Braziliaanse huishoudsters stilaan beter af

Braziliaanse dienstbodes verdienen nog altijd maar een derde van het gemiddelde loon in hun land, en twee op drie van hen hebben geen contract. Toch begint de situatie van de Braziliaanse hulpjes in het huishouden langzaam te verbeteren.
Madalena da Costa zette de beslissende stap tien jaar geleden. Tot dan had de nu 55-jarige zwarte vrouw uit Belém altijd ingewoond bij de enige familie voor wie ze werkte. Toen waagde ze het erop en ging ze als huishoudhulp voor verschillende werkgevers aan de slag. Nu verdient ze meer dan het dubbele van het schamele minimumloon dat ze vroeger opstreek. Ze kan een klein appartementje huren en sociale zekerheidsbijdragen betalen. Binnen zes jaar hoopt Da Costa met pensioen te kunnen gaan.

Echt gelukkig is Da Costa nog niet. Ze was tien toen ze begon te werken als huishoudhulpje in Belém, de hoofdstad van de deelstaat Pará. Op haar 35ste trok ze met haar partner en zevenjarige dochter naar Rio de Janeiro. De relatie liep op de klippen, en ze moest haar dochter onderbrengen bij een ander gezin om verder te kunnen werken als huishoudhulp. “Ik verdiende te weinig om haar bij mij te kunnen houden, en dat ging ook niet in het huis van mijn bazen.” Moeder en dochter groeiden uit elkaar en pogingen van Da Costa om weer een goede relatie op te bouwen, bleven de voorbije jaren vruchteloos.

Maar het Braziliaanse huispersoneel begint stilaan zijn rechten te kennen, of de mogelijkheden om slechte bazen uit de weg te gaan. Dat heeft veel te maken met de hogere scholingsgraad van de huidige generatie van dienstbodes. Bijna twee op drie dienstbodes in en rond de zes grootste steden in het land hebben vandaag minstens acht jaar op de schoolbanken gezeten. Veertien procent heeft zelfs het secundair onderwijs helemaal afgemaakt. Alle Brazilianen leren steeds langer. En de Braziliaanse staat heeft ook campagnes opgezet om ongeletterd huispersoneel weer naar school te laten gaan.

Volgens Creusa Maria Oliveira, de voorzitster van de Nationale Federatie van Huispersoneel, verbeteren stilaan ook de lonen van haar leden. Vooral de poetsvrouwen en wasvrouwen die voor meerdere gezinnen werken en per dag betaald worden, zijn nu financieel beter af. Maar werkzekerheid kennen ze niet.

Da Costa, de dienstbode uit Belén, zou niet meer terug willen naar vroeger. “Nu verdien ik meer en werk ik minder hard”, zegt ze. “Als je voor verschillende bazen werkt, leer je meer mensen kennen en kun je ook de beste werkgevers uitzoeken.”

Steeds minder dienstbodes wonen nog in bij hun bazen. Tot voor enkele decennia leefden veel huishoudhulpen in een soort van slavernij, maar dat is bijna overal voltooid verleden tijd. Toch is er nog een lange weg af te leggen naar volledige gelijkberechtiging met ander werknemers. Vakbonden van dienstbodes zijn er in Brazilië al zeventig jaar, maar de sociale strijd werpt maar langzaam vruchten af. “Het gaat zo traag omdat van arbeidsinspectie in deze sector geen sprake is”, legt Oliveira uit. “Er is nog een grote mentaliteitsverandering nodig bij de werkgevers, maar ook bij het personeel zelf. De werkneemsters moeten op hun rechten durven staan.”

Brazilië telt ongeveer zes miljoen dienstbodes, poetsvrouwen, kinderoppassen, tuinmannen en ander huispersoneel, schat Hildete Pereira de Melo, een econoom van de Federale Universiteit Fluminense. Volgens haar is het de sector waar er sinds het voorbije decennium het grootste aantal nieuwe banen is ontstaan. De enorme inkomenskloof in Brazilië verklaart waarom relatief veel gezinnen zich één of meer hulpen kunnen veroorloven, en er anderzijds kandidaten te over zijn voor het slecht betaalde werk. (PD/JS)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift