China financiert de Amerikaanse oorlogen

Elke dag lenen de Verenigde Staten van Amerika 2 miljard dollar van het buitenland, vooral van China. Dat is meer dan 1 miljoen dollar per minuut. Hoe en waarom gebeurt dat?
Ten gronde is de speciale verhouding tussen de twee landen gebaseerd op het handelsoverschot dat China heeft met de VS: China verkoopt veel meer aan de VS dan omgekeerd. De Chinese producenten van sportschoenen of gsm’s worden door hun Amerikaanse klanten betaald in dollars.
Die willen ze natuurlijk graag weer omzetten in Chinees geld, want ze werken in China en moeten daar investeren, kopen en verkopen met de lokale munt. De Chinese uitvoerders vinden al vele jaren een gewillige koper van hun dollars in de Chinese centrale bank.

De Amerikaanse uitzondering


De Chinese centrale bank zet die dollars niet om in de Chinese munt (yuan), maar leent ze uit aan de Amerikaanse staat. De VS-regering heeft immers een groot begrotingstekort –onder andere doordat ze haar oorlogen in Irak en Afghanistan moet betalen– en leent dus geld.
Ze kan niet lenen van haar burgers want die sparen amper en dus is ze genoodzaakt in het buitenland te lenen. De Chinese centrale bank is haar belangrijkste financier. De Amerikaanse regering kan dus in haar eigen munt lenen in het buitenland. Dat is een unieke positie: geld drukken en vaststellen dat bijna iedereen dat papier als waardevol aanvaardt. Dat voorrecht kennen de VS al decennia.
Door de dollars niet om te wisselen, zorgt de Chinese centrale bank ervoor dat het Chinese handelsoverschot “gesteriliseerd” wordt: ze doet de mogelijke invloed van het handelsoverschot op de wisselkoersen teniet. Door de dollars niet om te wisselen, houdt de centrale bank immers de vraag naar dollars hoog, en dus ook de prijs, de wisselkoers van die munt. Op die manier wordt de Amerikaanse koopkracht overeind gehouden om Chinese producten te kopen. Van de weeromstuit blijven zo ook de vraag naar en de koers van de Chinese munt relatief laag.

Een Chinese appel voor de dorst


De aanpak van de Chinese centrale bank is niet zonder problemen. De Amerikaanse overheidsleningen hebben namelijk een lage rente. Als je daarbovenop de devaluatie van de dollar verrekent, verliezen de Chinezen op hun belegging in Amerikaanse overheidsleningen.
Daarom diversifiëren Chinese (en andere autoriteiten van opkomende landen met grote overschotten) geleidelijk hun dollarbeleggingen in de richting van Amerikaanse aandelen. China heeft ongeveer een tiende van de 2000 miljard dollar die het in reserve heeft in een zogenaamd soeverein of staatsbeleggingsfonds gestopt.
Dat fonds kocht de laatste maanden aandelen van vooral Amerikaanse ondernemingen aan. Een aantal gekende VS-banken die door de kredietcrisis in nauwe schoentjes raakten, waren wat blij dat ze bij Chinese en Arabische staatbeleggingsfondsen terecht konden.
Peter Praet, directeur internationale relaties bij de Nationale Bank van België, vindt het normaal dat China meer oog heeft voor de opbrengst van zijn beleggingen: ‘Vergeet niet dat China snelt vergrijst. Ze moeten een appeltje voor de dorst aanleggen. Ze bekijken dat gewoon zakelijk.’

De Amerikaanse uitzondering, deel 2


Een land met een enorm tekort op zijn handelsbalans merkt de effecten daarvan al snel op de wisselkoers: wie meer invoert dan hij uitvoert, duwt normaal gezien de waarde van zijn munt en dus zijn internationale koopkracht naar beneden. Dat is het onvermijdelijke gevolg van een gebrek aan concurrentievermogen of een verzwakking van je economie.
Stel dat Hongarije een handelstekort heeft: het voert meer in dan het uitvoert. De bedrijven die naar Hongarije uitvoeren, worden door hun Hongaarse klanten betaald in forinten. Ze zullen geneigd zijn die forinten snel te verkopen omdat ze er niet veel mee kunnen doen en niet weten of de waarde ervan stabiel is. De Hongaarse uitvoerders op hun beurt worden betaald in vreemde munt, die ze willen omzetten in forinten. Hun vraag naar forinten is evenwel kleiner dan het aanbod van forinten van de uitvoerders naar Hongarije –juist omdat we er van uitgingen dat het land een handelstekort heeft. Als het aanbod in een munt groter is dan de vraag, daalt de prijs ervan, de wisselkoers.
De Amerikaanse dollar kon evenwel jarenlang dat basismechanisme ontwijken omdat de dollar de reservemunt van de wereld is: anders dan met Congolese franken, Hongaarse forinten of Russische roebels gebruiken veel bedrijven of banken de dollar als spaarmunt. Dat liet de VS toe handelstekorten op te stapelen én toch de koopkracht van hun munt op peil te houden. Daar verandert nu stilaan omdat de euro meer en meer geldt als spaarmunt.

Wederzijdse afhankelijkheid


China houdt voorlopig de eigen munt goedkoop en blijft de dollar opkrikken, niet omdat het altruïstisch is, maar omdat het op die manier zijn exportmogelijkheden vergroot en het de eigen industrie en tewerkstelling stimuleert. Het Chinese handelsoverschot met de VS heeft enorme afmetingen aangenomen.
En het Europese tekort met China neemt volgens Europees commissaris van Handel, Peter Mandelson, elk uur met vijftien miljoen dollar toe. Iedereen weet dat zoiets onhoudbaar is. Om daarin verandering te brengen, en de Chinese productiemachine toch aan de praat te houden, moet de Chinese bevolking zelf Chinese producten kopen. Alleen sparen de Chinezen momenteel enorm veel omdat er amper sociale zekerheid is. Dat veranderen, vergt tijd.
De VS, en in mindere mate de EU, dringen al een aantal jaren aan op een herwaardering van de Chinese munt. Vooral de VS denken dat ze hun tekorten zo kunnen rechttrekken. Toch toont het feit dat ze met veel andere landen een handelstekort hebben, dat hun problemen niet enkel aan het Chinese muntbeleid liggen. Het is veeleer een positie van wederzijdse afhankelijkheid.
Als de Chinezen massaal hun dollars verkopen, stort die munt in en verliezen de VS hun internationale koopkracht. Alleen heeft China daar momenteel geen belang bij. Het land zou in dat geval immers zelf niets meer kunnen verkopen in de VS en hele handelssysteem zou wellicht in een crisis belanden. Bovendien zou China zo zijn eigen dollarbeleggingen devaloriseren.

Zachte landing


‘De leiders van de VS en China zien elkaar geregeld maar echt coördineren doen ze niet’, zegt Peter Praet. ‘Er zit spanning op die verhouding.’ De situatie is er een van voorlopig gelijklopende belangen. Niemand wil destabiliseren maar dat wil niet zeggen dat de verhouding harmonisch is. Geruststellend vindt Praet dat zijn Chinese collega’s van grote kwaliteit zijn en precies weten wat ze willen.
Het recente koersverlies van de dollar –te wijten aan de kredietcrisis, de daaraan verbonden recessie en lage rente op dollartegoeden– maakt de Amerikaanse producten goedkoper en kan het handelsonevenwicht verminderen. De Chinese overheden laten hun munt zeer geleidelijk in waarde toenemen –vijftien procent gespreid over twee jaar. De hoop is dat op die manier de onevenwichten niet bruusk maar geleidelijk worden afgebouwd. Dat zou de beste uitweg zijn uit deze strategie van “wederzijdse financiële afschrikking”.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur