Bush stopt financiering democratiseringsprojecten in Irak

De regering van de Amerikaanse president George W. Bush vermindert de uitgaven voor democratisering in Irak aanzienlijk. Een opmerkelijk zet, aangezien de president bij zijn tweede inaugurele rede, in januari, nog het belang van democratisering in het Midden-Oosten benadrukte.
Organisaties die zich inzetten voor bevordering van democratie, zien hun inkomsten met miljoenen teruglopen. Sommige organisaties staan sinds april al droog, andere proberen de zomer nog door te komen met het beschikbare geld.

Projecten in Irak, bedoeld om Iraki’s te leren hoe ze politieke partijen, denktanks, mensenrechtenorganisaties, vrije persorganen en vakbonden moeten opzetten, staan onder druk. De bezuiniging op de projecten is volgens betrokkenen te wijten aan de torenhoog oplopende beveiligingskosten. Die leidden er ook al toe dat Bush zijn ambitieuze wederopbouwprogramma’s, bedoeld om de infrastructuur in Irak te herstellen, moest bijstellen.

Bij het begin van de oorlog in Irak was geld nog geen probleem voor de organisaties die vanouds betrokken waren bij het bevorderen van democratie. Vlak na de val van Bagdad, kreeg de National Endowment for Democracy (NED) 25 miljoen dollar om de programma’s in Irak uit te breiden. In totaal ging er uiteindelijk 71 miljoen naar de NED. De organisatie stortte een deel van dat geld op rekening van het National Democratic Institute for International Affairs en zijn zusterorganisatie, het International Republican Institute. Beide instituten zijn gelieerd aan de twee belangrijkste politieke partijen in de VS.

Aan de geldstroom naar beide organisaties kwam echter recent een einde. Hun enige financiering komt nu nog uit speciale fondsen die het Congres vorig jaar daarvoor reserveerde. Dat besluit was mede te danken aan de inzet van senator Edward M. Kennedy, een Democraat uit Massachusetts. “De oplossing in Irak ligt in politieke vooruitgang en het is onverantwoord als het Witte Huis nu bezuinigt op projecten die de democratie in Irak moeten bevorderen”, zo zei Kennedy in zijn pleidooi.

De regering-Bush reserveerde in het budget voor volgend jaar slechts 15 miljoen voor de twee partij-instituten. Het totale bedrag dat in 2007 is gereserveerd voor democratisering, is 63 miljoen dollar. Dat betekent dat de meeste programma’s gestopt moeten worden. Een extra verzoek van de president leidde tot een aanvullening met 10 miljoen, een fractie van de tientallen miljoenen die de oorlog in Irak de VS dagelijks kost.

Jennifer Windsor, uitvoerend directeur van Freedom House, een non-profit belangengroep die nauw met de regering verbonden is, zegt “verbijsterd” te zijn over het intrekken van de financiële steun voor democratisering. “Juist nu is het belangrijk te laten zien dat democratie meer is dan het houden van verkiezingen”, zegt ze.

Mary Shaw van Amnesty International USA is het daarmee eens. “De Amerikaanse steun aan democratische instituten in Irak is cruciaal voor de toekomst van de mensenrechten in dat land. Drie jaar na de invasie staat Irak op een kritiek kruispunt, de veiligheid van de inwoners van Irak staat daarbij op het spel.” De VS zijn aan het Iraakse volk verplicht om de middelen te verschaffen om ook de maatschappelijke infrastructuur op te bouwen, zegt Shaw. “Alleen dan kan Irak echt vrij zijn.”

Christopher J. Roederer, rechtsgeleerde aan de Florida Coastal School of Law, vindt het besluit van de regering Bush niet verrassend. “Bevorderen van democratie was niet de belangrijkste reden om Irak binnen te vallen, het werd zelfs niet eens als zodanig genoemd. Het kwam pas in beeld na de invasie in Irak en nadat bleek dat de andere argumenten, dat Irak massavernietigingswapens zou bezitten en dat het land banden met al Qaeda zou hebben, geen stand meer hielden.” (JS)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift