Christenen in Iraaks Koerdistan

‘In volle zon strijden voor onze rechten’

De “kruistocht” van George Bush tegen het regime van Saddam Hoessein pakt bijzonder slecht uit voor de kleine minderheid van christenen in het land. Van het Iraakse hartland vluchten ze naar de relatieve veiligheid van Koerdistan, maar het gebrek aan economische kansen drijft hen verder de grens over.

  • Matilde Gattoni Biddende vrouw in de Sint-Jozefkathedraal in Ankawa. Matilde Gattoni
  • Matilde Gattoni Assyrische christenen vieren 'Akitu' (Nieuwjaar) in Dohuk. Matilde Gattoni
  • Matilde Gattoni Bidden in de open lucht in Ankawa. Matilde Gattoni
  • Matilde Gattoni Zingende kinderen in de Sint-Jozefkathedraal in Ankawa. Matilde Gattoni
  • Matilde Gattoni Hulde aan Maria in de Sint-Jozefkathedraal in Ankawa. Matilde Gattoni
  • Matilde Gattoni Vader Eisha, Assyrische priester in de Sint-Joriskerk in Erbil. Matilde Gattoni
  • Matilde Gattoni Chaldese katholiek Firas Emanuel Youssef onder een afbeelding van het Laatste Avondmaal. Matilde Gattoni

In 1991, bij het begin van westerse sancties tegen Saddam Hoessein, telde Irak ongeveer 1,3 miljoen christenen. Op dit moment zouden dat er nog slechts 300.000 tot 500.000 zijn. De veralgemeende onveiligheid sinds de invasie van 2003 dwong veel christenen ertoe have en goed op te geven en het land uit te vluchten of te verhuizen naar de Koerdische regio, waar het tot voor kort relatief rustig en veilig was. Maar cijfers van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) tonen aan dat het aantal ontheemde christelijke families in de vier noordelijke provincies van Irak in 2011 daalde van 1350 naar minder dan 500. De 160.000 Koerdische christenen leven grotendeels geconcentreerd in de stad Ankawa en de provincie Duhok.

De christenen zijn verdeeld over vijf verschillende kerken – van katholieke Chaldeeërs over nestorianen tot orthodoxen – en wel zeventien verschillende politieke partijen, die elkaar beconcurreren voor de drie en vijf zetels die voor christenen gereserveerd zijn in respectievelijk het Iraakse en het Koerdische parlement.

De meeste Iraakse christenen zijn etnische Assyriërs, een Aramees sprekende gemeenschap waarvan de aanwezigheid in de regio teruggaat tot vierduizend jaar voor Christus. ‘Wij zijn de zwakste schakel in de Iraakse mozaïek’, zegt Keldo Ramzi, secretaris van de Chaldo-Assyrische Jeugdbond in Erbil. ‘Wie een boodschap wil sturen naar de Verenigde Staten, pleegt een aanslag op christenen of op een kerk.’ De zwaarste aanslag werd gepleegd in oktober 2010 op de Onze-Lieve-Vrouw van de Verlossingkerk in Bagdad, waarbij 58 mensen omkwamen. Een recent rapport van het Assyrian International News Agency telt 71 aanslagen op kerken sinds 2004. Zelfs in Koerdistan stelde de IOM eind 2011 een serie aanvallen op christelijke eigendommen vast.

De christenen kunnen hun religie meestal ongemoeid belijden, maar ze hebben grote problemen om hun economische en burgerlijke rechten uit te oefenen. Dat heeft in de eerste plaats te maken met het feit dat het Koerdisch niet hun moedertaal is, waardoor ze heel moeilijk aan overheidsbanen geraken. De recente olierijkdom van Koerdistan heeft voor christenen geen zegeningen gebracht. In Ankawa verandert de religieuze samenstelling van de stad doordat welgestelde moslims grond opkopen. ‘Ze bouwen heel dure appartementen, die niemand in deze buurt kan betalen’, zegt Naurad Youssif, een 41-jar

‘Ik heb veel Koerdische vrienden, ik ben een Irakees en dit is het land waar ik wil leven.’
christen uit Ankawa die op het postkantoor werkt.

Christelijke regio

Toch heeft de val van Saddam Hoessein niet alleen problemen opgeleverd. Vroeger was er een uitdrukkelijk overheidsbeleid van assimilatie. Nu erkent de nieuwe grondwet de Assyrische minderheid als een aparte etnische groep. Voor het eerst in de Iraakse geschiedenis hebben ze het recht om Aramees te gebruiken in kerken en scholen. Dat is een mijlpaal voor de culturele identiteit van de Assyriërs. Maar in Erbil, een stad van ongeveer anderhalf miljoen inwoners in het noorden van Irak, is er nog steeds maar één Arameestalige school, met 45 leerlingen. ‘De mensen voelen zich niet aangemoedigd om hun kinderen naar hier te sturen, ze verkiezen Koerdischtalige scholen’, zegt Akram Jaji, directeur van Middelbare School Ur, een grijs en somber gebouw in het centrum van de voorstad Ankawa.

Doordat steeds meer mensen de regio en het land verlaten, dreigen de christelijke gemeenschappen in Irak te verdwijnen. Daarom pleiten sommigen voor een autonome christelijke regio, naar analogie met de autonome Koerdische regio. Ze proberen de centrale regering in Bagdad ervan te overtuigen de vlakte van Nineveh tot christelijke regio te verklaren. De meerderheid van de bewoners in dat 4000 vierkante kilometer grote gebied ten oosten van Mosul is vandaag immers al christelijk. ‘De katholieke kerk heeft dit voorstel altijd verworpen’, zegt Afnan de Jesus, een Arabisch-Chaldese non uit Mosul. ‘Het zou uiterst gevaarlijk zijn om ons terug te trekken op onszelf en geïsoleerd van de anderen te gaan leven.’

Er zijn wel meer jongeren die de al bij al goede relaties tussen christenen en Koerden willen aangrijpen om zich veel diepgaander in de maatschappij te engageren dan traditioneel gebeurde door christenen. ‘Ik heb veel Koerdische vrienden, ik ben een Irakees en dit is het land waar ik wil leven’, zegt David Saka, een student businessmanagement aan de universiteit van Koerdistan. Dat is een houding die ook Salim Kako, een Assyrische politicus, wil stimuleren. Voor hem is de keuze om in Irak te blijven een eerste stap op weg naar het verdedigen en herstellen van de volle mensenrechten voor christenen: ‘Natuurlijk zijn er problemen, maar dat betekent niet dat we het land moeten ontvluchten. We kunnen niet ons hele leven de schaduw opzoeken. We moeten de volle zon in en opkomen voor onze rechten!’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift