Clean Development Mechanism nog niet uit de problemen

Landen en bedrijven die te veel broeikasgassen uitstoten, kunnen hun zonden onder meer goedmaken door te investeren in propere energie in ontwikkelingslanden. Maar het Clean Development Mechanism (CDM) staat nog voor enorme uitdagingen.

Het principe is eenvoudig: geïndustrialiseerde landen en bedrijven die hun eigen uitstoot aan broeikasgassen niet onder controle krijgen, kunnen via het
Clean Development Mechanism investeren in windturbines, biogasinstallaties of kleine dammen die stroom opwekken in de ontwikkelingslanden. Daarvoor krijgen ze emissiekredieten, en die kunnen ze in mindering brengen van hun uitstoot, zodat ze aan de Kyotonormen voldoen. Het protocol van Kyoto legt de industrielanden op hun productie van broeikasgassen tussen 2008 en 2012 met gemiddeld 5,2 procent te verminderen in vergelijking met 1990.

De vraag naar emissiekredieten zal de komende jaren waarschijnlijk enorm stijgen. West-Europa, Japan en Canada zullen samen tussen 2008 en 2012 ongeveer 3,5 miljard ton meer broeikasgassen uitstoten dan toegelaten, schat de Wereldbank. Dat verschil moeten ze goedmaken met koolstofcertificaten die ze aankopen bij landen of bedrijven die minder uitstoten dan ze mogen, of die ze verkrijgen via het Clean Development Mechanism. Experts van de Wereldbank schatten dat het CDM emissiekredieten voor 1,4 miljard ton zal moeten opleveren.

Maar tot hiertoe zijn er wereldwijd nog maar 41 CDM-projecten goedgekeurd. Op de klimaatconferentie in Montreal kregen wel verscheidene nieuwe CDM-projecten groen licht. Mexicaanse initiatiefnemers willen bijvoorbeeld het methaan - naast CO2 het belangrijkste broeikasgas - dat 23 varkenskwekerijen produceren, opvangen en er stroom mee opwekken voor die bedrijven. In het licht van de totale uitdaging blijft de winst van het project beperkt: volgens de website van het CDM spaart het initiatief per jaar een equivalent van 121.689 ton koolstofdioxide uit.

Nog zo’n 400 vergelijkbare projecten met windenergie, biomassa, zonne-energie en kleinschalige waterkracht wachten op goedkeuring. Maar de Wereldbank schat dat er tussen 2008 en 2012 elk jaar 2500 projecten zullen nodig zijn om aan genoeg emissiekredieten te komen.

Onzekerheid over de spelregels, een gebrek aan personeel, de traagheid van het mechanisme en zorgen over de waarde van de kredieten op lange termijn houden landen en ondernemingen ervan af te investeren in CDM-projecten, zegt Matthew Bramley van de Canadese milieuorganisatie Pembina Insitute. Het is nog lang niet zeker of een vervolg komt op het Protocol van Kyoto met zijn bindende reductiebeperkingen. Alleen dat kan ervoor zorgen dat de wereld ook na 2012 nog massaal emissiekredieten nodig heeft en dat de prijs ervan dus op peil blijft. Op de Europese emissierechtenmarkt kost een certificaat voor één ton koolstofdioxide nu ongeveer 17 euro.

De financiering van het systeem vormde een bijkomend probleem, maar dat lijkt opgelost. Het gebrek aan financiering was de achilleshiel van het CDM, oordeelt Jorge Barrigh, de coördinator van het Latijns-Amerikaanse Koolstofprogramma van de Ontwikkelingsmaatschappij van de Andes. In Montreal is het institutionele kader versterkt, en nu heerst er meer optimisme.

Er is nu een akkoord over het principe dat het bestuur van het CDM zichzelf zal moeten financieren via een heffing op de emissierechten die worden toegekend. Tot dat systeem werkt, zullen donorlanden als Canada de 7 miljoen euro bijeen moeten brengen die het CDM jaarlijks nodig heeft om te kunnen draaien. (PD/MM)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3098   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift