Chika Unigwe: 'Migreren is ook niet meer wat het was'

Chika Unigwe wordt aangekondigd als dé Vlaamse literaire sensatie van dit najaar. Ze kreeg eerder al een Commonwealth Prize, een BBC Prize en een Caine Prize voor haar kortverhalen. Haar Nederlandstalige debuutroman, De feniks, is pas uit en was de aanleiding voor een gesprek met de auteur die tot haar 21 jaar in Enugi, Nigeria, woonde. ‘Ik woon nu acht jaar in Turnhout, spreek voldoende Vlaams, heb hier vrienden, voel me thuis. Als ik in Brussel kom, ben ik een toerist, alsof ik in een ander land terechtgekomen ben.’ Kempenaren en Igbo’s, één provincialistisch front?
‘Eenzaamheid is een ervaring die fundamenteel samenhangt met migratie -om het even van waar je komt of naar waar je gaat. Al zal die eenzaamheid in Afrika waarschijnlijk wel wat minder spelen, omdat mensen er veel meer de neiging hebben bij elkaar langs te lopen of op elkaar toe te stappen. Als je in Vlaanderen terechtkomt zonder meteen opgenomen te worden in het familiale of vriendennetwerk van iemand, dan sta je er alleen voor. Niemand zal je vragen om eens een kop koffie te komen drinken. Ik heb een jaar gestudeerd in Leuven en heb daar maar drie meisjes leren kennen -met geen van hen heb ik nog contact. In Afrika zijn zulke contacten veel vanzelfsprekender. Zelfs in de metropolis van de eenentwintigste eeuw hebben we een aantal omgangsvormen uit de dorpse samenleving bewaard. Je groeit er op met de vanzelfsprekendheid van veel volk in huis, met neven en nichten die allemaal broers en zusters zijn, met bezoekers die komen zonder te zeggen wanneer ze weer zullen vertrekken.’
***
‘Ik heb nog steeds momenten dat heimwee me overvalt. Het meest probate middel daartegen is telefoneren. Ik heb vier zussen en twee broers. We hebben vaak contact met elkaar, ook al woont iedereen, behalve een zus, intussen in een of ander buitenland. Zelfs mijn moeder is geëmigreerd. Gelukkig zijn er computerprogramma’s die het internationale telefoonverkeer veel goedkoper gemaakt hebben. In die zin is migreren vandaag niet meer wat het vijftig jaar geleden was. Ik bel, bezoek, chat en mail voortdurend met mijn familie, of die nu in Nigeria of Noord-Amerika woont. Het is dus makkelijker geworden om de band met je verleden aan te houden -en tegelijk een stuk moeilijker om afstand te nemen van het leven dat je achterliet.’
***
‘In onze woonkamer in Turnhout staan Afrikaanse, uit hout gesneden meubelen. Het grappige is dat je die dingen nooit zult vinden in een Nigeriaanse huiskamer. (Ze haalt een foto-album van thuis en toont de woonkamer van het ouderlijke huis: geen spoor van Afrikaans houtsnijwerk). Het is met meubelen zoals met taal: wat uit Europa komt, wordt vanzelf hoger gewaardeerd dan wat Afrikaans is. De kolonisatie is nog niet voorbij in de hoofden van de mensen. Wat je in mijn woonkamer ziet, is gemaakt door Amas, een Nigeriaanse vriend die nu in Wales woont. Het is zijn manier om uit te drukken dat we terug naar een meer natuurlijke levensstijl moeten. De figuren en symbolen in het houtsnijwerk zijn voor mij gewoon esthetische elementen. Amas is van een andere etnisch-culturele groep, dus ik weet niet eens of hij gebruik maakt van traditionele motieven, gewoon scheppend te werk gaat of dat hij beide artistieke benaderingen combineert.’
***
‘Ik ben met de jaren geduldiger en toleranter geworden tegenover Vlamingen die zich aangetrokken voelen tot Afrika. Dat geduld is nodig, want ze komen altijd aanzetten met clichés en irritante vragen. Maar ze bedoelen het goed, natuurlijk. Wie weinig buiten de grenzen van Europa komt, kàn ook niet veel meer van de wereld kennen dan wat hij in National Geographic leest of op tv ziet. Een vriendin van me in Londen gaf een cursus creative writing aan een Londense universiteit en zij kreeg exact dezelfde vragen als Oge, het hoofdpersonage van De feniks, in de trein tussen Turnhout en Leuven. Waarom zijn jullie tanden zo wit? Spreek je Swahili? Is het altijd warm in Afrika? En slapen de mensen in hutten op matrassen?…
Op een bepaald moment reageerde mijn vriendin op weer zo’n vraagje met de opmerking: ‘Als ik vooraf weet dat iemand uit een ander land met me komt spreken, dan zorg ik ervoor dat ik me extra informeer over mijn eigen land, dan kom ik niet zo dom over.’ Ook mensen die in Afrika reizen, zien een ander continent dan de Afrikanen die er dagelijks leven. Toen ik voor de eerste keer in Kenia kwam, heb ik me ook als toerist gedragen, compleet met geldbuidel om mijn middel, camera in de aanslag, interesse in dieren en safari’s. Om Afrika te kennen, moet je er ook echt wonen.’
‘Wie naar een ander land verhuist met in steen gehouwen beelden over zichzelf en over de andere, die zal er ook niet snel toe komen die beelden te ontmantelen of open te breken zodat er nieuwe kunnen ontstaan. Je moet met een open houding leven om iets nieuws te zien, te begrijpen en te aanvaarden. Zoniet blijf je steken in je eigen clichés, vooroordelen en gebrek aan kennis. Ik heb Afrikaanse vriendinnen die jarenlang in België gewoond hebben, en toch bestaat hun beeld van Belgen uit huizenhoge clichés waar ze niet overheen kunnen kijken: ze zijn niet vriendelijk, ze interesseren zich geen moer voor familie, ze leven volgens het principe ikke en de rest kan stikken. Iedereen zou de muur van vooroordelen kunnen doorbreken, maar dat vraagt tijd en inspanning.
Veel te weinig Afrikanen doen die moeite, zoals er veel te veel westerse expatriates zijn in Afrika die hun hele persoonlijke leven doorbrengen met andere expats, in hun expat-wijken en expat-gemeenschappen. De enige Afrikanen in hun persoonlijke leven zijn de dienstmeisjes, koks, chauffeurs, bewakers… Hun leven draait alleen rond hun eigen volkje. Toch kan je die diepe kloof tussen eigen en vreemd overbruggen, bijvoorbeeld door de taal te leren van de mensen bij wie je gaat wonen. Vlamingen zijn een stuk vriendelijker voor me als ze merken dat ik Nederlands spreek. Mijn motto is: ‘When in Rome, do as the Romans do’. Je moet als nieuwkomer een evenwicht vinden tussen het koesteren van je eigen identiteit en het aanvaarden van de identiteit van je nieuwe landgenoten.’
***
‘Mijn moeder is de belichaming van de katholieke geloofsovertuiging. Zij ziet letterlijk en figuurlijk geen heil in de Afrikaanse genezingskerken, die zowel in Nigeria als overal in Europa de kop opsteken. Voor haar is het simpel: die nieuwkomers zijn bedriegers. Wellicht is dat voor een deel waar, maar het zijn ook belangrijke opvangnetwerken voor de nieuwkomers die de taal niet spreken. Trouwens, de katholieke misvieringen hier zijn voor weinig Afrikanen aantrekkelijk. Je voelt je als een indringer op een geriatrische bijeenkomst, waar alle oudjes op grote afstand van elkaar geplaatst zijn. In de Afrikaanse kerken staat de vreugde centraal. Er wordt gezongen en gedanst, er is altijd wel een feest te vieren, er wordt met andere woorden een hechte gemeenschap geweven. Op die manier vormen die kerken voor veel Afrikaanse nieuwkomers een brug die hen over de eerste, grote drempels heen helpt en op weg zet naar een betere integratie in hun nieuwe thuis.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur