Birmese opiumboeren bouwen met Chinese hulp nieuw bestaan op

Met een schoffel haalt de 37-jarige Parse de grond
open op een helling ten zuiden van zijn dorp, in het hinterland van de
Birmese deelstaat Shan, vlakbij de grens met China. Een maand geleden
oogstte de bruingebrande Parse hier nog bananen, nu plant hij pindanoten,
want die zijn lucratiever. Even verder staat staat een theepot, een emmer
kleverige rijst en een jachtgeweer. Niet dat hij er hier al veel mee heeft
geschoten. Een gewoonte uit de bergen, zegt Parse.


De familie van Parse, etnische Aini’s, leefde eeuwenlang van de opiumteelt
in het bergachtige gebied aan de grens met de Chinese district Menghai.
Zeven jaar geleden zei Parse met tegenzin zijn papaverplanten vaarwel en
kwam hij in het golvende gebied van Mengla bananen, pindanoten en rijst
kweken. Zesduizend opiumboeren hebben met de steun van China een nieuwe
bestaan opgebouwd in Birma, Laos en Thailand.

Zoals Parse zijn er honderden families in Mengla, de hoofdplaats van wat
sinds 1989 het Vierde Bijzondere District van de oostelijke deelstaat Shan
heet. Het district is 5.000 kilometer groot en telt 75.000 inwoners. Ruim
tien jaar leverden de 1.099 hectaren papavervelden in de streek jaarlijks
9.800 kilogram opium op.

In 1991 stak de lokale regering de heroïneverwerkingsfabriek in Mengla in
brand en startte een intensieve campagne om de bergboeren te doen
overschakelen. Sindsdien is de opiumteelt bijna verdwenen. Eind 2001 werd
in het zuiden van het district 4,7 hectare papaver aangetroffen en
vernietigd. Sinds 1998 worden elk jaar samen met ambtenaren van het Chinese
Menghai-district inspectierondes georganiseerd.

De Chinezen bieden ook technische landbouwsteun om de boeren alternatieven
te bieden. In 1991 startte en project met hybride rijst, wat vorig jaar een
oogst van 20,1 miljoen kilo opleverde. Tien jaar geleden moest Mengla nog
voor 1 miljoen yuan (120.480 dollar) graan invoeren uit China. Het Chinese
landbouwbureau van Menghai hielp ook bij de introductie van thee,
suikeriet, rubberbomen, mango’s en watermeloenen. In totaal werd 2,4
miljoen yuan (289.000 euro) geïnvesteerd in landbouw en 10 miljoen yuan
(1,2 miljoen euro) in het wegennet.

Mengla profileert zich verder als een toeristische bestemming en kreeg
sinds 1996 350.000 gasten over de vloer, de meesten dagjesmensen uit China.
Op een nabijgelegen heuvel werden een gouden pagode en een
antidrugsmuseum opgetrokken. Hotels, casino’s en nachtclubs proberen
toeristen te lokken met Chinese uithangborden.

Toch heeft het bijzonder District ook al de nadelen van een markteconomie
mogen ervaren. Bij gebrek aan lokale vraag moesten de boeren 4.500 ton
watermeloen onder de prijs in China gaan verkopen. Een investering van 3,6
miljoen dollar in een suikerraffinaderij dreigt waardeloos te worden omdat
het buurland met een probleem van overproductie zit.

Directeur Cao Hongqjang van het Chinese landbouwbureau voelt zich een
beetje schuldig omdat hij voor Mengla geen suikerquotum kon garanderen,
maar probeert het goed te maken met een quotum voor rubberimport. Dankzij
de alternatieve teelten is immers de opiumtrafiek naar China zo goed als
opgedroogd. We moeten de mensen van het district betere
ontwikkelingsmogelijkheden geven, want door hen te helpen, helpen we
onszelf, zegt Cao.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift