Cancun: mislukking of overwinning?

De ministeriële conferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in Cancun had alles van een klassiek drama: de complexe karakters, het conflict en tenslotte de catharsis. De Europese Unie in de rol van de held die zijn ware kleuren toont.
De ministeriële conferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in Cancun had alles van een klassiek drama: de complexe karakters, het conflict en tenslotte de catharsis. De Europese Unie in de rol van de held die zijn ware kleuren toont.
‘Dit is een historisch moment’, zei Ivonne Baki, minister van Buitenlandse Zaken van Ecuador, op het einde van de WTO-top die van 10 tot 14 september plaatsvond in het Mexicaanse Cancunconferentie. ‘Wie het terrorisme wil bestrijden, moet de handel eerlijker maken. Dat is precies wat de groep van 22 ontwikkelingslanden nastreeft. Mensen op het platteland trekken naar de steden waar ze verbitterd raken. De stap naar geweld is dan zeer klein. Daaraan kunnen we iets doen door de handel in landbouwproducten eerlijker te maken, zodat de boeren het platteland niet moeten ontvluchten.’ Of dat ook zal lukken, is onzeker.
Het was lang geleden dat de ontwikkelingslanden zo verenigd optraden op een bijeenkomst van dit niveau. ‘Ik denk dat de aard van onderhandelingen tussen Noord en Zuid voor goed veranderd is’, zei Alex Erwin, handelsminister van Zuid-Afrika. ‘We hadden voldoende technische capaciteit en gewicht om als gelijke met de rijke landen om te gaan.’ Ook WTO-directeur-generaal Supachai Panitchpakdi trok het besluit dat zijn organisatie voortaan met al zijn 148 leden zal moeten leren leven.

De onverwachte coalitie


Cancun moest de onderhandelingsagenda, die twee jaar geleden op de vorige WTO-top in Doha was afgesproken, vooruit helpen. Het woord ontwikkeling kwam liefst 63 maal voor in de slottekst van Doha. De noden van de ontwikkelingslanden zouden centraal staan, stond er letterlijk. Na Cancun is het duidelijk dat dit niet veel meer dan rethoriek was. De Europese Unie en de Verenigde Staten stelden zich immers hard op. Voor de rijke landen was het business as usual. In de loop van de onderhandelingen werd zonneklaar dat hun eigen belangen centraal stonden: meer markttoegang voor hun industriële producten, niet te veel toegevingen inzake de subsidiëring van hun landbouw en -vooral voor de EU- de start van onderhandelingen over de zogenaamde Singapore issues. Dat zijn vier thema’s die in 1996 op de lijst van mogelijke onderhandelingen gezet werden: globale regels voor investeringen, openbare aanbestedingen, concurrentie en het transparanter maken van handelsprocedures.
ontwikkelingslanden voelden blijkbaar van waar de wind kwam. Een groep van 20, en later 22, relatief grote ontwikkelingslanden waaronder India, China, Zuid-Afrika en het bijzonder actieve Brazilië, legde het landbouwthema op de onderhandelingstafel. Ze vroegen dat de rijke landen hun exportsubsidies tegen een af te spreken datum zouden afschaffen. Ook andere subsidies zouden moeten verminderen indien ze handelsverstorend zijn. Voorts eisten ze een concrete uitwerking van de speciale behandeling waarop ontwikkelingslanden volgens de WTO recht hebben. Het was niet eens zo’n radicaal voorstel voor een ontwikkelingsronde. Tenslotte hadden de EU en de VS zich er in Doha toe verbonden de ‘exportsubsidies te verminderen met het doel ze uit te doven’. Celso Amorim, de Braziliaanse minister van Handel verbond het initiatief van de G22 uitdrukkelijk met Seattle en de andersglobalistische beweging: ‘In Seattle klaagden de manifestanten aan dat de WTO enkel met commercie en business bezig was. Wij willen tonen dat de WTO ook sociale doelen kan realiseren. Deze conferentie moet iets aan armoede doen.’
Dat was dus niet zo makkelijk. Zodra de G22 een feit was, hing er spanning in de lucht. De EU en VS wezen fijntjes op de uiteenlopende belangen van de G22-landen en meenden dat de coalitie wel zou breken als het onderhandelen echt begon. Een brede coalitie van minstens 70 ontwikkelingslanden liet, bij monde van een zeer scherpe Maleisische minister Rafida Aziz weten dat ze niet wilden onderhandelen over de Singapore issues. ‘Vijftien jaar geleden dicteerden de rijke landen de agenda. Die tijd is voorgoed voorbij.’ De weerstand tegen de Singapore issues was zo groot omdat de EU ze in Doha door de strot van de ontwikkelingslanden had geramd. Een ultieme verzetsdaad van India zorgde er toen wel voor dat de onderhandelingen over de Singapore issues enkel konden starten mits ‘expliciete consensus’ van alle WTO-leden.

EU verspeelde haar krediet


De voorzitter van de conferentie, de Mexicaanse minister van Buitenlandse Zaken Ernesto Derbez, legde een voorstel van compromis op tafel. Die ontwerptekst bevatte een lijst van producten die belangrijk waren voor de ontwikkelingslanden. De rijke landen zouden de exportsubsidies daarvoor moeten afschaffen. Tegelijk bleven drie van de Singapore issues in de tekst staan. Bovendien zouden ontwikkelingslanden hun (hogere) invoertarieven voor industriegoederen meer moeten verlagen dan de (lagere) tarieven van de rijke landen. Zeer ontgoochelend was de tekst over de vraag van vier West-Afrikaanse landen om iets te doen aan hun katoenprobleem. Deze landen produceren zeer efficiënt katoen maar lijden onder een zeer lage wereldmarktprijs die in belangrijke mate het gevolg is van de massieve subsidies (4 miljard dollar) die de VS aan hun 25.000 katoenboeren geven. De ontwerptekst gaf de vier landen, die de afschaffing van de subsidies of compensaties vroegen, platweg de raad hun economie te diversifiëren. Niet erg behulpzaam voor boeren die nu honger lijden.
Europees onderhandelaar Pascal Lamy kwam na de bekendmaking van het ontwerp nogal opgewekt verklaren dat hij toch wel een probleem had met de tekst omdat hij een Singapore issue moest laten vallen. De ontwikkelingslanden lieten hun ontgoocheling niet openlijk blijken maar in de wandelgangen was duidelijk hoeveel ontevredenheid er bij hen leefde over de tekst. Het feit dat de beloofde afschaffing van exportsubsidies op landbouwproducten weer geen duidelijke einddatum meegekregen had en de hardnekkigheid waarmee de EU en Japan op de vier Singapore issues bleven hameren, zetten veel kwaad bloed. Toen de Afrikaanse Unie, de Minst Ontwikkelde landen en de ACP-landen op de slotdag lieten weten dat ze over geen enkel Singapore item wilden spreken, trok voorzitter Derbez het besluit dat het beter was de conferentie af te blazen.
Toen het nieuws van de breuk via afgevaardigden van Kenia en Oeganda de perszaal bereikte, begonnen ngo-vertegenwoordigers en journalisten uit ontwikkelingslanden te juichen, te lachen en te zingen. ‘Het feit dat andere thema’s dan landbouw naar voor werden geschoven, leidde uiteindelijk tot de blokkage. De wereld is veranderd. Democratie is veel moeilijker’, verklaarde de Braziliaanse minister Celso Amorim. Louis Michel foeterde achteraf op voorzitter Derbez die de onderhandelingen veel te vroeg zou hebben afgeblazen: de Europese onderhandelaars vonden dat er wel degelijk nog onderhandelingsruimte was. Europees onderhandelaar Lamy noemde de WTO zelfs een middeleeuwse organisatie omdat er onvoldoende regels en procedures zijn om een onderhandeling met 148 landen over zeer complexe onderwerpen tot een goed einde te brengen. Feit is dat de EU het gevoel bij de ontwikkelingslanden verkeerd ingeschat heeft. ‘Het krediet dat de EU opgebouwd had via het verzet van Duitsland, Frankrijk en België tegen de oorlog in Irak, heeft het verkwanseld door zich in de ontwikkelingsronde op te stellen als spreekbuis van de grote ondernemingen’, besloot de Filipijnse professor en andersglobalist Walden Bello.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur