Brazilië houdt militaire archieven voorlopig dicht

De Braziliaanse regering heeft een decreet aangenomen waarin is vastgelegd dat officiële militaire documenten zestig jaar geheim mogen blijven. Mensenrechtenactivisten en nabestaanden van de slachtoffers van de militaire dictatuur in Brazilië (1964 – 1985), zijn boos over het besluit.

Documenten die de status intern, vertrouwelijk, geheim of strikt geheim krijgen, kunnen respectievelijk vijf, tien, twintig en dertig jaar geheim gehouden worden. Als die termijn is verlopen, kan hij eenmalig met hetzelfde aantal jaren verlengd worden. Afgelopen vrijdag, op de ‘Dag van de Mensenrechten’ ondertekende de Braziliaanse president Luiz Inácio Lula da Silva het decreet.

Cecilia Coimbra, vice-voorzitter van ‘Nooit meer marteling’, een vereniging van nabestaanden van slachtoffers van de militaire dictatuur, noemt de handelwijze van de president schandelijk. Mensenrechtenactivisten proberen al jaren toegang te krijgen tot de geheime militaire archieven, hoofdzakelijk om meer te weten te komen over het lot van de ongeveer 150 burgers die ‘verdwenen’ tijdens de militaire dictatuur. Ze wilden een herziening van een decreet dat in 2002 werd ondertekend door de toenmalige president Fernando Henrique Cardoso. Daarin was vastgelegd dat documenten die ‘gevoelige’ informatie bevattten, om veiligheidsredenen vijftig jaar geheim gehouden konden worden, met de mogelijkheid tot ongelimiteerde verlenging van die periode.

Coimbra had gehoopt op een nieuw decreet waarin tijdperiodes van vijf tot dertig jaar waren vastgelegd, zonder de mogelijkheid tot verlenging. Dat is ons ook beloofd door de minister van Mensenrechten, Nilmario Miranda, zegt Coimbra.

De mensenrechtenactivisten zijn ook boos over de instelling van een interministeriële commissie die de mate van vertrouwelijkheid van overheidsdocumenten beoordeelt. De commissie heeft de bevoegdheid om de tijdslimieten voor documenten aan te passen, verzoeken om informatie te beoordelen en bepaalde informatie achter te houden. Coimbra zegt dat haar organisatie volledige, onvoorwaardelijke toegang wil tot de documenten. We ontkennen niet dat het soms noodzakelijk is om staatsdocumenten een tijdlang geheim te houden, maar we kunnen niet accepteren dat een beperkt groepje overheidsvertegenwoordigers de bevoegdheid heeft de termijn te verdubbelen, aldus Coimbra.

De strijd om toegang tot de militaire archieven werd in oktober op scherp gezet, toen het Braziliaanse dagblad Correio Braziliense foto’s publiceerde van een naakte en zichtbaar lijdende man in een gevangeniscel. Het zou volgens de krant gaan om de journalist Wladimir Herzog, die in 1975 overleed toen hij gevangen werd gehouden op een militaire basis.

Als reactie op de foto’s gaf het Braziliaanse leger een persbericht uit waarin de repressieve acties van militaire regime geprezen werden. De rel die daarop ontstond, leidde tot het aftreden van de minister van Defensie, José Viegas. Hij werd opgevolgd door vice-president José Alencar.

Of de man op de gepubliceerde foto’s daadwerkelijk Wladimir Herzog is, wordt betwist. Volgens sommigen zou het gaan om de Canadese priester Leopold D’Astous, die in 1973 door veiligheidstroepen werd ontvoerd en gemarteld. Desondanks zijn de foto’s wel een bewijs van de militaire onderdrukking die de roep om opening van de archieven kracht bijzette.

Ook verwanten van leden van de Braziliaanse Communistische Partij die aan het einde van de jaren zestig een guerrillabeweging opzetten in het noorden van Brazilië, willen opening van de archieven. Ongeveer zeventig guerrilla’s en campesinos (kleine boeren) die hen steunden, werden vermoord door het leger. Hun lichamen werden nooit gevonden. De huidige leider van de regerende Arbeiderspartij (PT) José Genoino, is een van de weinige nog levende leden van de beweging. (JS)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift