Centraal-Azië foltert onder het mom van terrorismebestrijding

Rusland, Oekraïne en de vijf Centraal-Aziatische republieken (Kazachstan, Tadzjikistan, Kirgizië, Turkmenistan en Oezbekistan) gebruiken een samenwerkingsverband voor terrorismebestrijding om gezochte vluchtelingen te ontvoeren, illegaal aan elkaar uit te leveren en te folteren. Ondanks bekendheid van het probleem bij de VN en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens houdt de internationale gemeenschap zich opvallend stil. Dat stelt Amnesty International in een rapport dat de organisatie deze week uitbracht.

  • CC Shrieking Tree De stilte van de internationale gemeenschap tegenover de behandeling van terreurverdachten in Centraal-Azië klinkt oorverdovend. CC Shrieking Tree

Concreet gaat het om mensen die in eigen land voortvluchtig zijn op verdenking van terrorisme, aanzetten tot haat of bedreiging van de staatsveiligheid en die daarom de grens met een buurland uit het Gemenebest van Onafhankelijke Staten overgestoken zijn. Het rapport haalt zowel voorbeelden aan van gemigreerde verdachten die in hun nieuwe land zonder sluitend bewijs worden opgepakt en vervolgens uitgeleverd aan hun land van herkomst, als van gevallen waarin verschillende nationale veiligheidsdiensten samenwerken om vermeende terroristen en verdachte personen te ontvoeren en te folteren.

Gemenebest biedt mogelijkheden voor uitlevering

Om de internationale uitleveringen een wettelijke basis te geven, grijpen de staten van het Gemenebest terug op samenwerkingsmechanismen die opgesteld werden om terroristische dreigingen aan te pakken. Die mechanismen maken het voor veiligheidsdiensten tegelijkertijd echter makkelijker om uit buurlanden gevluchte aanhangers van verboden religies, activisten of personen die financiële steun aan oppositiepartijen verlenen – ongeacht hun schuld aan misdaden en status als vluchteling of asielzoeker – uit te leveren aan hun land van herkomst.

De laatste jaren worden via de samenwerking steeds meer verdachten vanuit Rusland, Kazachstan en Oekraïne aan Tadzjikistan en Oezbekistan – de grootste vragende partijen voor uitlevering van verdachten – uitgeleverd. Beide landen staan bekend om hun slechte behandeling van gevangenen.

Sovjetmethodes blijven in gebruik

Dat de uitleveringen tussen de staten zo vlot verlopen – slechts een klein aantal van de aanvragen wordt geweigerd –, wijt Amnesty International aan de doorwerking van methodes uit het Sovjettijdperk. Volgens het rapport werden veel huidige regeringswerknemers en veiligheidsagenten in de regio nog opgeleid door de Russische KGB of afdelingen ervan in andere ex-Sovjetstaten.

Die gemeenschappelijke vorming zorgt ervoor dat de veiligheidsdiensten nauw met elkaar kunnen samenwerken om op grootschalige en systematische basis verdachten op te sporen, te ontvoeren en in het geheim (en illegaal) uit te leveren. Volgens John Dalhuisen, directeur van het Europese en Centraal-Aziatische programma van Amnesty International, ‘zouden de uitwisselingen niet mogelijk zijn zonder de medewerking van hooggeplaatsten in de wetgevende en rechterlijke instanties van de landen, noch zonder de bewuste keuze van de betrokken landen om het verbod op foltering – en op het uitleveren van vluchtelingen naar landen die folteringen uitvoeren – naast zich neer te leggen.’

Uitleveringen in strijd met mensenrechten

Met de uitleveringen overtreden de landen het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens. Dat verdrag verbiedt onvoorwaardelijk het uitleveren van gevangenen als de kans bestaat dat ze na hun aankomst gefolterd zullen worden. Wanneer het Europees Hof voor de Rechten van de Mens de repatriëring van een vluchteling verhindert en erin slaagt de beschuldigde te laten vrijkomen, zo meldt het rapport, blijkt de vrijgesproken verdachte daarna in verschillende gevallen te verdwijnen. Enkele weken later duiken dergelijke verdwenen verdachten vaak weer op in een Tadzjiekse of Oezbeekse gevangenis. 

Professor Bruno De Cordier, medewerker bij de Conflict Research Group aan de Universiteit Gent, geeft aan dat de samenwerking in het Gemenebest bovendien niet de enige manier is waarop de betrokken landen kritiek van mensenrechtenorganisaties omzeilen: ‘In Tadzjikistan worden mensen die een volgens de veiligheidsdiensten ongewenste mening verkondigen, niet wegens die mening vastgezet. Leiders in Centraal-Azië weten immers best wel dat ze daarmee internationale kritiek oogsten. Daarom arresteren ze verdachten voor minder opvallende redenen, door bijvoorbeeld drugs of pistolen te planten bij huiszoekingen.’

Dat er ondanks de grote bewijslast geen internationale actie ondernomen wordt tegen de schending van fundamentele mensenrechten en het omzeilen van uitspraken van het Hof, stelt het rapport, kan te maken hebben met het feit dat de Westerse wereld gelijkaardige praktijken gebruikt in haar internationale terrorismebestrijding. Volgens Dalhuisen zorgt de stilte van het Westen er wel voor ‘dat de integriteit van de status van internationale mensenrechten door de doorgedreven jacht op terrorisme in het gedrang komt’ – niet enkel in Centraal-Azië, maar ook in het Westen, waar de jacht op terreur eerder op dezelfde manier de weg vrijmaakte voor ontvoering, illegale uitlevering en foltering van vermeende gevangen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2925   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift