Colombiaanse indianen publiceren dodenboek burgeroorlog

“Het waren goede mensen - onschuldige mensen”, zegt de vrouw die me bittere koffie heeft geserveerd in haar voortuin, in de schaduw van de amandelboom. Ze kijkt op en sluit het boek op haar schoot, dat nog naar verse inkt ruikt. Zeventien minuten lang heeft ze luidop de namen voorgelezen van de leden van haar gemeenschap die gedood werden in de Colombiaanse burgeroorlog.
Alleen al in 2003 werden 71 Kankuamo-indianen vermoord, en de totale dodentol door geweld is sinds 1982 opgelopen tot 342. Elk van die 342 heeft een naam, een gezicht en een verhaal. Elk van hen is nu terug te vinden in “Hoja de Cruz”, het nieuwe boek van de Kankuamo’s, een van de 94 indianengemeenschappen in Colombia. De Kankuamo’s zijn maar met 13.000. Ze zijn afkomstig van de afgelegen Noord-Colombiaanse bergstreek Sierra Nevada de Santa Marta.

Het gaat beter, nu. Het geweld is afgenomen na beschermende maatregelen waartoe de Inter-Amerikaanse Hof voor de Mensenrechten in 2004 opdracht gaf. Vorig jaar werden zes leden van de Kankuamo-gemeenschap vermoord. Dit jaar niemand, tot nu toe.

“Iedereen die vermoord werd, staat hierin”, zegt de vrouw tegen een buur die nieuwsgierig naderbij is gekomen. De vrouw - we zullen haar Luisa noemen - is in de veertig. Ze leest “Hoja de Cruz” kalm en bijna zonder haperen. De woestijnwind uit het naburige schiereiland La Guajira doet de pagina’s bijna omslaan. Soms helpen de foto’s haar een naam te plaatsen, andere lokken commentaar uit als ‘oh, hem hebben ze ook vermoord?”.

Het boek van 241 pagina’s leeft als ondertitel ‘een historische herinnering van de impact van het gewapende conflict op de Kankuamo’s. De flap vermeldt geen auteur, en het boek verwijst naar de Kankuamo’s als ‘wij’. De lijsten, foto’s en korte beschrijvingen van de manier waarop elke persoon is gedood, beslaan 150 pagina’s.

“Maar ze hebben ons al vermoord, en niets kan dat ongedaan maken. Wat heeft herinneren dan voor nut? Wat moeten we met de schuldigen doen?”, vraagt een Kankuamo-oudere in de inleiding. “We moeten hen helpen de verschrikking van wat ze hebben gedaan onder ogen te zien, zodat ze het niet opnieuw doen”, antwoordt een andere.

Luisa maakt opmerkingen bij sommige van de foto’s terwijl ze de namen leest. “Deze man was erg behulpzaam en vriendelijk. Deze een leraar, een erg fijne man. Deze jongen was erg bijzonder.”

“Al deze mensen waren goed. Ze hebben hier geen slechte mensen vermoord. Ze werden vermoord omdat ze zogezegd guerrillero’s waren, maar de guerrilla blijft meestal op zichzelf en houdt zich met zijn eigen zaken bezig boven in de bergen”, zegt ze.

Ook de rebellen, die in 1964 de wapens opnamen, hebben naar verluidt leden van de Kankuamo-gemeenschap gedood. Volgens ‘Hoja de Cruz’ heeft de FARC - de belangrijkste rebellengroep - 68 mensen vermoord, en het kleinere ELN 16. Extreemrechtse paramilitaire groepen worden verantwoordelijk gehouden voor 190 doden, het leger voor 16. Dan zijn er nog 9 mensen vermoord door gewone criminelen. Bij de resterende 40 weet niemand wie de schuld draagt.

De publicatie van “Hoja de Cruz” is gefinancierd door het Amerikaanse ontwikkelingsagentschap Usaid, dat zich bezighoudt met het “humanitaire deel” van Plan Colombia, het VS-plan tegen de opstand en tegen drugs. Colombia ontvangt na Israël en Egypte het meeste militaire steun van de VS.

Hoeveel kinderen hebben hun ouders verloren? “Je kan het je niet voorstellen. Alleen in deze buurt zijn er zo veel - allemaal heel jonge kinderen nog. In mijn familie zijn er zo vier kleine meisjes”, zegt Louisa. Ze wijst naar een zesjarige die net aangelopen komt, de dochter van haar jongere broer, een leraar. “Zij verloor haar vader nog voor haar geboorte. Hij ging een contract tekenen en op weg daar naartoe hebben ze hem opgewacht.”

De paramilitairen “doden iedereen die hen tegenstond. Ze zeiden ‘we gaan die en die vermoorden’ en dan deden ze dat. Boeren, arbeiders, bedienden, leraren, vrouwen die nooit betrokken waren [bij een gewapende groep]. Het klopt wel dat sommige Kankuamo-indianen bekend staan als actieve guerrillero’s, en anderen helpen de paramilitairen.”

Een meisje in roze kleren dat er uitziet als vijf maar zeven is, komt stilletjes het huis binnen. Haar moeder is drie jaar geleden vermoord. “Ze zaten samen in de bus en ze (de paramilitairen) pakten het meisje op en gaven haar aan een andere passagier, sleepten haar moeder van de bus en vermoordden haar ter plekke. Het arme kleine ding leeft met dat beeld in haar hoofd.”

De mensen hier kunnen niet precies uitleggen wat de beschermende maatregelen inhouden die de Inter-Amerikaanse Rechtbank in september 2003 en juli 2004 oplegde aan de Colombiaanse overheid. Maar ze weten wel dat er minder moorden zijn, en dat families die vertrokken waren, terug beginnen keren.

Toch ligt de kleurrijke speeltuin er verlaten bij hier in Atánquez, het belangrijkste stadje in het Kankuamo-reservaat. Rondom liggen muurtjes van groene zandzakken. Wie speelt hier? “De politie - wie anders?”, zegt Juan Carlos, een andere bewoner.

Tegen de wensen van de plaatselijke autoriteiten is ook een militaire basis opgericht in het inheemse reservaat. Die staat naast de middelbare school. Het leger beschouwt de inheemsen nog altijd als “guerrilla’s.” In augustus 2005 vielen linkse opstandelingen een politiekonvooi aan de rand van het reservaat en doodden 15 politiemensen. Daarop werden 50 inheemsen gearresteerd. Sommigen zitten nog altijd in de gevangenis. (ADR/PD)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift