Boliviaanse president onder vuur op linkerflank

De linkse president van Bolivia, Evo Morales, krijgt kritiek van een kant waar niemand het verwachtte. Ondanks de ophefmakende nationaliseringen in de gassector van twee jaar geleden vinden sommige sociale bewegingen dat de president te weinig onderneemt om de eigen bevolking mee te laten genieten van de Boliviaanse bodemrijkdommen. De kritiek komt van de activisten die achter de succesvolle opstand tegen president Gonzalo Sánchez de Lozada in 2003 zaten en daarmee de weg vrijmaakten voor Morales.
Morales heeft er twee jaar en vier maanden opzitten als president. De ommezwaai die hij beloofde, is er niet gekomen, zeggen zijn critici. Volgens hen voert Morales in grote lijnen hetzelfde beleid als zijn rechtse voorgangers: Bolivia exporteert nog altijd vooral grondstoffen en daarvan worden vooral buitenlandse bedrijven en een Boliviaanse toplaag beter.
De nieuwe tegenstanders van Morales grijpen terug naar de revolutionaire ordewoorden waarmee ze in 2003 het vuur aan de lont staken. Na een maand van massale betogingen en wegblokkades bracht een coalitie van kleine boeren, indianen, vakbonden en andere sociale bewegingen op 17 oktober 2003 president Sánchez de Lozada ten val. De aanleiding was een geplande deal met aartsvijand Chili om Boliviaans aardgas via een Chileense zeehaven te exporteren.
Ook vicepresident Carlos Mesa die het van Sánchez de Lozada overnam, moest vervroegd aftreden. Zijn hervormingsvoorstellen stuitten op hevige weerstand in de relatief rijke oostelijke provincies, die meer zeggenschap willen over de gasvoorraden in hun ondergrond. Eind 2005 kwamen er verkiezingen die in het teken stonden van de grondstoffenvoorraden van Bolivia en het economisch beleid dat het land in dat verband zou moeten voeren. Met een programma dat inging op de verzuchtingen van de protestbeweging van 2003, kreeg Morales 53,7 procent van de kiezers achter zich. Hij trad op 22 januari 2006 aan als nieuwe president.

Bedrogen


Maar de protestbeweging voelt zich bedrogen. “We hadden voorgesteld een grondwetgevende vergadering op te zetten om een alternatief uit te werken voor het kapitalistische beleid dat Bolivia voert”, zegt Miguel Justiniano, de leider van het Comité Pro Intereses del Gran Chaco. Dat is een linkse beweging uit het oosten van Bolivia. Dat doel lijkt nu volgens Justiniano weer helemaal onbereikbaar.
Justiniano is een van de leiders van een nieuwe protestbeweging in Camiri, een aardgasrijke streek in de oostelijke provincie Santa Cruz. Samen met zijn medestanders komt hij op voor een volledige nationalisering van de aardgasvelden. Raakvlakken met de bekendere burgerbeweging in Santa Cruz die opkomt voor zelfbeschikking, zijn er niet.
Eind maart trad het leger op tegen betogers uit Camiri die eisen dat de regering drie aardgasvelden die nu door buitenlandse bedrijven worden uitgebaat, overdraagt aan de Boliviaanse staatsmaatschappij Yacimientos Petrolíferos Fiscales Bolivianos (YPFB). Justiniano ijvert ook voor de nationalisering van zilveraders in het westen van Bolivia die nu geëxploiteerd worden door het Amerikaanse bedrijf San Cristóbal.

Ongewijzigd beleid


De linkse critici van Morales krijgen steun uit academische hoek. “Er is niets veranderd aan het beleid; Bolivia probeert nog altijd te ontwikkelen door grondstoffen te exporteren”, zegt Justo Zapata, een universiteitsprofessor en energie-expert. 
Zapata moet wel toegeven dat Bolivia veel meer geld int van de buitenlandse oliebedrijven sinds de regering eind 2006 de contracten in de gassector heronderhandelde. Eind 2007 kreeg Bolivia 2 miljard dollar binnen van die bedrijven, tegenover 180 miljoen in 2005. Maar de professor verwijt Morales al het gas gewoon te verkopen, in plaats van het ook in te zetten om de eigen behoeften te dekken. In het aardgas dat Bolivia naar Brazilië pompt, zit bijvoorbeeld onder meer propaan en butaan, nodig om het gas makkelijk vloeibaar te maken. Daardoor is het aanbod van die twee gassoorten op de Boliviaanse markt ‘s winters onvoldoende om de vraag te dekken. Bolivia moet die twee gassoorten dan duur invoeren. Zelf propaan en butaan produceren voor eigen gebruik, zou Bolivia volgens Zapata per jaar een half miljard dollar (314 miljoen euro) kunnen uitsparen. Volgens de professor wil de regering de installaties die daarvoor nodig zijn pas tegen 2012 klaar hebben.
Volgens Vladimir Ortiz, een vertegenwoordiger van Pueblo Acción y Soberanía, een andere strijdbare organisatie aan de linkerkant, volgt Morales nog altijd een plan dat door de Wereldbank werd uitgetekend na de volksopstand van 2003. Zelfs het antwoord op de autonomiebeweging in de rijke provincies is daarin voorzien. Ortiz voorspelt dat er een compromis uit de bus zal komen tussen de eisen van die provincies en de grote lijnen van de nieuwe grondwet die Morales liet uittekenen.
Een samenwerkingsverband van burgerorganisaties uit El Alto, de voorstad van La Paz waar de protesten van 2003 op gang kwamen, en uit de streken met grote voorraden aan mineralen en aardgas, probeert nu het revolutionaire vuur weer aan te wakkeren. Ze eisen de volledige nationalisering van alle grondstoffenvoorraden, een versnelde industrialisering van het land om meer banen te scheppen en een radicale landhervorming die komaf maakt met het grootgrondbezit.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift