Cariben hebben hun huiswerk voor Johannesburg niet gemaakt

De civiele maatschappij in het Caribische gebied vreest dat de delegaties van hun regio niet klaar zijn voor de Wereldtop over Duurzame Ontwikkeling (WSSD), die maandag van start gaat in Johannesburg. De landen missen een gecoördineerde aanpak waardoor de kans klein is dat ze enige impact kunnen hebben op de bijeenkomst, waar ongeveer 40.000 mensen verwacht worden. Rio+10 wordt wereldwijd gezien als de kans om de balans op te maken van de wereldwijde duurzame ontwikkeling en om de krijtlijnen voor de toekomst uit te zetten.


Volgens experts in de Cariben hebben de landen gewoon hun huiswerk niet
gemaakt. Weinig landen hebben zelf belangrijke stappen gezet in de richting
van duurzame ontwikkeling. Vele van onze politieke leiders kennen zelfs
Agenda 21 niet - het actieplan dat tien jaar eerder werd overeengekomen in
Rio - en het is nochtans over de toepassing daarvan dat het gaat in
Johannesburg, zegt Ijahnya Christian, directeur van de Anguilla National
Trust op het eiland Anguilla. Een goed beleid is een voorwaarde voor
duurzame ontwikkeling, maar in de Cariben heeft men onvoldoende moeite
gedaan om de bevolking bij de problematiek te betrekken, stelt ze. Kamau
Akili, vice-president van Tobago geeft toe dat er wat mis is met beleid.
Ons politiek systeem laat vaak een goede planning en het werken naar doelen
op lange termijn niet toe, stelt hij. Tobago richt momenteel een raad voor
duurzame ontwikkeling op om hieraan te verhelpen.

De Caribische eilanden hebben nochtans groot belang bij Rio+10. Ze zijn
enorm kwetsbaar voor natuurrampen en de gevolgen van klimaatsveranderingen,
zoals de stijging van de zeespiegel. Bijna één derde van de koraalriffen in
de Cariben is in gevaar door erosie en bezinking. Latijns-Amerika en de
Cariben bezitten 16 procent van al het onvruchtbare land op aarde en ze
worden daarin enkel voorbijgestoken door Afrika en de Stille Oceaan.

Maar volgens een expert maken de Cariben de fout Rio+10 uitsluitend te zien
als een milieuconferentie, terwijl duurzame ontwikkeling evengoed te maken
heeft met economische en sociale ontwikkeling. De Cariben worden met zware
milieuproblemen geconfronteerd, maar duurzame ontwikkeling moet evengoed oog
hebben voor handel, energie of de aidsproblematiek, want dat is
ontwikkeling, argumenteert Al Binger, directeur van het centrum voor milieu
en ontwikkeling aan de universiteit in Kingston.

Kleine eilanden hebben het vaak moeilijk om aan internationale
onderhandelingen deel te nemen, en hun kleine delegaties zijn benadeeld
tegenover de omvangrijke delegaties van hun grote tegenhangers. Doordat de
regio door de VN samengevoegd wordt met Latijns-Amerika waren de kleine
eilanden al in de voorbereiding gemarginaliseerd. Maar dan nog zouden de
Caribische landen er meer kunnen uithalen dan ze nu doen, oordeelt Binger.
Er is onvoldoende samenwerking, er is bijvoorbeeld weinig gebruik gemaakt
van de Regionale Onderhandelingsorganisatie (RNM) opgericht om advies te
geven aan de Caribische landen omtrent internationale handelsovereenkomsten
..

De verwachtingen zijn dus niet al te hoog gespannen. De landen zouden zich
al klaar moeten maken voor de Barbados+10 conferentie over de kleine
eilanden, door een gezamenlijk plan op te stellen, vindt Binger. Maar ook
dat is tot hiertoe niet gebeurd, door een gebrek aan financiële middelen. De
ontwikkelingshulp aan de Caribische eilanden is sinds 1990 aanzienlijk
gedaald.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift