China wordt te rijk voor ontwikkelingshulp

Heeft China nog wel ontwikkelingshulp nodig? Steeds meer donors stellen vragen bij hun budget voor China nu het land al jaren een explosieve economische groei kent en ambities heeft uit te groeien tot een nieuwe wereldmacht.

De Wereldbank schat dat het aantal Chinezen dat onder de armoedegrens van één dollar per dag leeft, tussen 1981 en 2004 is gedaald van 600 miljoen naar 132 miljoen. China is dan ook niet langer de noodlijdende communistische staat die het was toen de inmiddels overleden Deng Xiaoping in 1977 het roer overnam van zijn illustere voorganger Mao Zedong. Deng doorbrak het jarenlange zelfverkozen isolement van China en zocht toenadering tot internationale organisaties als de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

Sinds enkele jaren kent China een economische groei van meer dan 9 procent per jaar. Eind september waren de buitenlandse valutareserves van China opgelopen tot 514 miljard dollar. Alleen Japan beschikt over nog hogere reserves.

China is inmiddels zelf een donorland geworden. Onlangs pleitte het land voor een gezamenlijke donatie van 100 miljoen dollar voor het Aziatisch Ontwikkelingsfonds en het Afrikaans Ontwikkelingsfonds. Uit cijfers van het ministerie van Handel blijkt dat China gedurende de eerste tien maanden van dit jaar 53,8 miljard dollar aan directe buitenlandse investeringen heeft aangetrokken. Dat is bijna 24 procent meer dan vorig jaar.

Nu de ontwikkelingshulp aan China nog slechts in de schaduw kan staan van het bedrag aan directe buitenlandse investeringen, verminderen veel donors hun hulp. De Wereldbank leende 1,14 miljard dollar aan het einde van het fiscale jaar in 2003, terwijl dat in 1997 nog 2,8 miljard dollar was. Omdat het inkomen per hoofd van de bevolking in China te veel gestegen is, komt het land niet meer in aanmerking voor leningen tegen zachte voorwaarden van de International Development Association (IDA), een afdeling van de Wereldbank.

Hoewel China nog wel in aanmerking komt voor de traditionele leningen, bezint de Wereldbank zich op zijn rol in het land. De laatste jaren is de bank zich meer gaan richten op adviezen aan de Chinese overheid. Daarbij ging het onder meer om onderwerpen als belastinghervormingen en milieubescherming. Van de Europese Commissie gaat nog steeds jaarlijks 72 miljoen euro naar China, maar dat geld wordt voornamelijk gebruikt voor de opleiding van ambtenaren en rechters.

China zegt meer geld nodig te hebben voor armoedebestrijding, maar dat roept vragen op als je ziet hoeveel geld wordt uitgegeven aan defensie en het ambitieuze ruimteprogramma, zegt een westerse diplomaat in Peking. De Chinese autoriteiten kondigden onlangs een tweede bemande ruimtevlucht aan, die volgend jaar moet plaatsvinden. China wil bovendien binnen twintig jaar tegen betaling ‘toeristische’ ruimtevluchten gaan aanbieden.

Het officiële Chinese defensiebudget voor 2004 bedraagt omgerekend 19 miljard euro. Het Amerikaanse ministerie van Defensie schat echter dat de Chinezen in het totaal tussen 50 en 70 miljard dollar uitgeven aan defensie. Daarmee komt China op de derde plaats van landen met de hoogste uitgaven voor defensie, na Amerika en Rusland.

Ook Japan, een van China’s belangrijkste donorlanden, voelt zich ongemakkelijk bij de hoge Chinese uitgaven voor defensie en de snelle economische groei in het land. Een groep Japanse parlementsleden adviseerde daarom eerder deze maand de hulp aan China te verminderen. Japan heeft tot nu toe voor 33,3 biljoen yen (25 miljard euro) officiële ontwikkelingshulp aan China verstrekt. In 2002 kreeg alleen Indonesië meer geld uit Japan. (JS/PD)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift