Case 1: het Conga-project in Peru

Sinds de jaren 1990 kent de mijnbouwindustrie in Peru een snelle expansie. Vandaag is het land een van de belangrijkste producenten ter wereld van onder meer zilver, zink, koper, lood en tin. Peru is de grootste goudproducent van Latijns-Amerika en de zesde wereldwijd. Tegelijk met de stijgingen van de metaalprijzen op de wereldmarkten kent ook de Peruaanse economie een gestage groei.
De concessies voor mijnbouw bevinden zich vooral in het Andesgebergte, dat het land van noord tot zuid doorkruist en de kust scheidt van het Amazonebekken. Veel concessies liggen in hoogvlaktes waar belangrijke waterlopen ontspringen. Bovendien vallen ze vaak samen met gronden van boerengemeenschappen, die leven van de landbouw en de veeteelt.

  • Reuters/Ybrahim Luna Bewoners uit de regio Cajamarca in het Peruaanse Andesgebergte verzamelen aan de Perol Lagune om te protesteren tegen de plannen om de Yanacocha-mijn uit te breiden. Reuters/Ybrahim Luna

In de regio Cajamarca, in het Andesgebergte in het noorden van Peru, ligt de grootste goudmijn van Latijns-Amerika – de Yanacocha-mijn. Die mijn is voor 51% eigendom van de Amerikaanse multinational Newmont Mining en voor 43% van het Peruaanse bedrijf Buenaventura. Daarnaast heeft ook de Wereldbank een aandeel van 5% in de mijn. Sinds de start van de operaties in 1993 is er in Yanacocha al meer dan 700 ton goud ontgonnen. De Yanacocha-groep heeft plannen voor een grote uitbreiding van de mijn, die negentien jaar nieuwe goud- en koperontginning mogelijk moet maken.

Het Peruaanse Ministerie voor Energie en Mijnbouw gaf in oktober 2010 haar zegen voor dit Conga-project. Het project zal zorgen voor de grootste buitenlandse investering ooit in Peru en de overheid prijst Conga dan ook als ‘noodzakelijk voor de nationale ontwikkeling’. De uitbreidingsplannen van Yanacocha botsen op heel wat lokale weerstand. Door het project zullen vier bergmeren verdwijnen in een uniek en fragiel ecosysteem en dit zal de watervoorziening en het leefmilieu in verschillende waterbekkens onomkeerbaar aantasten. Na twintig jaar mijnactiviteit heeft de bevolking bovendien alle vertrouwen in Yanacocha verloren.

Yanacocha is een goed voorbeeld van ‘environmentalism of the poor’ . De doorgaans vreedzame protesten van de lokale boerengemeenschappen worden er door de regering en de multinationals ernstig gecriminaliseerd. De lokale bevolking protesteert tegen uitbreiding van de mijnbouw, ook omdat mijnbouwbedrijven vaak gigantische winstmarges halen met de ontginning van goud en andere edelmetalen in de landen van het Zuiden.

De vergoeding die de bedrijven moeten betalen aan de overheid van die landen in de vorm van belastingen, vormt vaak slechts een zeer kleine fractie van die grote winst: de rest van het inkomen verlaat het land samen met de ontgonnen grondstoffen. Bij het Yanacocha-project in Peru komt maar 1,3% van de winst bij de Peruaanse staat terecht. 98,7% van de winst gaat dus naar het Noorden. Bovendien blijven bedrijven vaak jaar na jaar dezelfde hoeveelheid belasting betalen, hoewel de winst op het ontgonnen goud steeds verder toeneemt. Zo is de pure winst per ounce goud (circa 28,35 gram) de afgelopen twintig jaar gestegen van 170 naar 1630 dollar. Maar mijnbouwbedrijven betalen nog altijd evenveel belasting als twintig jaar geleden.

Agua si, oro no

In de invloedzone van het Conga-project is 98% van de bevolking voor haar levensonderhoud afhankelijk van de landbouw en de veeteelt. Veel voorkomende gewassen zijn aardappelen, gerst, graan, bonen, quinoa, maïs en erwten. De veeteelt zorgt onder andere voor vlees, melk en melkproducten. Cajamarca staat bovendien bekend als de zuivelstreek bij uitstek van Peru. De boeren zijn erg afhankelijk van de waterbronnen in hun directe omgeving. Agua si, oro no klinkt het dan ook bij de boerenorganisaties (‘water ja, goud nee’).

Het conflict met de Yanacocha-mijn is niet nieuw. De voorbije twintig jaar hebben de milieuvervuiling, de inname van landbouwgrond en de repressieve aanpak van protest geleid tot een hele reeks incidenten en confrontaties. In 2000 lekte een vrachtwagen van de mijn een lading van 150 kg kwik, waardoor meer dan 900 inwoners van een lokale gemeenschap vergiftigd werden. In 2004 protesteerden meer dan tienduizend mensen uit de streek tegen de uitbreiding van de mijn naar Cerro Quilish, een berg die enorm belangrijk is voor de watervoorziening van de omliggende gemeenschappen. Bij protesten tegen uitbreidingsplannen in 2006 werd één boerenleider doodgeschoten en raakten verscheidene mensen gewond. In 2007 werd milieuactivist Edmundo Becerra Corina, die het opnam tegen Yanacocha, in mysterieuze omstandigheden vermoord.

De lokale overheid beschuldigt de lokale leiders van terrorisme en verstoring van de openbare orde. Die criminalisering is een politieke strategie om burgerprotestbewegingen te ondermijnen en van hun legitimiteit te beroven. Journalisten leverden harde bewijzen van spionagenetwerken, opgezet door bedrijf en regering, bij de milieuorganisatie GRUFIDES, die de boerenorganisaties ondersteunt. Actievoerders en boerenleiders krijgen nog altijd regelmatig doodsbedreigingen.

Sinds 4 mei 2012 geldt er in Peru een nieuwe wet die de handelingsvrijheid van de politie en gewapende troepen vergroot. Politiegeweld met een dodelijke afloop blijft zonder gevolgen voor de agenten in kwestie. Peruaanse mensenrechtenadvocaten vragen de regering dat ze op zijn minst die misdrijven zou herkennen en er gevolg aan zou geven met een waardig proces. De lokale leiders hebben recht op vrije meningsuiting en het verdedigen van hun territoria zonder dat ze hoeven te vrezen voor hun leven en dat van hun familie. Deze wet is een duidelijke illustratie van de macht die multinationals vandaag hebben over arme staten.

Conga: dossier van nationaal belang

Eind 2011 begonnen de eerste protesten tegen het Conga-project. Niet alleen op het platteland, maar ook in de stad Cajamarca. Sindsdien volgden talrijke stakingen en protestacties, die konden rekenen op de steun van de regionale overheid. De Peruaanse regering kondigde een tijd de noodtoestand af in de regio en stuurde het leger naar Cajamarca. Bij verschillende confrontaties in de loop van 2012 vielen in totaal vijf burgerdoden.

In februari 2012 namen meer dan 100.000 mensen deel aan de ‘Mars voor het water’ van Lima naar Cajamarca. Hun eisen: de schrapping van het Conga-project, de bescherming van belangrijke waterbronnen door een nationale waterwet en effectieve raadpleging van de lokale bevolking. Deze nationale actie tegen Conga had zo’n impact dat Mining Corporation besliste het project on hold te zetten. Op die manier zag de Peruaanse regering een grote hoeveelheid staatsinkomsten verdwijnen. Lokale waarnemers berichten echter dat de exploratie, weliswaar in meer verborgen vorm, gewoon doorgaat.  Het antwoord van de regering op de protestmars was duidelijk: criminalisering en repressie. Mensen werden achtervolgd, bedreigd, bespioneerd en gemarteld. Afgelopen zomer werden vijf lokale boeren gedood door agressieve militaire groepen, ingehuurd door mijnbouwbedrijven. Het bedreigen en bespioneren van lokale leiders kan een strategie zijn om het verzet van de bevolking te temperen of te marginaliseren.

Conga is een symbooldossier geworden voor het lokale protest tegen grote mijnbouwprojecten overal in Peru en een eerste grote test voor het beleid van president Ollanta Humala, die sinds juli 2011 aan de macht is. Conga komt er hoe dan ook, klinkt het in Lima. Hoogstens kunnen er volgens de regering enkele aanpassingen komen in de technische details voor uitvoering van het project. Maar het ziet er niet naar uit dat de bevolking van Cajamarca zich snel bij die beslissing zal neerleggen. Conga no va , ‘Conga gaat niet door’ is dan ook de nationale leuze geworden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift