Colombia gaat eindelijk 'vermisten' opsporen

Na een bureaucratisch traject van vele jaren heeft Colombia eindelijk een concreet actieplan om slachtoffers van de burgeroorlog in het land op te sporen. “Een grote stap voorwaarts”, zegt Gustavo Gallón, hoofd van de Colombiaanse Commissie van Juristen (CCJ).
Het kostte Colombia twaalf jaar om er een wet door te krijgen die ‘gedwongen verdwijning’ als misdaad betitelde. En nog een zeven jaar om een concreet plan te lanceren om te slachtoffers op te sporen. Het Nationale Plan ter Opsporing van Verdwenen Personen is gericht op het ontwikkelen van maatregelen, mechanismen en instrumenten om de ‘verdwenen’ personen te lokaliseren, zegt Ombudsman Volmar Pérez.
Het Nationaal Instituut voor Forensische Geneeskunde en Wetenschap gaat een gezamenlijk registratiesysteem coordineren. Daardoor komt een einde aan “de enorme versnippering van statistische gegevens waarbij elk staatsorgaan zijn eigen lijsten met gegevens had”, zegt Pérez.
Hij wijst erop dat families van de slachtoffers een centrale rol spelen in het op 15 februari gelanceerde plan. “Zij spelen een sleutelrol omdat ze toegang hebben tot alle stadia: van het verzamelen van gegevens, de zoektocht zelf tot de identificatie van de lichamen en de herbegrafenis.”
Dat het zo lang heeft geduurd voordat het plan van de grond kwam, had te maken met de houding van verschillende overheidsinstellingen, zegt Gallón. “Elk kantoor had wel argumenten om niet mee te werken. Dit kon niet, dat was niet mogelijk. Gebrek aan coordinatie is een soort strategie.”
De misdaden tegen de menselijkheid werden de afgelopen decennia gepleegd tijdens het gewapende conflict tussen extreem-rechtse paramilitairen die nauwe banden onderhouden met de veiligheidstroepen, en linkse guerrillastrijders die in de jaren zestig de wapens opnamen. De gewelddadigheden duren nog tot op de dag van vandaag voort. Veel paramilitaire groepen, die in de jaren tachtig ontstonden, demobiliseerden vorig jaar na onderhandelingen met de rechtse regering van Álvaro Uribe.
Noch de staat, noch mensenrechtengroepen of organisaties van slachtoffers weten hoeveel mensen zijn verdwenen in Colombia. Na de demobilisatie die vorig jaar begon, worden steeds vaker illegale kerkhoven ontdekt, vaak in de buurt van gebouwen die dienden als martelcentra. Een wijdverbreid verschijnsel waar de meeste Colombianen tot voor kort nauwelijks iets van wisten.
Veel begraafplaatsen werden ontdekt dankzij bekentenissen van paramilitairen die op grond van de wet strafvermindering krijgen als ze hun misdaden voluit toegeven.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift