"Chinese investeringen in Kameroen kunnen desastreus uitpakken"

De regering van Kameroen doet steeds meer beroep op China om de ontwikkeling in het land te stimuleren. Critici vrezen dat de gevolgen van de economische relaties tussen China en Kameroen op lange termijn desastreus zullen zijn voor de binnenlandse industrie.

“We nodigen Chinese bedrijven uit om in alle sectoren in Kameroen te investeren, vooral in olie en gas, mijnbouw en hout”, zei president Paul Biya in 2007 tijdens het bezoek van de Chinese president Hu Jintao, het eerste bezoek ooit van een Chinese president aan het land.

De Chinese president zei bij de gelegenheid dat de Chinese relaties met Kameroen en Afrika gebouwd zijn op “oprechte vriendschap, gelijkheid, wederzijds belang en win-winsamenwerking.”

Goedkoper

De handel tussen beide landen steeg tot meer dan 133 miljoen euro in 2000. In 1999 was dat nog 67 miljoen euro. Volgens de Chinese leider bedroeg de bilaterale handel in 2006 al 267 miljoen euro.
 
Uit cijfers van het Nationale Instituut voor Statistiek van Kameroen blijkt dat de Kameroense export naar China voor 1999 bijna verwaarloosbaar was. In 2000 steeg die echter naar 97 miljoen euro, 7 procent van de totale export van het land.

De totale import uit China mam sterk toe tussen 1999 en 2005. In 2005 gaf Kameroen 113 miljoen euro uit aan goederen uit China, voornamelijk granen, fabrieksproducten en machines. In 1999 was dat nog 31 miljoen euro.
 
De regering werkt graag samen met China, omdat het land - anders dan het Westen - weinig voorwaarden stelt. Verder kunnen de Chinezen goedkoop werken, vergeleken met westerse bedrijven. China Road and Bridge Corporation haalde bijvoorbeeld de opdracht binnen om 13 kilometer weg aan te leggen in Douala voor 14 miljoen euro. Concurrenten vroegen voor dezelfde klus zo’n 24 miljoen euro. Het project werd door de Chinezen succesvol afgerond, een maand voor de geplande opleveringsdatum.

Geen technologieoverdracht

Veel Kameroeners zijn blij met de goedkope Chinese producten. “Ik kan nu een paar schoenen kopen voor 2000 franc (ruim 3 euro)”, zegt Christian Njah, een beveiligingsmedewerker in Yaoundé. “De Chinezen helpen mensen zoals wij.” Njah verdient ongeveer 76 euro per maand. Ongeveer 40 procent van de Kameroeners leeft onder de armoedegrens.

Maar niet iedereen in West-Afrika is blij met de Chinese aanwezigheid. In het noordwesten van het land zijn kleine handelaren ontevreden.

“Wij zijn niet tegen Chinese investeringen in Kameroen, maar wel tegen concurrentie op producten zoals maïs”, zegt Elizabeth Neh, die geroosterde maïs verkoopt in Bamenda. Dat ongemakkelijke gevoel leeft bij meer kleine zelfstandigen, die soms al zijn overgestapt op de verkoop van goedkope Chinese producten.

“Door Chinese import kunnen mensen goedkoper diensten en producten krijgen”, zegt Fondo Sikod, hoogleraar economie aan de Universiteit van Yaoundé II in Soa. “Dat is goed voor die mensen. Maar op lange termijn is het slecht, want de plaatselijke productie verdwijnt erdoor. Ook is er nauwelijks sprake van technologieoverdracht. De Chinezen nemen meestal hun eigen werknemers mee en Kameroeners werken in de marge als chauffeurs en vegers.”

Bij het conferentiecentrum van Yaoundé, dat in 1982 werd gebouwd, wordt het onderhoudswerk nog steeds door Chinezen gedaan, zegt hij.

Ook wijst hij erop dat door de komst van goedkope Chinese producten de Kameroense export van industriële producten in de regio Centraal-Afrika met 42 procent af tussen 2003 en 2005.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift