China zendt Confucius uit

Binnenkort vierde Confuciusinstituut in België

Opkomende landen zijn niet alleen bezig met hun economische ontwikkeling, ze werken ook aan hun culturele uitstraling. Zo richt China al zeven jaar in hoog tempo zogenaamde Confuciusinstituten op in het buitenland – net zoals Turkije zijn Yunus Emre-instituten promoot in de wereld. Confucius was een filosoof van voor onze tijdrekening die een diepgaande invloed op China had.

  • Dieter Telemans Guoxian Zhang: wegbereider van de Chinees-Belgische samenwerking. Dieter Telemans

Confuciusinstituten hebben als opdracht de Chinese taal en cultuur te promoten, om op die manier de ‘soft power’ (aantrekkingskracht in brede zin) van China te bevorderen. Hanban, het bureau dat zich bezighoudt met het onderwijs in de Chinese taal, een afdeling van het ministerie van Onderwijs, begon zijn offensief in 2004. Ondertussen zijn er al 358 Confuciusinstituten, in honderd landen. België heeft Confuciusinstituten in Brussel, Luik en Leuven.

Gezamenlijk initiatief

Het geheim van de snelle opgang, ook in België, schuilt ten dele in de originele strategie. Anders dan de Duitse Goethe-instituten of de Alliances françaises zijn de Confuciusinstituten geen louter Chinese ondernemingen, maar een soort gezamenlijk initiatief van een lokale organisatie – doorgaans een universiteit of hogeschool – en een Chinese partner.

Het eerste Belgische Confuciusinstituut groeide in de schoot van de Vereniging België-China (VBC), die al sinds 1957 de vriendschap tussen de volkeren wil bevorderen. In die vroege dagen van diplomatieke vorst tussen China en het Westen speelde ideologie een grote rol: de Belgische kant van de VBC werd ingenomen door communistische sympathisanten. Geleidelijk aan speelden taalonderricht en allerlei culturele initiatieven een grotere rol, wat culmineerde in de oprichting in 1989 van een zogenaamde China-academie.

Guoxian Zhang, die al dertig jaar verbonden is aan de VBC en intussen directeur is van het Confuciusinstituut in Brussel: ‘Feitelijk waren wij een Confuciusinstituut avant la lettre. Toen de Chinese autoriteiten onze organisatie in 2005 kwamen bekijken, bleken onze activiteiten perfect te passen in het opzet van de Confuciusinstituten. We konden gewoon blijven doen wat we al deden.’

Financiering

In maart 2005 kreeg Brussel zo, na Stockholm, het tweede Confuciusinstituut van Europa – ondertussen zijn er 122. Het voornaamste verschil met vroeger is dat het Brusselse Confuciusinstituut over meer middelen beschikt: de Chinese overheid zorgt bij de start immers voor een financiële inbreng van om en bij 100.000 dollar (76.000 euro). Later gebeurt de financiering projectgebonden, afhankelijk van de voorstellen die de instituten doen. Elk van de Confuciusinstituten krijgt ook een Chinese codirecteur, die meestal een paar jaar blijft. De Belgische partner wordt geacht evenveel in te brengen; dat gebeurt meestal in de vorm van gebouwen en personeel.

Na Brussel was het de beurt aan Luik, waar het Confuciusinstituut zich entte op de Université de Liège. Professor Eric Florence is directeur van het instituut: ‘De Chinese viceminister van Onderwijs ontmoette Bernard Rentier, de huidige rector van de universiteit, en die liet blijken dat hij wel geïnteresseerd was in zo’n instituut. Onze partner is de Universiteit voor Vreemde Talen van Beijing.’ Op die manier kon de Luikse universiteit het onderricht van het Chinees heropstarten – het Centrum voor Chinese Studies was in 2000 om financiële redenen opgedoekt – maar het instituut doet meer dan dat, onderstreept Florence. ‘Eigenlijk bieden Confuciusinstituten een zeer soepel kader, dat het mogelijk maakt verschillende dingen te doen.’

‘China kan terugvallen op de kennis en het netwerk van lokale partners, lokale partners krijgen een toegangspoort tot de opkomende macht China.’

 

Dat verklaart waarom elk van de instituten eigen accenten legt, naargelang van de betrokken partners. In Luik ligt vooral nadruk op de organisatie van academische bijeenkomsten, terwijl Brussel zich meer richt op het algemene publiek. Groep T uit Leuven, een hogeschool voor ingenieurs, profileert zich dan weer als een Confuciusinstituut voor ingenieurs. Zegt directeur Wim Polet: ‘Als de dingen evolueren zoals ze nu doen, dan zal het voor elke ingenieur nuttig zijn dat hij of zij wat China-bagage heeft. Wij leggen contacten met Confuciusinstituten met een ingenieursachtergrond in Novosibirsk en Ankara. Zo ontstaan via China nieuwe netwerken. China verwacht dat Confuciusinstituten actief voor de dag komen. Zo kon het wel appreciëren dat wij vorig jaar de eerste Europese conferentie van Confuciusinstituten organiseerden.’

Onafhankelijkheid

Nogal wat universitaire sinologieafdelingen gaan liever niet in op de mogelijkheid om een Confuciusinstituut op te richten, omdat ze vrezen dat die stap hun onafhankelijkheid zou aantasten. Eric Florence relativeert dat: ‘Dat probleem kan ontstaan als onze autoriteiten ons niet meer voldoende financieren en het geld dus alleen uit China zou komen. Dat is bij ons niet het geval. Wij genieten totale academische vrijheid. Trouwens: gereputeerde instellingen zoals de London School of Economics en de afdeling sinologie van de Universiteit Leiden hebben ook een Confuciusinstituut. Zijn die dan ook hun onafhankelijkheid kwijt?’

In de VS spreken sommigen van culturele infiltratie, omdat nogal wat sinologieafdelingen in financieel opzicht afhankelijk zijn van de Chinese inbreng, wat best kan leiden tot zelfcensuur. Sommigen vrezen dat het probleem pas acuut zal worden als er in China politieke onrust zou komen.

Het probleem stelt zich niet zozeer in het taalonderricht of de lessen over traditionele cultuur, maar wel als je het terrein van de wereld- en levensbeschouwing betreedt. Met gevoelige thema’s zoals Tibet of Taiwan springen Confuciusinstituten beter voorzichtig om. Wim Polet: ‘We hebben een paar keer de nationale feestdag mee gevierd, en dan kom je wel dichter bij de politieke sfeer – wat je niet hebt met het Chinees Nieuwjaar. Daarom zijn we ermee gestopt de nationale feestdag te vieren. Dat was ook geen enkel probleem.’

West-Vlaamse ‘guanxi’

Half april komt er normaal gezien een Confuciusinstituut in West-Vlaanderen. Het initiatief groeide uit de samenwerking tussen de provincie West-Vlaanderen en de Chinese provincie Zhejiang, en steunt op de samenwerking tussen enkele universiteiten in Zhejiang en de Hogeschool West-Vlaanderen. Philippe Van Haelemeersch (Howest): ‘In China kunnen universiteiten hun ranking opkrikken door middel van internationale contacten. Dat verklaart hun interesse in samenwerking. Voor ons is het interessant dat we onze studenten beurzen in China en lessen Chinees kunnen aanbieden.’

Dat er een vierde Confuciusinstituut bij komt, wekt wat verbazing bij de drie bestaande instituten: het verstoort het ‘evenwicht’ van één per gewest. Er wordt verwezen naar de guanxi, de relatienetwerken van West-Vlamingen in China, als verklaringsgrond. Naar verluidt zijn ook de Chinese autoriteiten wat verrast door de proliferatie van Confuciusinstuten, en willen ze het aantal graag beperken tot vijfhonderd instituten tegen 2015.

Het succes heeft volgens Wim Polet te maken met de win-winsituatie die de instituten bieden: ‘Vanuit Chinees oogpunt is het handig als je kunt terugvallen op de kennis en het netwerk van lokale partners. Voor de lokale partners bieden de instituten een toegangspoort tot de opkomende macht China.’ In die zin zijn de Confuciusinstituten zelf een soort institutionele innovatie in het stimuleren van allerlei vormen van samenwerking tussen China en de rest van de wereld.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift