Brice de Ruyver en Tom Decorte over de Belgische drugsnota

Louis Tobback lanceerde de term cannabis coalitie omdat hij het ab-so-luut oneens was met een gedoogbeleid voor drugs. De drugsnota van de federale regering zorgt voorlopig eerder voor meer verwarring dan rechtszekerheid voor de 250.000 Belgische cannabisgebruikers. De trein is echter vertrokken en tegen het einde van dit jaar zou een en ander in een wet, een KB en een omzendbrief gegoten worden. Tenzij Tobback zich vooralsnog op de sporen legt.
‘Er is in feite geen enkele Europese lidstaat die het bezit van kleine hoeveelheden cannabis nog vervolgt’, zegt Brice De Ruyver. ‘Het verschil is dat België en Nederland die realiteit niet meer willen camoufleren.’ De Ruyver is criminoloog, architect van de drugsnota en als expert werkzaam op het kabinet van de eerste minister. Hij verdedigt uiteraard de drugsnota: ‘Het feit dat de nota een onderscheid maakt tussen cannabis en andere drugs maakt de weg vrij voor een wettelijk onderbouwd gedoogbeleid.’ Tom Decorte is ook professor criminologie aan de Gentse universiteit. Hij schreef The taming of cocaine, een ongebruikelijke studie over het zelfregulerende drugsgebruik in het Antwerpse cocaïnemilieu. Decorte vindt de nota een stap in de goede richting, maar betreurt dat er niet werd nagedacht over de verdeling en de kwaliteit van roesmiddelen. ‘Eindelijk erkent de politieke wereld dat de war on drugs even efficiënt is als dweilen met de kraan open. Tegelijk wordt de illegale handel ongemoeid gelaten, ook al zorgt die nog steeds voor de woekerwinsten van criminele organisaties.’

VAAGHEID LEIDT TOT ONGELIJKHEID

Al enkele jaren geven de Belgische parketten aan het bezit van een kleine hoeveelheid cannabisde laagste prioriteit. In de steden heeft dit geleid tot een gedoogbeleid, terwijl gebruikers in de landelijke gebieden wel vervolgd en gestraft worden. Begin dit jaar volgde het compromis waarbij het persoonlijk gebruik van cannabis niet langer vervolgd zou worden, behalve wanneer het gaat om problematisch gebruik of als er sprake is van maatschappelijke overlast. Brice De Ruyver beschouwt maatschappelijke overlast als ‘situaties die iemands leven fundamenteel verstoren.’ Hij maakt zich sterk dat deze vage omschrijving aangevuld zal worden met een omzendbrief die zoveel mogelijk concrete vormen van overlast moet beschrijven. ‘Het gebruik in de buurt van minderjarigen of een de treincoupé kan bijvoorbeeld niet.’ Toch blijft de rekbaarheid van deze centrale begrippen problematisch, vindt Tom Decorte: ‘Uit onderzoek leer ik dat verschillende politiediensten in gelijkaardige situaties uiteenlopende criteria hanteren.’ Volgens de onderzoeker zal de welgestelde middenstandsjeugd zonder veel tegenwind een joint kunnen opsteken, terwijl etnische minderheden meer problemen mogen verwachten. ‘Allochtonen hebben vaak een straatcultuur en hokken liever niet samen in een knusse huiskamer. Bovendien komt er een zware verantwoordelijkheid te liggen bij de lokale politieagent, die hiervoor te weinig gevormd en begeleid wordt.’ Decorte wijst op het risico dat groepjes jonge allochtonen die op de straat rondhangen te vlug als overlast of als problematische gebruiker bestempeld zullen worden. ‘Deze regeling wordt een extra stok om migrantengroepen mee te slaan, al dan niet uit racistische overwegingen.’

HET NATIONAAL BELANG

Een ander oud zeer in het drugsdebat bevindt zich aan de aanbodzijde van de markt. Hierover is De Ruyver duidelijk. ‘Wat de productie en de distributie van roesmiddelen betreft, is er niets veranderd. De internationale verdragen laten hiervoor geen enkele ruimte. Op dat niveau heerst een heel moralistisch discours dat de ogen sluit voor de realiteit.’ Decorte vindt dat een hypocriete situatie. ‘Men mag nu wel gebruiken, maar hoe de gebruiker zich bevoorraadt, is zijn eigen probleem. Hij heeft twee keuzes: hij gaat naar Nederland of hij kweekt thuis. Het eerste is drugstoerisme en geeft overlast, terwijl de tweede optie erop uitdraait dat mensen met eigen teelt per definitie voor anderen zullen kweken.’ Waar het beleid faalt, maakt de georganiseerde misdaad grote sier, zo luidt de criminologische wet. Met winstmarges van duizend tot tweeduizend vijfhonderd procent is de drugshandel de meest lonende business ter wereld. In België zijn niet minder dan honderdzestien misdaadbendes bezig met drugshandel. Die bendes worden meestal gekoppeld aan etnische gemeenschappen die elk een segment van de markt inpalmen. ‘Turkse criminelen hebben verdeelcircuits van heroïne uitgebouwd en hebben dat goed onder controle. Hetzelfde gaat op voor de Marokkaanse gemeenschap die hasj verhandelt. Ook Albanezen en Nigerianen zijn betrokken bij de drugshandel’, zegt De Ruyver. ‘Het gaat dan vooral over verdeelcircuits en lokale markten. De keten start in de productielanden en vanuit handelseconomisch oogpunt is het logisch dat zij het hele distributienetwerk onder controle proberen te krijgen.’

DIVERSITEIT IN DE KLEINHANDEL

Volgens Tom Decorte klopt de link tussen etniciteit en drugscriminaliteit niet. ‘Het is ongetwijfeld zo dat sommige allochtonen bij bepaalde vormen van criminaliteit betrokken zijn. Dit maakt het echter nog altijd niet moreel aanvaardbaar om Albanezen een criminele aanleg toe te schrijven of Turken per definitie als dealers te klasseren.’ Voor zijn studie dook Decorte negen maanden onder in het Antwerpse nachtleven. ‘Als je afzakt in de handelspiramide, krijg je toch een minder eenzijdig beeld van dit soort zelfstandigen. Op de lagere echelons van de handel en de detailhandel zijn verschillende nationaliteiten actief. Naast mensen uit de buurlanden en allochtonen zijn er evengoed jongeren uit de Vlaamse middenklasse actief.’ Decorte wil de illegale drugshandel niet verschonen, maar zoekt de verklaring van de betrokkenheid van sommige allochtonen liever in de regionen van maatschappelijke uitsluiting dan van de etnische identiteit. ‘Heel wat criminologische theorieën gaan ervan uit dat mensen die gediscrimineerd worden en niet op een legale manier aan de economie kunnen deelnemen, meer risico’s zullen nemen om ook wat welvaart te verwerven.’

Soms wordt het etnische argument echter ook omgekeerd, stelt Brice De Ruyver vast. ‘Controles in het Turkse drugsmilieu worden systematisch gecounterd met klachten wegens racisme.’ Een hele gemeenschap wordt op die manier, willens nillens, betrokken bij de onwettige activiteiten van een kleine groep. De maatschappelijke overlast die gecreëerd wordt door een vage drugsnota, dreigt zo vooral een al erg kwetsbare groep te treffen.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift