CEPAL voorspelt negatieve groei van 0,7 procent

Een slabakkende wereldeconomie en de voortdurende
vrees voor een recessie in de Verenigde Staten, hebben alle hoop op nieuwe
groei voor Latijns-Amerika en de Cariben van tafel geveegd. Een VN-rapport
van vorige week voorspelde een algemene economische groei van slechts 0,5
procent in 2002 ten aanzien van 4,1 procent in 2000. Maar volgens een update
van de cijfers deze week ziet het er nóg slechter uit. Zowat alle
belangrijke landen in de regio - Argentinië, Brazilië, Mexico, Chili,
Colombia, Peru, Uruguay, Venezuela en Bolivia - zijn zwaar getroffen door
zowel interne als externe factoren.


Hubert Escaith van de Economische Commissie voor Latijns Amerika en de
Cariben van de VN (CEPAL) stuurde deze week de schattingen van een pas
gepubliceerde studie bij. Onze huidige schatting is een negatieve groei van
min 0,7 procent in 2002, gebaseerd op herziene negatieve cijfers voor
Argentinië, Uruguay en Venezuela.

Ook de positieve vooruitzichten voor twee van de grootste Latijns
Amerikaanse landen - Mexico en Brazilië - zijn afgezwakt naar een groei van
respectievelijk 1 en 2 procent. De studie stelt dat de Latijns-Amerikaanse
economieën veel te vrezen hebben van de scherpe daling van de groei van de
wereldhandel en van de economische problemen in de VS en Japan. De studie
zal besproken worden op een bijeenkomst van de Economische en Sociale Raad
(ECOSOC) die op 1 juli van start gaat.

De economische activiteit in Latijns-Amerika en de Cariben breidde dit jaar
amper uit, waardoor het veelbelovende herstel verdween dat in 2000 was
begonnen. De netto buitenlandse directe investeringen daalden verder van
64,8 miljard dollar in 2000 naar 58,3 miljard dollar in 2001. Die trend trof
vooral Argentinië, Brazilië en Venezuela. De bruto buitenlandse schuld kromp
lichtjes in, namelijk van 740 miljard dollar in 2000 naar 726 miljard dollar
in 2001.

Terwijl de crisissen in de jaren 90 zich telkens beperkten tot enkele landen
overspoelt de huidige crisis de volledige regio. De vertraging van de
economie in de geïndustrialiseerde landen werd nog versterkt door de daling
in de VS die groter was dan verwacht, en de daling van de aandelenmarkten na
de terroristische aanslagen van 11 september. Daarnaast zijn er regionale
factoren, zoals het uit de hand lopen van de financiële crisis in Argentinië
en de repercussies daarvan in andere landen. De energiecrisis in Brazilië,
natuurrampen zoals de aardbevingen in El Salvador, de droogte in
Centraal-Amerika, orkanen in Cuba, Honduras en Jamaica. Dat verplichtte de
regeringen tot onvoorziene uitgaven. Ondertussen tastte het uitbreken van
mond- en klauwzeer in het zuiden de vleesexport aan.

In augustus vorig jaar kreeg de Braziliaanse regering een lening van 15
miljard dollar van het IMF los. Minister van Financiën Pedro Malan zei
onlangs dat de overheid het budgetsurplus wil verhogen en een deel van de
buitenlandse schulden terugkopen. Die maatregelen moeten de golf van
ongerustheid die Brazilië teistert, counteren.

In tegenstelling tot Brazilië is Argentinië er niet in geslaagd om
belangrijke steun van het IMF vast te krijgen. De crisis in Argentinië is
ondertussen al overgewaaid naar Uruguay, dat zich verplicht zag zijn munt te
devalueren. De Uruguayaanse economie is aan zijn vierde opeenvolgende jaar
van recessie toe. Ook de Chileense economie heeft ondanks zijn gezonde
fundamenten aan kracht verloren. In Colombia werd de ontwikkeling
geblokkeerd door een zwakke interne vraag en door de buitenlandse context,
met uitzondering van de sterk groeiende export naar Ecuador en Venezuela.
Ook de Peruaanse economie presteerde zwak en de Boliviaanse economie
stagneerde door zwakke binnen- en buitenlandse markten.

CEPAL stelt dat Latijns Amerika externe financiële steun nodig heeft om de
nodige investeringen uit te voeren. De internationale financiering,
waaronder de rol van multilaterale organisaties moet herzien worden, om de
onstabiele aspecten van de moderne internationale financiering beter te
controleren, zegt Hubert Escaith. CEPAL wijst er ook op dat Latijns Amerika
sterk afhankelijk is van de export en van buitenlands kapitaal. Vrije
toegang tot Europese en VS markten zijn noodzakelijk, aldus Escaith. En op
binnenlands vlak moeten de landen hun macro-economische structuren aanpassen
aan de noden van de globale economie. In het verleden is macro-economisch
beleid pro-conjunctureel geweest: expansiegericht in een periode van groei
en beperkend in het geval van daling. Eigenlijk zou het omgekeerd moeten
zijn.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift