Brazilië plaatst Johannesburg in teken van hernieuwbareenergiebronnen

Alle landen zouden tegen 2010 minstens 10 procent
van hun energie uit hernieuwbare energiebronnen moeten halen. Brazilië wil
een voorstel voor een internationaal verdrag daarover op tafel leggen
tijdens de Wereldtop over Duurzame Ontwikkeling die van 26 augustus tot 4
september in het Zuid-Afrikaanse Johannesburg plaatsvindt. Energie die door
de zon, de wind, waterkracht of het oordeelkundig gebruik van biomassa wordt
opgewekt, is veel minder vervuilend dan het gebruik van fossiele
brandstoffen - olie, aardgas en steenkool - of kernenergie.


Brazilië wil het streefcijfer van 10 procent voor alle landen verplicht
maken. Landen die hun economie tegen 2010 niet kunnen omschakelen, zouden
‘kredieten’ kunnen kopen op een markt voor hernieuwbare
energie-certificaten. De aanbieders op die markt zijn landen die al meer dan
10 procent van hun energie uit hernieuwbare bronnen halen. België zou er
vrijwel zeker een goede klant worden: het haalt nu nog maar iets meer dan 1
procent van de energie die het verbruikt uit hernieuwbare bronnen.

Als het gebruik van hout - een hernieuwbare energiegrondstof die echter veel
schadelijke verbrandingsgassen produceert en waarvan de voorraden op veel
plaatsen overgeëxploiteerd worden - niet meegerekend wordt, haalt de wereld
momenteel maar 2,2 procent van zijn energiebehoefte uit hernieuwbare
energiebronnen. Volgens een projectie van het International Energy Agency
(IEA) uit 2000 zou dat aandeel tegen 2020 maar stijgen tot ongeveer 3
procent. Waterkracht is vandaag veruit de belangrijkste leverancier van
hernieuwbare energie, maar in veel landen stuit de aanleg van nieuwe dammen
op grote sociale en ecologische bezwaren. Wind- en zonne-energie groeien
snel in de VS en enkele Europese landen, maar leveren op wereldschaal nog
steeds slechts verwaarloosbare hoeveelheden energie. Datzelfde geldt voor
moderne installaties waar hout en oogstafval wordt omgezet in biogas.

Het Braziliaanse voorstel komt van José Goldemberg, een voormalige federale
milieuminister die dezelfde functie nu vervult in de deelstaat Sao Paulo.
Het idee werd eind vorige week besproken op een driedaagse bijeenkomst
waarop de Latijns-Amerikaanse en Caribische milieuministers in Sao Paulo nog
eens de violen hebben gestemd voor de conferentie in Johannesburg. Volgens
Goldemberg bieden hernieuwbare energiebronnen het voordeel dat hun gebruik
niet leidt tot de uitstoot van broeikasgassen en plaatselijke vervuiling
door verbrandingsgassen. Investeringen in de ‘alternatieve’ energiesector
scheppen ook meer banen, verkleinen de afhankelijkheid ten opzichte van
buitenlandse energieleveranciers en helpen de - in dollars te betalen -
energiefactuur beheersbaar te houden. In de ontwikkelingslanden kan het
gebruik van moderne biogasinstallaties ook de ontbossing helpen tegengaan.

De Europese Unie zou zich enigszins moeten kunnen vinden in het Braziliaanse
voorstel - na heel wat discussies werden de lidstaten het vorig jaar eens te
proberen tegen 2010 12 procent van al de energie de ze verbruiken uit
hernieuwbare bronnen te halen. Maar dwingend is die doelstelling niet. In de
VS heeft de senaat in maart een wetsvoorstel goedgekeurd dat bepaalde
energieproducenten oplegt tegen 2020 voor minstens 10 procent hernieuwbare
energiebronnen aan te spreken. Maar veel ondernemers in de VS en in Europa
zijn tegen dergelijke dwingende maatregelen. Nog meer tegenstand is er te
verwachten uit de olieproducerende landen. Maar volgens Goldemberg zal het
aandeel van hernieuwbare energiebronnen in de wereldwijde energieproductie
echter maar tot pakweg 5 procent in 2025 stijgen als de internationale
gemeenschap geen bindende doelstellingen vastlegt.

Brazilië is een voorbeeldland voor wat het gebruik van hernieuwbare
energiebronnen aangaat. Het land haalt 80 tot 90 procent van zijn stroom uit
waterkrachtcentrales - al investeert het nu vooral in bijkomende
gascentrales om de stijgende vraag op te vangen. Alle benzine die in
Brazilië getankt wordt, bevat bovendien meer dan 20 procent ethanol die uit
suikerriet wordt gewonnen. Dat maakt de brandstof minder vervuilend; bij het
kweken van dat suikerriet wordt ook evenveel CO2 gebonden als er later bij
de verbranding wordt uitgestoten.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift