Centraal-Amerika na de storm

Nicaragua en Honduras richten zich voorzichtig op uit de modder en kijken nerveus in het rond. De wederopbouw vraagt meer dan alleen maar tijd, hopen geld en voortreffelijke ingenieurs. De slachtoffers mengen zich in het debat.
‘De eerste dagen na Mitch wilde ik eerlijk gezegd ook weg’, geeft Regina Fonseca toe. ‘Alles leek zo uitzichtloos. Ik kon alleen maar denken aan migreren.’ Ze slikt twee keer vóór ze haar verhaal over de ellende in de Hondurese hoofdstad Tegucigalpa kan verderzetten. Maar Regina, die enkele dagen in ons land te gast was bij de organisatie ‘Handicap en Ontwikkelingssamenwerking’, keert terug. Ze zorgt in de hoofdstad voor de opvang van mensen die door de ramp psychisch zwaar getraumatiseerd werden. Het verdriet om de doden en vermisten snijdt diep en de angst voor een volgende gril van de natuur verlamt. De schade is niet te overzien. Het landschap werd volledig omgewoeld. Oogsten, akkers en huisjes spoelden weg, verborgen landmijnen raakten op drift en vaten met uiterst giftige pesticiden van de bananenplantages bedreigen nu de garnalenkweek in de zee. Eén zoete troost verzachtte het leed: de overrompelende internationale solidariteit. Centraal-Amerika, zo is gebleken, ligt voor Europeanen nog steeds dichter bij hun hart dan Bangladesh.

De stilte vóór de storm

De uiteindelijke balans van de orkaan meldt tienduizend doden en enkele miljoenen daklozen. Dat is een pak te veel. Niet dat Mitch vermeden kon worden. Wel had de omvang van de catastrofe beperkt kunnen blijven. Natuurrampen maken in arme landen telkens ongemeen veel slachtoffers, vooral onder de armste lagen van de bevolking. In Nicaragua en Honduras, de landen die de zwaarste klappen kregen, is het niet anders gegaan. De twee landen behoren, na Haïti, tot de armste van Latijns-Amerika. In Nicaragua leefde in 1997 bijna de helft van de bevolking onder de armoedegrens. In het getroffen noorden was dat 70%. In Honduras kende meer dan de helft van de bevolking uiterste armoede.

Maar de mensen hadden hoop. Het beëindigen van de burgeroorlogen in de regio en het bezegelen van de vredesakkoorden, zou de sociale stabiliteit en de ontwikkeling ten goede komen. De voorspellingen van deskundigen gewaagden van een economische groei van 5% voor 1998. Mitch heeft die profetie aan flarden gerukt, maar ook zonder de ramp klonk dit cijfer bedrieglijk. In Nicaragua ging het de afgelopen acht jaar, sinds de neoliberale regeringen van Chamorro en Alemán, voor het grootste deel van de bevolking bergaf. In beide landen kreeg de regering de opdracht de economie te moderniseren om de groeiende schuldenlast te vereffenen. Structurele aanpassingsprogramma’s schroefden de uitgaven voor gezondheidszorg, onderwijs en huisvesting drastisch terug. In Nicaragua ging jaarlijks 40% van de inkomsten van het land naar de afbetaling van die buitenlandse schuld, in Honduras was dat één derde. Toen jaren geleden het noorden van Nicaragua ingepalmd werd door immense katoenplantages, restte tal van gezinnen niets anders dan elders grond te zoeken, op een plek waar niemand hen zou opjagen. Ze streken neer op de flanken van de vulkaan Casitas, in Posoltega. De huisjes die ze daar hadden opgetrokken, waren te bouwvallig om weerstand te bieden aan de modderstroom.

De politieke kracht van een natuurramp

Over een herziening van de ondraaglijke schuldenlast werd op diverse fronten druk onderhandeld. De vraag is of de regeringen van de getroffen landen ook bereid zijn het vrijgekomen geld effectief te investeren in de ontwikkeling van de meest achtergestelde bevolkingsgroepen. Nu de nood nog groter is dan voorheen, is de verleiding om door te rennen naar nog meer modernisering nog sterker. Eigen volk gaat dan niet altijd voor, zo bleek al in Honduras. Terwijl de garífuna’s (zie Wereldwijd-reportage van oktober 1998) volop bezig waren met het ruimen van de modder, haastte het parlement zich om de wijziging van artikel 107 van de grondwet goed te keuren. Buitenlanders krijgen voortaan het recht een kuststrook te kopen voor toeristische doeleinden. Het maandenlange protest van de garífuna’s tegen zo’n grondwetswijziging werd zo onder het puin van de orkaan bedolven. Eén maand na de ramp lokten enthousiasmerende advertenties de toeristen opnieuw naar de eilanden vóór de kust want ‘daar was alles weer als voorheen’. Tegelijk vernamen we dat in het departement Mosquitia, in het Noordoosten, nog steeds duizenden mensen afgesneden waren van alle hulp. Toch looft Nelly del Cid, die uit de noordelijke stad El Progreso komt, de inspanningen van de Hondurese president. ‘Er zijn speciale mechanismen in het leven geroepen om misbruiken en partijdigheid tegen te gaan en burgercomités hebben verantwoordelijkheden gedeeld. De afgelopen jaren hebben we ons uitermate ingespannen om corruptie en straffeloosheid te bestrijden. We willen niet dat deze noodtoestand het hele proces terugschroeft.’ Vele Hondurezen zijn ook verrast door de onderlinge solidariteit en de ontelbare basisorganisaties die plots het licht zagen.

Natuurrampen hebben in Centraal-Amerika al wel meer politieke aardverschuivingen veroorzaakt. De politieke manipulaties bij de wederopbouw van Mexicostad, na de aardbeving in 1985, ontnam de Mexicanen het laatste greintje vertrouwen in de regeringspartij. De verontwaardiging van het volk gaf toen een onverwachte impuls aan sociale bewegingen en groepjes van kritische burgers die inspraak en transparant bestuur eisten. En in Nicaragua wakkerden de schaamteloze wanpraktijken van Anastasio Somoza, na de aardbeving in 1974, de revolutionaire stemming aan. ‘Nauwe betrokkenheid van het volk bij de wederopbouw van het land is de enige garantie voor een ander en evenwichtiger ontwikkelingsmodel’, vindt Stefaan Declercq van Oxfam-solidariteit. Dat werd overigens duidelijk in Nicaragua. Daar waren de talloze netwerken aan de basis -nog een erfenis van de Sandinisten- van vitaal belang bij het verdelen van de hulpgoederen aan de slachtoffers van Mitch. Decentralisatie als voorwaarde voor democratie dringt zich steeds meer op. Niet zonder reden heeft president Alemán schrik voor de politieke munt die het FSLN, de Sandinistische oppositiepartij, uit de ramp wil slaan.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.