Braziliaanse ontwikkelingshulp gaat van gezondheidszorgtot voetbal

Ondanks de financiële problemen waarmee
Brazilië worstelt, wil het land zijn ontwikkelingshulp aan Oost-Timor
optrekken en tot meer sectoren uitbreiden. Dat heeft de Braziliaanse
president Fernando Henrique Cardoso maandag aangekondigd na een ontmoeting
met zijn ambtsgenoot Xanana Gusmao. Gusmao legt deze week in Brazilië zijn
eerste internationale bezoek als staatshoofd af.


Oost-Timor is net als Brazilië een voormalige Portugese kolonie, maar werd
in 1976 geannexeerd door Indonesië. Op 20 mei werd Oost-Timor formeel
onafhankelijk, maar zelfs daarvoor kreeg het straatarme halfeiland al hulp
uit Brazilië. Nu komt er bilaterale commissie om de samenwerking uit te
bouwen.

President Cardoso geeft toe dat zijn regering nu krap bij kas zit, maar hij
heeft Oost-Timor op alle mogelijk gebieden technische samenwerking
voorgesteld. Brazilië biedt zijn expertise onder meer aan voor de hoognodige
herbebossing van Oost-Timor en ook voor de verhoging van de productiviteit
in de landbouw, in het bijzonder in de koffieteelt. De twee landen
onderhandelen ook over Braziliaanse investeringen in de oliesector, de
visserij en de toeristische sector. Verder zet Brazilië zijn inspanningen
voort om de nieuwe staat een onafhankelijke rechterlijke macht te bezorgen -
nu al helpen verscheidene Braziliaanse juristen de Oost-Timorezen nieuwe
wetten te schrijven en de nodige instellingen op te richten.

Ook in de gezondheidszorg, bij de opleiding van militairen, de uitbouw van
de omroep en het voeren van een efficiënt internationaal beleid willen de
Brazilianen de ministaat met raad en daad terzijde staan. Ook Braziliaanse
ngo’s zijn bij sommige van die projecten van de partij. Een extraatje is de
samenwerking op voetbalgebied: de nationale ploeg van Oost-Timor wordt
gecoacht door de Braziliaan Ricardo Whitaker.

Vandaag (woensdag) en morgen neemt Gusmao in Brasilia deel aan de vierde
conferentie van staatshoofden en regeringsleiders van de Gemeenschap van
Portugeestalige Landen (CPLP). Oost-Timor zal er officieel worden toegelaten
als achtste lid van de gemeenschap, naast Portugal, Angola, Brazilië,
Kaapverdië, Guinea-Bissau, Mozambique en Sao Tomé en Príncipe.
Slechts 10 tot 15 procent van de inwoners van Oost-Timor spreekt Portugees -
60 procent van de bevolking is jonger dan 25 en heeft dus nooit contact
gehad met de Portugese kolonisatoren. De Indonesische bezetters verboden
bovendien het gebruik van de taal. Maar nu is het Portugees de tweede
officiële taal van het halfeiland, na het Tetum, de grootste van de 22
inheemse talen en dialecten die door de 800.000 Oost-Timorezen worden
gesproken.

Gusmao gaat ervan uit dat het Portugees de komende 10 jaar sterk aan belang
zal winnen, en dat Brazilië daar een belangrijke rol in zal spelen. Naast de
Braziliaanse bijdrage aan de uitbouw van het onderwijssysteem op Oost-Timor
kunnen ook de telenovela’s, de Braziliaanse tv-series die overal te wereld
worden bekeken, daartoe bijdragen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift