Bloedbad van Osh blijft Kirgizische kinderen achtervolgen

Het etnische geweld dat twee jaar geleden het leven kostte aan meer dan vierhonderd mensen in de Kirgizische stad Osh, blijft er de kinderen achtervolgen. Er zijn te weinig psychologen.

In juni 2010 vonden zware etnische onlusten plaats tussen Oezbeken en Kirgiziërs in het zuiden van het Centraal-Aziatische land Kirgizië. In Osh vielen ongeveer 450 doden, meer dan honderdduizend mensen trokken naar Oezbekistan, driehonderdduizend anderen gingen in Kirgizië zelf op de vlucht.

Kinderen die het geweld hebben meegemaakt, hebben het nog steeds niet verwerkt. De middelen om hen te behandelen, zijn beperkt, zeggen experts.

Therapie met games

De dertienjarige Ibrokhim (niet zijn echte naam) verloor zijn vader in de onlusten. “Ik wilde niemand meer zien”, zegt hij. “Ik had moeite om met anderen te praten.”

Zijn leraren zeggen dat hij drie maanden school heeft gemist. “De jongen wilde niets meer zeggen, hij sloot zich op in zichzelf”, zegt lerares Tanzilya Raimjanova.

Voor Ibrokhim was er nog behandeling mogelijk. Via intensieve therapie, gefinancierd door een internationale humanitaire organisatie, kon hij begin dit jaar weer naar school.

“Om getroffen kinderen te rehabiliteren gebruiken we kunst- en gametherapieën”, zegt Larisa Katsura, psychotherapeut van Master Radosti, een niet-gouvernementele organisatie in Osh. “Tijdens onze sessies spelen kinderen verschillende games, ze maken vormen in klei en luisteren naar sprookjes die ze met hun eigen woorden navertellen. We leren hen weer praten zodat ze hun angsten kwijtraken.”

Posttraumatische stressstoornis

Maar, zegt Katsura, de mogelijkheden van psychologen zijn beperkt.  Na een tijd kunnen ze minder doen. De symptomen van stressstoornissen zijn ook niet altijd duidelijk. Psychologen zeggen dat sommige kinderen oncontroleerbaar beginnen te lachen, andere huilen vaak, nog andere stotteren of vallen helemaal stil wanneer ze in contact komen met andere mensen.

Bij de negenjarige dochter van Kayrinisa, een vrouw uit Osh, werd posttraumatische stressstoornis (PTSS) vastgesteld. Ze was midden in de vuurgevechten terechtgekomen. Toen ze thuis kwam, bleef ze huilen en stotteren. Drie maanden later durfde ze niet meer school.

Lira Sherieva, hoofd van de stedelijke dienst voor kinderwelzijn, zegt dat de lokale overheid doet wat ze kan om dit meisje en de duizenden andere kinderen met een stressstoornis te helpen. Maar, zegt ze, er is te weinig geld om genoeg psychologen in te huren.

Catastrofaal tekort aan psychologen

Dankzij de hulp van lokale ngo’s en internationale organisaties zoals Unicef en Save the Children hebben meer dan tienduizend kinderen psychologische bijstand gekregen.

Maar het tekort aan psychologen blijft “catastrofaal”, zegt Gulbara Kulueva, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Osh. Weinig mensen willen psychologie studeren omdat psychologen slecht betaald worden, zegt ze. Vorig jaar kwamen er geen nieuwe studenten bij in haar departement.

“We waren niet voorbereid op zo’n situatie”, zegt Kulueva, die ook in het regionale psychiatrische gezondheidscentrum werkt.

De meeste psychologen die bij haar afstuderen, zijn elders aan de slag gegaan, in lucratievere banen. “Wie wel beschikbaar is, kreeg geen professionele opleiding. De situatie op de scholen is catastrofaal. Ze komen professionals tekort.”

“Wij hebben geen psycholoog op school”, zegt Raimjanova, Ibrokhims lerares. “Onze kinderen hebben psychologen nodig. We weten niet eens wie van de kinderen hulp nodig heeft.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3058   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift