Burkina Faso: het belang van papier Reportage

Wie mensen onderwijs, water en gezondheidszorg wil geven, moet weten wie en met hoeveel die mensen zijn. Dat hebben ze begrepen in Burkina Faso, waar momenteel door administraties en ngo’s hard gewerkt wordt aan de registratie van minderjarigen die nog niet in het bezit zijn van een geboorteakte.
De sfeer is opperbest als we met twee witte terreinwagens door het kurkdroge en hete savannelandschap snijden, ergens in het zuidwesten van Burkina Faso. Onze bestemming: het dorpje Kunkamata, vlakbij het drielandenpunt met Ghana en Ivoorkust. “We”, dat zijn enkele Vlaamse perslui en een aantal medewerkers van de ontwikkelingsngo Plan International, Belgen en Burkinezen. “We” zijn er ons nog niet allemaal van bewust, maar zo meteen komen we in een andere wereld terecht.
Plots, midden in de brousse, met nergens in de omtrek een huis of hut te bespeuren, zien we een grote groep mensen. Ze staan daar voor ons, zo blijkt. Als we uitstappen, weerklinken de trommels en een reusachtige balafon, de Afrikaanse piano, zeg maar. Kinderen, mannen en vrouwen dansen zo hevig dat de droge aarde wat opstuift. Een welkomstritueel, zeker, maar dan wel eentje dat met bijzonder veel enthousiasme wordt opgevoerd.
We nemen plaats in de zetels die onze gastheren voor ons hebben klaargezet onder de schaduwrijke reuzenboom. Nog even gaat het dansen door, dan verstomt de trom en gaan de dorpelingen rond ons zitten: vlak voor ons de mannen, achter hen vrouwen en kinderen. Het gesprek kan beginnen.
Eén van de medewerkers van Plan Burkina vraagt wie weet wat een geboorteakte is, en wie er een heeft. Eén man staat op. Het is de Responsable Administratif du Village, de RAV in de volksmond. ‘Voor sommigen onder ons is de geboorteakte iets nieuw, voor anderen, die zo’n akte hebben, is het iets oud’, zegt de administratief verantwoordelijke. Juist, maar in dit dorp zijn die twee groepen wel zeer ongelijk van omvang: slechts vier van de ruim honderd aanwezigen beschikken over een geboorteakte.
De RAV gaat verder en somt de voordelen op van zo’n geboorteakte: ‘Het geeft je een identiteitskaart waardoor je kan reizen en toegang krijgt tot het leger. Als je een ongeval hebt, weet men wie je bent. Bovendien heb je zo’n akte nodig om het eindexamen van het lager onderwijs te doen.’ Dat laatste is hier niet echt een argument, want op een paar kinderen na blijkt niemand hier naar school te gaan. Dit is een wereld waar lokale mondelinge tradities elke mens zijn plaatsje toeschrijven in de grootfamilie en de clan.De staatsbureaucratie van papier en systematisering, van rechten en van plichten is hier nog ver weg. Letterlijk en figuurlijk.
Nochtans heeft Burkina Faso -net als alle andere landen, op de VS en Somalië na- het Kinderrechtenverdrag (1989) bekrachtigd en daarin staat helemaal vooraan, net na het recht op leven, het recht op geboorteregistratie. Artikel 7 begint zo: Het kind wordt onmiddellijk na zijn geboorte ingeschreven en heeft vanaf de geboorte recht op een naam. Het is een ogenschijnlijk bureaucratische vereiste, maar het feit dat ze zo prominent wordt aangehaald in het kinderrechtenverdrag, is geen toeval.
Het hebben van een door de overheid erkende identiteit is immers de toegangspoort tot alle andere kinderrechten die de staten nopens het verdrag horen te garanderen. Wie niet officieel bestaat, is ook veel kwetsbaarder voor kinderhandel en allerlei vormen van misbruik -zonder geboorteakte is kinderarbeid zelfs niet definieerbaar.
‘Dat hier niemand wordt geregistreerd, heeft in de eerste plaats met onwetendheid te maken. De mensen zien er de zin niet van in,’ verklaart Allahidi Diallo, de hoge commissaris van de provincie Noumbiel. Die onwetendheid is echter geen toeval: in plattelandregio’s met etnische minderheden worden bijna altijd veel minder kinderen geregistreerd dan elders. Diallo bevestigt dat: ‘Ik kom van het Mossi-plateau (de Mossi’s zijn veruit de grootste etnische groep van Burkina, ze wonen in het centrum van het land, jvd). Toen ik in 1972 geregistreerd werd, was ik de enige in mijn dorp, nu is daar 85 procent geregistreerd.’ Elk jaar wordt wereldwijd nog altijd 36 procent van alle pasgeboren kinderen -48 miljoen kleine mensjes- niet geregistreerd en hier diep in de brousse ligt dat percentage veel hoger.
Een deel van Burkina Faso wordt het land van de Lobi’s genoemd, een gebied met een aantal etnische groepen die een lange traditie van geslotenheid hebben. De Franse kolonisator beet zich de tanden stuk op de regio. Om zich beter te kunnen verdedigen tegen aanvallen -van de Fransen of vijandige clans- pasten de Lobi’s zelfs hun bouwstijl aan. Geen woningen met strooien daken rond een open koer hier, zoals je dat elders in Burkina Faso ziet, maar heuse lemen forten, met nauwelijks ramen. Ook vandaag heeft de staat veel moeite om hier echt de bakens te verzetten. Er zijn amper wegen en de vertegenwoordigers van de staat, de prefecten, kunnen sommige dorpen moeilijk bereiken, bekent Diallo: ‘Van mijn vijf prefecten is er maar één die over een motor beschikt; de andere vier wachten op een nieuwe. De staat is dus amper aanwezig in de dorpen.’ Het zijn net die prefecten die instaan voor de geboorteregistratie.
Amnesty International, dat hier een campagne wil voeren rond die geboorteregistratie, heeft dus niet meteen de makkelijkste provincies gekozen: geen wegen, geen bewustzijn, een zwakke overheid. Deze streek grenst bovendien aan Ghana, waar mensen van dezelfde etnische groepen, naar Britse traditie, geen papieren nodig hebben om op officiële instanties een beroep te doen.
Een extra moeilijkheid is dat een laattijdige geboorteregistratie geld kost: wie zijn kind niet inschrijft binnen de twee maand na de geboorte -en tot nu toe is hier bijna iedereen in dat geval- kan dat enkel goedmaken via een aanvullende verklaring -een jugement supplétif- met getuigen op de rechtbank. Die verklaring kost anderhalve euro, een pak geld voor mensen die nog grotendeels buiten de geldeconomie leven. Tot slot is er nog een complicatie met de zogenaamde initiatierites die kinderen bij de Lobi’s doormaken vooraleer ze volwassen worden: de voornaam van het kind verandert na de rite. Wie onmiddellijk na zijn geboorte wordt geregistreerd, heeft dus een officiële naam die niet dezelfde is als de naam die hij in zijn gemeenschap heeft.

Culturele diversiteit


Geregeld duikt de vraag op of het wel zinvol is inheemse volkeren te moderniseren. De kloof met de moderniteit lijkt zo groot, deze mensen leven al vele honderden jaren zoals ze nu leven en voelen zich daar blijkbaar niet slecht bij. Het is een vraag die je niet meteen van tafel kan vegen maar er zijn wel stevige antwoorden op. Ten eerste leert de ervaring dat mensen zonder onderwijs stilaan erg kwetsbaar worden, juist omdat ze zich toch niet helemaal kunnen afsluiten van de oprukkende “beschaving”. Mannen gaan bijvoorbeeld meer in de stad werken en raken zo besmet met het aidsvirus. Op dat moment wordt onderwijs voor mannen maar vooral voor vrouwen een noodzaak: onderwijs is het culturele vaccin tegen aids.
Of Burkinezen op de vlucht voor de burgeroorlog in Ivoorkust sijpelen hier binnen op zoek naar grond: als de lokale bevolking zeggenschap wil in het beheer van haar gronden, kan ze maar beter weten hoe de moderne wereld werkt. Of ze wordt bedrogen waar ze bij staat; de voorbeelden daarvan zijn legio. De tweede reeks argumenten is eerder van ethische aard: niet tussenkomen heeft soms dramatische gevolgen.
Mensen sterven hier bij bosjes aan perfect geneesbare ziekten en aan slangenbeten. Als we aan dertig plaatselijke gezondheidswerkers vragen hoeveel er een familielid verloren aan een slangenbeet, gaan alle handen de hoogte in. Het tegengif bereikt de slachtoffers vaak te laat of helemaal niet. Geen wonder, de provincie Noumbiel heeft één dokter voor 61.000 inwoners, in sommige dorpen is het uren stappen tot de eerste gezondheidspost. Ook de kindersterfte is hier enorm. ‘Ik heb de voorbije acht maanden 13 bevallingen begeleid. Daarvan zijn er vier kinderen bij de geboorte gestorven’, zegt de vroedvrouw van Kunkamata.
Minstens de helft van de kinderen hier sterft voor ze vijf zijn. Verder is vrouwenbesnijdenis op het platteland nog steeds sterk in zwang. Valt ook dat onder de noemer culturele diversiteit? De regering van Burkina Faso vindt alvast van niet en is met een campagne tegen de besnijdenis begonnen die vooral in de steden al effect heeft.

Geen solospel


Plan Burkina investeert vooral in scholen, watervoorzieningen, gezondheidszorg en in een campagne om alle kinderen te registreren. Daarmee schrijft de organisatie zich helemaal in het Kinderrechtenverdrag in dat door Burkina is bekrachtigd. De ngo weet daarbij erg getalenteerd personeel aan te trekken -en dat hoeft niet te verwonderen. De organisatie kan immers veel hogere lonen betalen dan de staat: de dokter van Plan verdient hier meer dan het dubbele van de overheidsdokter met zijn 61.000 patiënten. Al is Plan als werkgever dus enigszins een concurrent van de overheid, het werkt wel zoveel mogelijk met die overheid samen: scholen, gezondheidscentra en waterputten worden gebouwd in overleg met de verantwoordelijke ministeries.
Die aanpak staat mijlenver van de werkwijze van veel ngo’s vroeger om los van -soms zelfs tegen de lokale overheid in- allerlei projecten op te zetten, met als gevolg dat de projecten in het slop geraakten als de ngo zijn biezen pakte. Voorwaarde tot een goede samenwerking met de overheid is natuurlijk dat de overheid in kwestie een goed beleid heeft. En dat valt mee, weet Fritz Foster, hoofd van Plan Burkina: ‘In Burkina Faso heeft de regering niet alleen de juiste prioriteiten; ze komt ook tot actie. Voor wat betreft corruptie scoort het land in de middenmoot. Dan is het voor een ngo niet zo moeilijk om samen te werken.’
Geboorteregistratie is haast per definitie een overheidstaak. Wie daaraan wil werken, moet de administratieve mogelijkheden van de overheid versterken. In dat kader geeft Plan de prefecten, die moeten instaan voor de registratie, metalen kasten waarin ze de geboorteregisters kunnen bewaren. Bij gebrek aan goede kasten zijn de registers immers onderhevig aan toevallige voorbijgangers, aan weer en aan wind -veel kantoren hebben geen glas in de ramen en de Harmattan blaast het stof van de Sahara overal rond. In het provinciehoofdplaatsje Batié heeft prefect Hamadou Ouedraogo na een paar maanden nog maar enkele stapels registraties in die kasten gelegd. De meeste registers -die teruggaan tot de jaren vijftig, de koloniale periode - liggen nog als pakken uitgerafelde papieren op de vensterbanken.
‘Ik sta er hier alleen voor’, zucht Ouedraogo verontschuldigend. Zijn collega Hamadou Kalaga, in Legmoin, heeft alle registers al netjes geordend in de nieuwe kasten opgeborgen. Het is geen toeval dat het ook in Kalaga’s gemeenten is dat Plan een registratiecampagne heeft lopen. Kalaga bracht in zijn 28 dorpen in kaart wie nog niet geregistreerd was en Plan betaalt de anderhalve euro aan de staat voor de jugement supplétif, de rechterlijke beslissing om op basis van twee getuigenissen laattijdig geboorteaktes toe te kennen. We maken zo’n sessie mee in Legmoin, waar de rechtbank omwille van ons bezoek speciaal op dinsdag zitting houdt. Ietwat bedremmeld vertonen de kinderen zich een voor een aan de prefect.
Telkens treden de RAV en de chef coutumier van hun dorp als getuige op. Als we aan een van de RAV’s vragen waarom zo’n geboortregistratie nodig is, kan hij het niet echt uitleggen: het is belangrijk omdat het belangrijk is. Dat zo’n papier belang heeft, blijft bizar voor de meeste mensen hier. Precies daarom financiert Plan hier een theater dat op een aanschouwelijke manier aantoont wat zo’n geboorteakte kan betekenen. Samen met de helft van Legmoin wonen we zo’n vertoning bij, alweer in de schaduw van een grote boom. Een mokkende vieux die geboorteaktes eerst als nutteloze nieuwlichterij afdoet, moet later -tot jolijt van alle toeschouwers- schoorvoetend op zijn mening terugkomen als blijkt dat hij kan erven… op voorwaarde dat hij papieren kan voorleggen.
‘Werken aan geboorteregistratie, is werken aan de capaciteit van de staat om een beleid te voeren’, onderstreept hoge commissaris Diallo. ‘Als ik niet weet hoeveel kinderen hier wonen, hoe kan ik dan pleiten voor de bouw van een school of een gezondheidspost? In onze provincie heeft 95 procent van de mensen geen geboorteakte. Zo worden achtergebleven regio’s verder gemarginaliseerd.’ Wie geen papieren heeft, kan in principe ook niet gaan stemmen. Wat betekent dat deze afgelegen streken ook politiek amper meespelen.
De staat is hier in principe gewonnen voor de registratie, maar tussen droom en daad staan nog veel praktische obstakels. ‘We hopen dat de overheid beslist om het laattijdig registreren voor een jaar gratis te maken. Als dat gebeurt, moet het percentage geregistreerden in een enkel jaar opgetrokken kunnen worden van 30 tot 75 procent’, zegt Paul Doygbe van Plan Burkina.
Maar het blijft vechten, want Burkina Faso is een van de armste landen ter wereld en er zijn dus vele prioriteiten. ‘Dan helpt het dat er zoiets als een Kinderrechtenverdrag bestaat en dat Burkina dat heeft bekrachtigd’, zegt Sven Rooms van Plan België. ‘We kunnen de overheid daarmee confronteren. Daardoor komt onze eis meer bovenaan de stapel eisen te liggen.’ Of hoe mensenrechtenverdragen tot diep in de Afrikaanse savanne een invloed hebben.

Een nieuw Plan?


Plan International werd opgericht in 1937 en is daarmee een van de oudste ontwikkelingsngo’s. De werkwijze van de ngo is in de loop der jaren sterk geëvolueerd. Waar aanvankelijk ouders in rijke landen effectief geld konden storten voor één enkel kind in een ontwikkelingsland -een wat sentimentele aanpak die veel kritiek kreeg- werkt Plan nu net als de andere grote ngo’s met programma’s. Dat gaat zo: Plan Burkina stelt een tienjarenplan op, dat dan wordt vertaald in jaarplannen- en doelen en bijhorende financiële noden. In functie van die noden wordt in Burkina het aantal Plankinderen gezocht dat nodig is om die programma’s te betalen.
Sven Rooms van Plan België: ‘Op die manier ontstaat een stabiele geldstroom voor de programma’s. Elke ouder betaalt immers 23 euro per maand per kind en de ervaring leert dat mensen gemiddeld acht jaar Planouder blijven.’ Voor Burkina Faso zorgden Planouders voor het voorbije boekjaar voor 300.000 dollar. Daarbovenop brachten giften van particulieren, gemeenten en stichtingen dit jaar nog eens 180.000 dollar in het laatje.
De structurele werking en financiering belet niet dat Planouders communiceren met “hun” kind. Integendeel, Plan besteedt ook vandaag heel wat energie aan het heen en weer sturen van brieven tussen ouders en kinderen.
Voor al zijn programma’s samen haalde Plan België in 2004 bijna 11 miljoen euro aan particuliere giften op. Daarmee komt de ngo in ons land na Artsen zonder Grenzen op de tweede plaats. Plan International haalde vorig jaar 300 miljoen dollar bijeen: Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk zorgen voor de grootste bedragen. (jvd)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur