Cocateelt wil maar niet verdwijnen

De bestrijding van de cocateelt in Peru loopt mank.
Het areaal dat in Peru met het illegale gewas wordt beplant liep in ‘98 en
‘99 telkens met een kwart terug, maar in 2001 bedroeg de afname nog amper
0,2 procent. De reden is dat er voor arme boeren geen alternatieven zijn
voor de winstgevende teelt, zeggen zowel experts als vertegenwoordigers van
de overheid. Terwijl de prijs van cocabladeren sinds ‘99 verviervoudigde,
stortten de prijzen van gewassen als koffie en cacao in mekaar.


Er bestaat een behoorlijke kans dat boeren opnieuw gaan overschakelen op
coca, zegt onder meer Ricardo Vega Llona, de topadviseur inzake drugszaken
van president Alejandro Toledo. Het probleem kwam aan bod tijdens een
bijeenkomst van president Bush met de staatshoofden van Bolivia, Colombia,
Ecuador en Peru het voorbije weekend in Lima. Washington is voor een harde
aanpak waarbij de illegale cocaplantages in de jungle via politieacties of
chemicaliën vernietigd worden. Maar volgens Peruaanse experts pakt dit de
kern van het probleem niet aan. De boeren in het Amazonegebied planten geen
coca omdat ze vóór drugs zijn, stelde Roger Rumrill, voormalig VN-adviseur
voor sociale en economische zaken in het Amazonegebied. Ze hebben
geprobeerd koffie, cacao, palmolie en exotisch fruit te produceren, maar dat
brengt niet alleen minder op, bovendien is de markt ervoor zeer complex en
instabiel.

Socioloog Raúl Serrano stelt dat een aantal specifieke programma’s wel een
succes zijn, maar dat zijn eerder uitzonderingen. Zo zijn in het gebied van
de Apurimacrivier inheemse gemeenschappen overgeschakeld op de productie van
biologische cacao. In april zal daarvan 600 ton uitgevoerd worden naar
Europa. Maar de vraag is of dat succes van lange duur zal zijn nu de prijzen
van koffie en cacao op de internationale markt steeds verder teruglopen.
Wat we nodig hebben is een nationaal beleid dat met alles aspecten rekening
houdt, zegt Serrano.

Dat beleid moet ook oog hebben voor het transportprobleem. De
transportkosten liggen in de Peruaanse jungle ongelooflijk hoog, aldus Vega
Llona. Het is absurd dat de verscheping van een lading van Lima naar New
York minder kost dan naar Tocache, een junglegebied op slechts 850 kilometer
van Lima.

Er zijn momenteel gewoon te weinig middelen om de cocateelt te doen
verdwijnen zonder een sociaal drama te veroorzaken, besluit Vega Llona. ‘We
appreciëren de hulp van de Verenigde Staten, maar 175 miljoen dollar is te
weinig. De Peruaanse overheid spendeert 500 miljoen dollar aan
drugsbestrijding en bereikt daarmee slechts een aantal gebieden. Voor de
bouw van nieuwe wegen is minstens 1,4 miljard dollar nodig. Peru zoekt
momenteel 1,2 miljard dollar voor een ambitieus wegenplan, en heeft zich
daarvoor naar de Verenigde Staten en Europa gericht, de belangrijkste
consumenten van coca, aldus Vega Llona.

Tot 1992 was Peru nog de grootste cocaproducent ter wereld. De totale met
coca beplante oppervlakte bedroeg in 1995 nog 115,300 hectare. In 2001
blijft daar 34,000 hectare van over. Een daling met 70,5 procent dus,
dankzij een dure en intense campagne. Naar schatting 400.000 boeren zouden
nu nog direct of indirect van de cocateelt leven.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift