Colombia: van schurkenstaat tot bondgenoot

Terwijl de wereld met verontwaardiging reageert op de oorlog tegen Irak, smeekt de Colombiaanse president Uribe om de Amerikaanse troepen naar Colombia te sturen. Het terroristische gevaar is bij hem groter dan in Irak, vindt Uribe. Een Amerikaanse interventie ziet hij als laatste uitweg voor het verscheurende geweld in zijn land. Méér oorlog, in ruil voor vrede. Een Pax Americana weliswaar.
Op zeven februari van dit jaar stokte het nachtleven in de exclusieve club El Nogal, in het noorden van Bogotá. Een bomauto blies het gebouw aan flarden, met als saldo 36 doden en 160 gewonden. El Nogal was de exquise ontmoetingsplaats voor de paramilitairen en hooggeplaatste politici. De speurtocht naar de verantwoordelijken voor deze aanslag zorgde voor verwarring en polemiek in de Colombiaanse pers. ‘Een afrekening onder paramilitaire drugshandelaars’, zeggen sommigen. Eind november had het AUC (Autodefensas Unidas de Colombia, dat 70 procent van de paramilitaire groeperingen verenigt onder leiding van Carlos Castaño) zich bereid verklaard tot onderhandelingen met de regering. De aanslag kon een afrekening zijn van paramilitairen die zo’n onderhandelingen als verraad beschouwen.
Toch wijst de bomauto eerder in de richting van de FARC, Colombia’s grootste rebellengroep, al hebben die hun betrokkenheid officieel ontkend. Zodra Uribe zich kandidaat stelde voor het presidentschap, maakte de FARC duidelijk dat ze hem het regeren onmogelijk zouden maken. De presidentswissel vierden de rebellen met een mortieraanslag op het presidentiële paleis, enkele minuten voor de eedaflegging. Sindsdien neemt het aantal hevige aanslagen alleen maar toe, de strijd wordt bitser en alles wijst op een systematische opmars van de rebellen naar de steden.
Uribe zelf reageerde furieus op het drama van El Nogal. Hij wees met een beschuldigende vinger naar ‘de democratische landen die onderdak en allerlei faciliteiten verlenen aan dit soort terroristen.’

Brave paramilitairen


Al jaren wijzen mensenrechtenorganisaties erop dat de paramilitaire groeperingen verantwoordelijk zijn voor het overgrote deel van de mensenrechtenschendingen in Colombia’s vuile oorlog. Bij herhaling is aangetoond dat die paramilitairen  voornamelijk grootgrondbezitters, veehandelaars en drugstrafikanten  nauwe banden hebben met het leger en de staat. Ook de VS, de belangrijkste leverancier van militaire steun, kon die realiteit uiteindelijk niet langer ontkennen. De grootste paramilitaire groepering, de AUC, kreeg in september 2001 een plaats op de Amerikaanse lijst van de terroristische groeperingen, naast de rebellengroepen ELN en FARC. De Amerikaanse Administratie voor Drugsbestrijding eiste vorig jaar de uitlevering van AUC-kopstukken Carlos Castaño en Salvatore Mancuso, omwille van hun betrokkenheid bij de drugssmokkel.
Het in het nauw gedreven AUC verklaarde zich in november vorig jaar spontaan bereid tot een staakt-het-vuren, ‘als een expliciet teken van hun wil tot vrede’. Ze zouden niet langer zelf aanvallen, maar alleen nog defensieve acties ondernemen. In ruil eisten ze dat ‘alle juridische acties tegen vertegenwoordigers van AUC zouden worden opgeschort’ en dus ook de uitlevering van Castaño en Mancuso.
Het is meteen de eerste keer in de Colombiaans geschiedenis dat met de paramilitairen wordt onderhandeld. Het bestand wordt grotendeels gerespecteerd, al worden bepaalde regio’s nog steeds geteisterd door paramilitairen die géén deel uitmaken van het AUC. Sommige mensenrechtengroeperingen vinden onderhandelingen tussen het AUC en de regering een hypocriet manoeuver, omwille van de nauwe banden tussen de twee. Zij vragen een ontmanteling van de paramilitairen en zien hen liever berecht worden.
In het zuiden van het departement Bolivar, waar AUC-paramilitairen hevig huis hielden, werden op drie jaar tijd meer dan duizend mensen  arme boeren, syndicalisten, buschauffeurs, verantwoordelijken van sociale organisaties  vermoord. Meer dan 15.000 bewoners sloegen op de vlucht. Het hele kluwen van geweld kost Colombia dagelijks twintig doden en jaarlijks een drieduizendtal gegijzelden. Het totale aantal interne vluchtelingen is opgelopen tot bijna drie miljoen. In de Afro-Colombiaanse en de indiaanse regio’s zijn hele stukken grond ontoegankelijk geworden door de aanhoudende terreur.

De prijs van “zekerheid”


De Colombianen zijn al dat geweld meer dan zat. ‘In 1998 vestigde de bevolking haar hoop op Pastrana als nieuwe president’, vertelt Alirio Uribe, voorzitter van het Colombiaanse advocatencollectief José Alvear Restrepo. ‘Pastrana stelde vrede in het vooruitzicht via de weg van onderhandelingen met de FARC. Toen de Colombianen vorig jaar voor Alvaro Uribe kozen, was dat ook omdat ze vrede wilden, maar nu via de harde aanpak. Pastrana’s methode had gefaald.’
President Uribe ging er meteen hard tegenaan. Zelf noemt hij zijn aanpak ‘de doctrine van de Democratische Zekerheid’. Die wil Uribe realiseren door middel van een indrukwekkend apparaat van veiligheidsdiensten. Hij bouwde een netwerk uit van één miljoen informanten, de ogen en oren van het systeem, ‘verklikkers’, zeg maar. Daarnaast is er het leger van boerensoldaten, plattelandsbewoners die deeltijds het land bewerken en deeltijds rebellen bestrijden. Tussen november en december van vorig jaar werden 10.000 boerensoldaten gerekruteerd en opgeleid. Tegen juni zouden dat er 30.000 moeten zijn.
Om dit plan vlot te kunnen uitvoeren, riep Uribe daags na zijn aantreden de “staat van interne commotie” uit, een vorm van noodtoestand met speciale volmachten, die hij al tweemaal verlengde. Regio’s met een hoge concentratie aan guerrillastrijders werden zonas de rehabilitación, waar de militarisering werd opgedreven en waar speciale controles mogelijk zijn. Het Grondwettelijk Hof verklaarde eind november het bestaan van zulke zones ongrondwettelijk.
Een recent VN-rapport van het Hoog Commissariaat voor de Mensenrechten over Colombia klaagt niet alleen de talrijke misdrijven aan van de illegale rechtse én linkse groeperingen, maar ook de overtredingen door de veiligheidsdiensten en op de opeenstapeling van uitzonderingstoestanden in Uribe’s aanpak. De burgers worden vandaag massaal ingeschakeld om de landgenoten, georganiseerd in boerenorganisaties, syndicaten, inheemse gemeenschappen en andere sociale groeperingen, uit te roeien. En dat kadert allemaal in de versterking van het staatsapparaat en de strijd tegen het terrorisme. Volgens de advocaat Alirio Uribe resulteert heel dit plan van Democratische Zekerheid in een situatie van totaal wantrouwen en onzekerheid.

Het opgelegde bondgenootschap


Intussen raken steeds meer Amerikaanse militairen betrokken bij het conflict in Colombia. Eind maart werden drie verkoolde lichamen gevonden van VS-militairen, die met hun Cessna 208 “verongelukten” in Caquetá. De drie zochten naar geheime inlichtingen over drie landgenoten, die inspecteerden in opdracht van de CIA en op 13 februari door de FARC werden gekidnapt. Als reactie op beide voorvallen werd een contingent van 150 mariniers gestuurd, wat het aantal VS-militairen in Colombia op méér dan 400 brengt, na een eerdere troepenversterking in januari.
President Uribe zelf had Bush al op het Economisch Forum in Davos expliciet om hulp gevraagd. Met Uribe als trouwe bondgenoot is het voor de VS klein bier om het conflict, en dus ook de inmenging, te regionaliseren. Eind maart pleegde de chef van het zuidelijke Commando van de VS, James Hill, in Miami overleg met de legerchefs van Ecuador en Colombia over de noodzaak om de krachten te bundelen. ‘Het narcoterrorisme dat Colombia ondermijnt, is ook een probleem voor Panama, Ecuador, Brazilië en Venezuela, precies zoals het een probleem is voor de VS’, vond Hill. Daarom zouden er ook Amerikaanse oorlogsschepen gaan opereren in Ecuadoraanse wateren. Eerder al hadden de VS in Ecuador toegang gekregen tot de militaire basis en haven van Manta. Hill beloofde het Ecuadoraanse leger ook training en uitrusting. In het najaar van 2000 werd er een begin gemaakt met het fameuze Plan Colombia, een grootschalig plan voor de bestrijding van de narcoguerrilla en modernisering van de staat. Vandaag heet het project niet langer Plan Colombia maar Initiativa Regional Andina.

Protectoraat Colombia


Wie wordt er beter van al dit geweld? Alirio Uribe hoeft niet lang te denken over het antwoord. ‘De patroons.’ Hij verduidelijkt: ‘De staat, de nationale en internationale bedrijfswereld.’ Daar waar de meeste rijkdommen opgeslagen liggen, wordt er het hardst gevochten. Neem bijvoorbeeld Arauca, een regio aan de grens met Venezuela en één van de fameuze rehabilitatiezones. Occidental Petroleum exploiteert er de oliebronnen, maar met de regelmaat van de klok dynamiteren de rebellen de 770 kilometer lange pijplijn Caño Limón. Paramilitairen van het ACCU (Autodefensas Campesinas de Córdoba y Urabá) werken er nauw samen met het leger om de guerrilla te bestrijden én om de belangen van de staat te verdedigen. Dat geeft hun leider, commandant Freddy openlijk toe. De plaatselijke legerchef wordt overladen met geschenken van Occidental. De honderd speciale VS-militairen die in januari toekwamen, waren een onderdeel van een hulppakket van 94 miljoen dollar ‘in het kader van terrorismebestrijding’, meer bepaald ter verdediging van de belangen van Occidental. Die 94 miljoen dollar betekenen 3,70 dollar veiligheidskosten per vat olie die er voor Occidental door de Caño Limón stroomt.
Colombia komt op de zevende plaats als leverancier van petroleum aan de VS, maar heeft slechts 20 procent van zijn olierijkdom in exploitatie. Behalve de petroleum, is het land rijk aan vruchtbare landbouwgronden, aan mineralen, aan biodiversiteit en heeft het massa’s water voor hydro-elektriciteit. Kortom, Colombia stelt een onbeperkt economisch potentieel in het vooruitzicht. In het Colombiaanse tijdschrift Semana stelt analist Antonio Caballero dat zijn land alle symptomen vertoont om een VS-protectoraat te worden, zoals Kosovo of Afghanistan dat werden. Zoals de Romeinen over Macedonië en Numibië heersten, en de Britten over Egypte en Soedan. ‘De geschiedenis draait rondjes’, schreef Gabriel Garcia Marquez in Honderd Jaar Eenzaamheid.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.