Blijven dweilen met de kraan open in de Sahel?

Het haalt de media nauwelijks. In de Sahel-band -met name in Mauritanië, Mali, Burkina Faso, Niger, Tsjaad- dreigen meer dan 1 miljoen kinderen te sterven door ondervoeding. Alleen al in Tsjaad waar ik enkele dagen geleden op missie was, schat UNICEF dat 127.000 kinderen zwaar of matig ondervoed zijn en voor hun overleving dringend nood hebben aan hulp. De humanitaire crisis in de Sahel verdient om verscheidene redenen onze bijzondere aandacht.

  • Associated Press/Reporters Een moeder met haar zoontje van twee wacht voor een onderzoek naar tekenen van ondervoeding in Barrah, in de Sahelregio in Tsjaad, 20 april 2012. In april alleen al werden in Tsjaad 13.006 kinderen in ambulante voedingscentra aangeboden, tegen 5.200 kinderen op hetzelfde tijdstip van het jaar vorig jaar en 2.400 in 2010. Associated Press/Reporters

Natuurlijk in de eerste plaats om ethisch-humanitaire redenen. Het is niet aanvaardbaar om kinderen te laten sterven aan ondervoeding en complicaties die ermee gepaard gaan, zoals diarree en acute infecties van de luchtwegen, als de middelen om die sterfte te voorkomen gekend zijn, hun deugdelijkheid bewezen hebben en bovendien weinig kosten.

Therapeutische melk en Plumpynut – een pindapasta verrijkt met vitamines en mineralen- kosten enkele eurocenten en kunnen op enkele uren tijd het leven van een kind redden. Zonder hulp heeft een zwaar ondervoed kind met complicaties één kans op vijf om te sterven binnen de week. Indien hulp tijdig aangeboden wordt, is de kans op herstel en genezing nagenoeg verzekerd.

Vandaag komt het er in de Sahel op aan om de hulpverlening op te drijven om zo alle ondervoede kinderen te kunnen bereiken. In Tsjaad kan vandaag maar de helft van alle ondervoede kinderen opgevangen worden bij gebrek aan middelen. En dat terwijl hun aantal nog nooit zo groot is geweest. In april alleen al werden in Tsjaad 13.006 kinderen in ambulante voedingscentra aangeboden, tegen 5.200 kinderen op hetzelfde tijdstip van het jaar vorig jaar en 2.400 in 2010. Verwacht wordt dat het aantal ondervoede kinderen nog verder zal stijgen tot in september wanneer de eerste oogsten worden verwacht. Een humanitaire crisis zonder voorgaande kondigt zich dus aan in de Sahel. Snel meer hulp bieden is letterlijk van levensbelang.

Media-aandacht

De Sahelcrisis leert ons nog iets anders. Zonder een grote en blijvende media-aandacht in de donorlanden, blijft de noodzakelijke solidariteit achterwege, alle studies, statistieken en waarschuwingen ten spijt. UNICEF kreeg tot op heden slechts 60% van de noden voor zijn hulpverlening toegekend van de donoren. Een niet onbelangrijk deel daarvan betreft trouwens engagementen waarvan het geld nog niet beschikbaar werd gesteld.

Donaties van het publiek voor de Sahelcrisis blijven schromelijk achterwege. De onzekerheid die bij de mensen leeft door de economische crisis zit er ongetwijfeld ook voor iets tussen. Sommigen verwijzen naar een zekere donormoeheid. De recente golf van solidariteit voor grote crisissen in de Hoorn van Afrika, Pakistan en Haïti bewijst echter dat de mensen wel degelijk bereid zijn tot solidariteit met diegenen die in nood zijn. Wat nu vooral ontbreekt in het geval van de Sahel, is een blijvende aandacht in de media.

Klimaat

De crisis in Sahel is ongetwijfeld ook een indicatie voor wat ons in de toekomst nog meer te wachten staat: grote humanitaire rampen ten gevolge van de klimaatveranderingen. Adam Acyl, met zijn tachtig jaar de oudste man van Ambalbase, een Saheldorp op 450 km ten oosten van Ndjamena, de hoofdstad van Tsjaad, laat er geen twijfel over bestaan. Doorheen de jaren zijn door de toenemende droogte steeds meer groenten- en fruitsoorten in zijn dorp schaars geworden of zelfs verdwenen. De inwoners in zijn dorp moeten vandaag zien te overleven met enkele schamele, uitgemergelde geitjes, sorghum, pindanoten, sesam en een beetje bonen.

Als de streek getroffen wordt door extra droogte of een krekelplaag, zoals dat het geval was in de streek van Ambalbase in het voorbije najaar, dan zijn de gevolgen niet te overzien: een nooit geziene opstoot van matige en zware ondervoeding bij kinderen. Meer westwaarts in Tsjaad zijn de gevolgen van de klimaatverandering nog duidelijker zichtbaar. Het Tsjaad-meer, ooit het tweede grootste zoetwaterreservoir op het Afrikaanse continent, is in 20 jaar tijd met 90% gekrompen. Willen we niet elk jaar opnieuw in de Sahel met een catastrofe geconfronteerd worden, dan zullen we duurzame oplossingen moeten uitwerken om de impact van de klimaatveranderingen op het leven van de bevolking te beperken.

Water- en landbouwbeleid

Een langetermijnvisie en een duurzaam beleid op het vlak van het waterbeheer en het landbouwbeleid zijn daarbij een must. Dat veronderstelt verantwoordelijkheidszin en goed beheer in hoofde van de beleidsmakers zowel op centraal als op regionaal en lokaal niveau.

In Tsjaad viel enkele dagen geleden de eerste regen. Hoe ironisch ook, onmiddellijk ontstaan grote waterstromen die het dorre landschap in enkele uren overstromen, de wegen onberijdbaar en vele dorpen onbereikbaar maken. Mijn terugkeer enkele dagen geleden uit Mongo naar N’Djamena -iets meer dan 500 kilometer- nam daardoor meer dan 9 uur in beslag in plaats van de normale 5 uur. Al het water gaat bij gebrek aan een doeltreffend waterbeheer nagenoeg onmiddellijk verloren. Van enige vorm van duurzame irrigatie is geen sprake.

Humanitaire noodhulp is vandaag dringend nodig om de kindersterfte door ondervoeding te voorkomen, maar tegelijk moeten de overheden in de Sahellanden structurele maatregelen nemen om te vermijden dat het elk jaar alleen maar erger wordt en nog meer humanitaire noodhulp aangerukt moet worden.

Neoliberalisme

Op macroniveau bekeken, bevestigt de Sahelcrisis hoe fundamenteel onrechtvaardig de economische krachten en systemen functioneren.

Op weg naar Tsjaad las ik in de recente editie van New African/Le magazine de l’Afrique (mei-juni 2012) een interview met Jean Ziegler, voormalig rapporteur van de Verenigde Naties voor voeding. Zijn analyse is vernietigend voor de grote multinationale voedingsconcerns en het ongebreidelde neoliberalisme dat de wereld vandaag in zijn greep houdt.

Ziegler citeert daarbij het voorbeeld van Haïti. Haïti is veruit het meest armtierige land van Latijns-Amerika en op twee na het armste land ter wereld. Rijst is er het basisvoedsel. Vroeger beschermden douanetarieven de Haïtiaanse rijsttelers. Haïti produceerde genoeg rijst voor de eigen voedselvoorziening. Onder druk van het internationaal neoliberalisme werd de bescherming van de eigen productie opgeheven. De zwaar gesubsidieerde Amerikaanse rijst heeft de markt in Haïti overspoeld en de lokale rijstproductie tot een minimum herleid. De prijs van de Amerikaanse rijst is ondertussen sterk gestegen en onbetaalbaar geworden voor vele Haïtiaanse families.

De kinderen in Haïti leven vandaag in een permanente staat van ondervoeding. Een gelijkaardige analyse kan gemaakt worden in de Sahel, waar de lokale markt de concurrentie met de zwaar gesubsidieerde Europese landbouwproducten niet aan kan. Jean Ziegler besluit zijn analyse dan ook met het veelbetekende ‘la faim est faite de main d’homme; elle peut être éliminée par les hommes.

Vandaag sterven kinderen in de Sahel door honger en ondervoeding. Daar kunnen en moeten we een eind aan maken. Vandaag eerder dan morgen! Tegelijk moeten we de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de structurele fenomenen die de ondervoeding en honger in de hand werken, op een duurzame wijze aangepakt worden. Niemand wil dweilen met de kraan open.

Yves Willemot is Algemeen directeur van UNICEF België. De standpunten ingenomen in dit artikel zijn persoonlijk en geven niet noodzakelijk het standpunt van UNICEF weer.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift