Brazilië kiest voor Japanse digitale televisie

De Braziliaanse regering heeft donderdag voor de Japanse technologie gekozen om digitale televisie in te voeren. Brazilië begaat een “historische vergissing”, zeggen critici. Ze vinden dat het land moet overleggen met zijn buurlanden en meer moet doen om de toegang tot het nieuwe medium te verbreden.
Brazilië neemt de Japanse technologie niet gewoon over. In het systeem worden ook technologische innovaties van eigen bodem en eigen software verwerkt. Maar Brazilië kiest wel degelijk voor Japan en daarmee tegen de Europese en Amerikaanse systemen, die ook de internationale markt bespelen. De Braziliaanse regering heeft meteen een akkoord ondertekend met het Japanse ministerie van Communicatie dat de beslissing bezegelt.

Het is niet meteen duidelijk wat de gevolgen van de Braziliaanse keuze zijn voor de relaties met Argentinië, Uruguay en Paraguay, de landen die samen met Brazilië het Zuid-Amerikaanse handelsblok Mercosur vormen. Die weten nog niet voor welke technologie ze zullen kiezen. De Braziliaanse president Luiz Inácio Lula da Silva probeerde de ongerustheid daarover te sussen met de belofte dat Brazilië een “flexibel systeem” krijgt dat een “dialoog met andere systemen” mogelijk maakt.

Intervozes, een Braziliaanse organisatie die opkomt voor democratisering en sociale verantwoordelijkheid in de media, wil de beslissing van de Braziliaanse regering juridisch aanvechten. De manier waarop Brazilië digitale televisie invoert, laat de concentratie in de audiovisuele sector ongemoeid, oordeelt Diogo Moyses van Intervozes. De Braziliaanse omroepen krijgen de beschikking over een extra kanaal waarlangs ze tijdens een overgangsperiode van tien jaar simultaan analoge en digitale signalen zullen kunnen doorzenden. Nieuwe spelers komen niet aan bod.

Dat is een gemiste kans, vinden Intervozes en andere lidorganisaties van het Nationaal Front voor een Democratisch Systeem van Digitale Radio en TV. Ze hadden gehoopt op een hervorming van de Braziliaanse audiovisuele sector die de verscheidenheid en de openbare dienstverlening in de media zou hebben bevorderd. Het Front droomde van een veelheid aan educatieve en culturele programma’s, en nuttige toepassingen voor de bevolking van grote steden als Sao Paulo en Rio de Janeiro.

Moyses vreest ook dat de Brazilië de kans verkijkt om zijn eigen audiovisuele industrie te versterken. Volgens hem zullen de meeste componenten en technologieën voor het nieuwe systeem worden ingevoerd. De bouw van een fabriek voor halfgeleiders in Brazilië, een compensatie voor de keuze voor het Japanse systeem, is volgens Moyses helemaal niet zeker.

De strijd over de invoering van digitale televisie in Brazilië lijkt nog niet gestreden, want ook het parlement is niet tevreden met de overeenkomst tussen de regering en Japan. De Commissie Wetenschap en Technologie van de Kamer van Volksvertegenwoordigers neemt het niet dat ze niet eerst geraadpleegd werd. Sommige leden willen de grondwettelijkheid van de beslissing van de regering onderzoeken. Internationale verdragen moeten immers door het parlement worden goedgekeurd.

Ook de Braziliaanse industrie is verdeeld over de keuze voor het Japanse systeem. De tv-maatschappijen vinden het de juiste beslissing, omdat het Japanse systeem de beste beelden oplevert en er ook het beste in slaagt beelden naar mobieltjes door te stralen. Maar de telecommunicatie-industrie, die graag zou binnenbreken in de winstgevende audiovisuele markt, voert aan dat de Japanse technologie verder alleen in Japan wordt toegepast. De Europese en Amerikaanse systemen zijn wel al doorgedrongen in andere delen van de wereld. Voor de exportkansen van Braziliaanse ondernemingen is het Japanse systeem dus slecht.

Meer dan 90 procent van de Braziliaanse gezinnen heeft minstens één televisietoestel in huis. Digitale televisie vergroot de mogelijkheden om in te spelen op de noden van al die kijkers. Programma’s uitzenden wordt veel goedkoper, iedereen kan in principe een tv-aanbod op maat samenstellen, uitwisseling tussen de kijkers en de programmamakers wordt mogelijk en het nieuwe medium zou zelfs alle tv-bezitters toegang kunnen bieden tot het internet.

Maar de prijs van de decoders die nodig zijn om de digitale signalen tijdens de overgangsperiode om te zetten naar signalen die oude toestellen ook kunnen ontvagen, vormt een hinderpaal. Volgens de regering gaat dat kastje 40 euro kosten, maar experts geloven dat het ook het dubbele van dat bedrag kan worden. Misschien gaat de regering voor een lagere prijs, maar dat zou dan ten koste kunnen gaan van interessante functies. (PD/MM)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift