Braziliaans-Amerikaanse ethanoldeal toont potentieel biobrandstoffen

Veel andere ontwikkelingslanden bestuderen met grote interesse het principe-akkoord dat Brazilië en de VS vrijdag ondertekenden over de bevordering van het gebruik van ethanol als biobrandstof.
De twee landen willen samen nieuwe generaties van biobrandstoffen ontwikkelen, zoals ethanol die uit cellulose wordt gewonnen. Als dat lukt, worden ook onkruid en oogstafval potentiële energieleveranciers en stijgt het rendement van klassieke grondstoffen als suikerriet en maïs enorm.
Ethanol is een vervanger van benzine. Brazilië en de VS, die samen 70 procent produceren van het totale wereldaanbod, hebben uiteenlopende redenen om samen te werken.
De VS willen minder afhankelijk worden van de invoer van aardolie uit instabiele gebieden. “Dat is een zaak van nationale veiligheid”, zei Bush vrijdag bij een bezoek aan een ethanolfabriek in Sao Paulo. De VS willen hun verbruik van benzine de komende tien jaar met een vijfde verminderen. Zonder ethanol lukt dat niet. De Amerikaanse regering hoopt dat het verbruik van ethanol in de VS de komende tien jaar kan verzevenvoudigen. De VS zouden dan elk jaar 132 miljard liter ethanol nodig hebben.
De VS produceren nu al bijna 18 miljard liter ethanol per jaar, iets meer dan Brazilië. Maar het Zuid-Amerikaanse land blijft als landbouwgrootmacht met een nog groot groeipotentieel een voor de hand liggende leverancier van de bijkomende hoeveelheden die de VS nodig hebben.
Bovendien staat de technologie in Brazilië het verst, omdat het land al decennia ethanol als additief bij of zelfs als vervanger van benzine gebruikt. In Brazilië rijden ‘totalflex’-auto’s rond, die benzine, ethanol of elke mengeling van de twee brandstoffen kunnen tanken. De auto’s met flexibel brandstofverbruik die in de VS worden gemaakt, hebben voorlopig altijd nog ten minste 15 procent benzine nodig in hun tank.
Ook milieuredenen en besparingsoverwegingen spelen mee in de Amerikaanse beslissing om in zee te gaan met Brazilië. Aardoliederivaten dreigen almaar duurder te worden door de snel stijgende vraag in landen als China en India.
Brazilië wil door de samenwerking zijn concurrentiekracht veilig stellen. De VS staan veel sterker op het vlak van onderzoek en ontwikkeling, maar de productiekosten in Brazilië liggen veel lager en het land heeft ook nog grote oppervlaktes maagdelijk land die voor de productie van biobrandstoffen kunnen worden ingezet.
De Braziliaanse president Luiz Inácio Lula da Silva legt ook de nadruk op de ontwikkelingskansen die de samenwerking biedt. Nu de VS met Brazilië scheep willen gaan, “kan de hele wereld overtuigd worden” van het potentieel van biobrandstoffen, oordeelt hij. De boeren die de gewassen aanbouwen waaruit de brandstoffen worden gehaald, gaan volgens hem een gouden tijd tegemoet. Lula ziet een “wereldmarkt voor biobrandstoffen” ontstaan die volop banen schept en de armoede vermindert in arme landen.
Biobrandstoffen kunnen met name de economische groei aanwakkeren in arme regio’s als Afrika, Centraal-Amerika en de Cariben, denkt Lula. Rijke landen kunnen volgens hem veelbelovende projecten rond biobrandstoffen in die landen financieren in plaats van hulp te leveren.
Brazilië leverde vorig jaar 1,6 miljard liter ethanol aan de VS. Een deel van die handel verliep via Centraal-Amerika en de Cariben, die vrijhandelsakkoorden hebben ondertekend met de VS. In de samenwerkingsplannen tussen de VS en Brazilië is ook sprake van investeringen in ethanolfabrieken in die landen. Brazilië hoopt dat de VS ook hun tarieven voor rechtstreekse import vanuit Brazilië zullen laten dalen, maar daar lijkt de Amerikaanse regering niet meteen oren naar te hebben.
De vraag ontwikkelt zich ook buiten de VS snel. Japan heeft een programma gelanceerd dat het verbruik van ethanol geleidelijk zal opschroeven. Tegen 2030 zou benzine die in Japan verkocht wordt, een vijfde ethanol moeten bevatten.
De stormachtige groei van de sector van de biobrandstoffen kan nog veel verder reikende gevolgen hebben. De ontwikkelingslanden krijgen als belangrijkste producenten meer onderhandelingsmacht. Dat kan tot een doorbraak leiden in de internationale discussies over de afschaffing van de landbouwsubsidies en de hoge invoertarieven waarmee de VS, Europa en Japan hun boeren helpen. Uit onvrede over het uitblijven van toegevingen daarover, blokkeren de ontwikkelingslanden de verdere vrijmaking van de wereldhandel.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift