heeft dit najaar in het oosten van het land een offensief gelanceerd tegen de etnische minderheidsgroep de Karen. Het is het zwaarste offensief in jaren, daarover zijn hulpverleners in Thailand het eens. Volgens de Thai Burma Border Coalition waren er in september al 18.000 interne vluchtelingen als gevolg van het militaire geweld. De humanitaire crisis in Birma -door de militairen in 1988 herdoopt tot Myanmar- krijgt stilaan de internationale aandacht die ze verdient. De VN Veiligheidsraad plaatste de toestand in Birma op zijn permanente agenda, ondanks verzet van Rusland en China, de grootste handelspartner van Birma.
‘Het is de voorbije tien jaar standaard militaire strategie geweest om de hele burgerbevolking onder de directe controle van het leger te brengen door dwangarbeid en inlichtingenwerk’, zegt van Kevin Heppner van de Karen Human Rights Group. ‘De dorpelingen verzetten zich al jaren tegen die strategie. Zij willen niet onder de laars van de militairen leven en ontvluchten meestal hun dorp voordat het leger arriveert. Ze zijn dan wel op zichzelf aangewezen, aangezien er zo goed als geen hulp doorsijpelt tot in het oerwoud.’ Meestal trekt het leger zich terug tijdens het regenseizoen, maar dit jaar kregen de soldaten orders om door te vechten. Ze bivakkeren in de dorpen, waardoor het voor de dorpelingen onmogelijk is om terug te keren of om hun spullen op te halen.

Dramatisch gezondheidsrapport


Er is niet erg veel geweten over de levensstandaard in het oosten van Birma. Een uitzonderlijk rapport van het Back Pack Health Worker Team -een medische ngo die te voet gezondheidszorg en medicijnen tot bij dorpelingen en vluchtelingen in het oerwoud brengt- maakt echter duidelijk dat zich onder het groene lover een van de ergste humanitaire crisissen ter wereld voltrekt. Uit Chronic Emergency blijkt dat het totale gebrek aan gezondheidszorg, gecombineerd met systematische mensenrechtenschendingen, resulteert in sterftecijfers die vergelijkbaar zijn met die in Angola, Congo of Sierra Leone.
Een derde van de geïnterviewde gezinnen had te maken gehad met dwangarbeid en een kwart van hen maakte melding van confiscatie of vernietiging van hun oogst. ‘Het is ons niet om politieke actie te doen, maar als gezondheidswerkers kunnen we niet anders dan naar de bredere context kijken’, zegt mede-auteur dr. Cynthia Maung. Zij leidt het Mae Tao ziekenhuis op de Thais-Birmaanse grens, waar vorig jaar zo’n 45.000 patiënten passeerden. Met de rugzakkenteams denkt ze dat zo’n 150.000 mensen geholpen worden -op een geschat totaal 500.000 interne vluchtelingen in Oost-Birma.
‘Er is geen begeleiding en geen medische kennis in de regio. Medicijnen worden daardoor vaak foutief gebruikt, met een toenemende resistentie voor malaria- en tb-medicijnen tot gevolg’, zegt Voravit Suwanvanichkij, een dokter die verbonden is aan de Johns Hopkins Universiteit en die ook meewerkte aan Chronic Emergency.

Met de rug naar de wereld


Birma is gezegend met vruchtbare grond, uitzonderlijk veel teakbossen, tal van edelstenen en aardgas. Het land was dan ook ooit een van de rijkste landen van Zuidoost-Azië. De militairen hielpen dat potentieel eigenhandig om zeep en sinds jaren lopen er ook economische sancties tegen Birma, onder andere vanwege het voortdurende huisarrest van Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi. Om de VN-Veiligheidsraad tot handelen te bewegen, was echter meer nodig dan decennia onafgebroken repressie. Wat uiteindelijk de bal aan het rollen bracht, was het feit dat Birma zich ontwikkeld heeft tot een regionale bedreiging door de ongecontroleerde verspreiding van hiv, drugs en wapens en door de onophoudelijke stroom vluchtelingen die het land verlaten. Zelfs de buren uit de Association of Southeast-Asian Nations (ASEAN) lieten daardoor hun traditionele terughoudendheid varen en steunden het voorstel om Birma harder aan te pakken.
Of die internationale aanpak indruk maakt op de generaals is onzeker. Het lijkt er eerder op dat het regime verder terugplooit op zichzelf, in plaats van stilaan meer openheid tegenover de buitenwereld te vertonen. Dat blijkt onder andere uit de verplaatsing van de hoofdstad naar Pyinmana, 320 km ten noorden van de vroegere hoofdstad Rangoon. ‘Die stad is niet ontworpen om te functioneren’, zegt een westerse diplomaat in Rangoon. ‘Ze is gemaakt om te isoleren. Het land keert zich met de rug naar de wereld.’ De militaire regering controleert telefoongesprekken, vraagt de eigenaars van internetcafés zo nu en dan screenshots te maken van de sites die door hun klanten bezocht worden en censureert websites zoals hotmail, gmail en alle sites die te maken hebben met activisme ten voordele van democratie in Birma. Mobiele telefoons zijn gereserveerd voor militairen of wie nauwe relaties onderhoudt met de hoge legerleiding, of voor degenen die zich 3000 dollar voor een aansluiting kunnen permitteren.

Vreemde zakenpartners


Birma is echter bijlange niet zo geïsoleerd als je zou denken. India en China kijken allebei reikhalzend naar de aardgasvelden, die uitgebaat worden door het Zuid-Koreaanse Daewoo. De Birmaanse generaals hopen dat die energiewinning over de komende 20 jaar tussen 12 en 17 miljard dollar zal opbrengen. ‘De enige manier om in Birma zaken te doen, is door het vertrouwen en de gunsten te winnen van de junta -een zakenpartner die berucht is om zijn nukkigheid en hoge eisen’, zegt Matthew Smith van Earth Rights International, een internationale milieu- en mensenrechtenorganisatie. ‘Zelfs wie geen rekening houdt met mensenrechten of politiek, moet beseffen dat de hogere legerleiding vaak beslissingen neemt op basis van obscuur bijgeloof. Niet echt een zakenpartner waarop je kan rekenen.’
Niet alleen Daewoo is bereid de risico’s te nemen die samenhangen met investeringen in Birma. Ook Total en Unocal (nu Chevron) schrokken er in de jaren negentig niet voor terug zaken om te doen met de militairen. Er ligt nu wel een resolutie tegen Birma voor bij de VN Veiligheidsraad, maar dat die de energiedeals kan tegenhouden, is erg onwaarschijnlijk. Zeker nu India en China zo wanhopig op zoek zijn naar gas en olie om hun groeicijfers te voeden.
‘Waarvoor denken die bedrijven dat hun investeringen dienen?’, vraagt David Mathieson van Human Rights Watch in Thailand zich af. ‘Het geld gaat niet naar onderwijs of gezondheidszorg. Het gaat wél naar het leger dat er zich meer gesofisticeerde bevel- en controlecentra mee koopt om op die manier de bevolking beter en langer onder controle te houden.’
Reageer via info@mo.be

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3195   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift