Colombiaanse oorlogsvluchtelingen bouwen 'stad der vrouwen'

Vrouwelijke oorlogsvluchtelingen in het noorden van Colombia hebben steen voor steen een wijk gebouwd waarin nu al vijfhonderd mensen onderdak vinden. De vrouwen uit Turbaco zijn inmiddels genomineerd voor de Nationale Vredesprijs.
“De stad der vrouwen” in het Noord-Colombiaanse Turbaco ligt op amper elf kilometer van Cartagena, de belangrijkste Colombiaanse badstad. De gelijkenis met de film van Federico Fellini uit 1980 is ver weg, net als de Puerto Madero-buurt in Buenes Aires, waar elke straat naar een beroemde vrouw is genoemd.

De vrouwen hier zijn echt en nog allemaal in leven. Colombia telt na Sudan het hoogste aantal interne vluchtelingen ter wereld. Ze zijn met 2,5 miljoen, bijna de helft daarvan vrouwen. Ze krijgen weinig aandacht, maar de inwoners van de stad der vrouwen schrijven wel degelijk geschiedenis.

De nieuwe wijk in Turbaco werd helemaal door vrouwelijke vluchtelingen gebouwd. Vijf jaar voor het begin van de bouwwerkzaamheden richtten acht vrouwen in 1998 de Liga de Mujeres Desplazadas op. Ze wilden gedwongen verhuizing als een oorlogsmisdaad doen erkennen, humanitaire hulp zoeken om hun belabberde gezondheidstoestand te verbeteren en hun rechten en die van hun familieleden doen respecteren.

“De extreme armoede op straat was ondraaglijk”, herinnert Patricia Guerrero zich. De advocate en moeder van drie kinderen is de drijvende kracht achter de Liga nadat ze in 1997 gedwongen werd te verhuizen na aanhoudende dreigingen.

De Liga kreeg snel meer leden, en die vatten het plan op met vereende krachten eigen huizen te bouwen. Over het project werd meer dan anderhalf jaar gediscussieerd met de eigenaar van het grondstuk waar de wijk uiteindelijk ontstond. Guerrero peuterde 450.000 euro los van het Amerikaanse parlement, en toen kan de bouw beginnen.

Een honderdtal vrouwen gingen in 2003 aan de slag. Ze maakten zelf de 120.000 cementblokken die nodig waren voor de 97 huizen die ze bouwden. Nu wonen er zo’n vijfhonderd mensen in de huizen.

Bijkomend geld kwam van de VN-Vluchtelingenorganisatie en het Wereldvoedselprogramma, de Spaanse overheid en verschillende publieke en private sponsors. “Als er meer geld vrijkomt, bouwen we verder”, zegt Héctor Useche, mede-coördinator van het project.

Opleiding vormde een belangrijk deel van het project. “Het was moeilijk om cementblokken te leren maken, maar ik heb bewezen dat vrouwen het kunnen”, zegt Niris Romero, moeder van vijf kinderen en een van de dertig vrouwen die zich de ambacht eigen hebben gemaakt. “Ik ben blij, ik heb een dak boven mijn hoofd en ik heb een job.”

Het initiatief kwam er niet zonder slag of stoot. “Het was zeer hard om het van de grond te krijgen. Ik werd beschuldigd dat ik het alleen uit winstbejag deed en mensen voorspelden dat het project zou falen”, zegt Guerrero. “Tijdens de oprichtingsfase werden we constant bedreigd. Er zijn zelfs mensen ontvoerd en vermoord. Hun lichamen werden in de buurt gedumpt. Alles leek geoorloofd om het project te boycotten.”

De vrouwen zijn ondertussen genomineerd voor de Nationale Vredesprijs. Die prijs wordt toegekend aan personen of organisaties die zich inzetten om het nu al meer dan vier decennia durend gewelddadig conflict in Colombia te helpen oplossen. De gemeenschap van Turbaco is gebaseerd op ethische waarden. Er worden informatiesessies gegeven rond huiselijk geweld en er is een speciale jeugdwerking opgezet. “We willen geen gewelddadige echtgenoten of kinderen die meegesleurd worden in drugs of prostitutie.”

“We zijn fier op wat we verwezenlijkt hebben”, zegt Marlenys Hurtado. “We dragen allemaal littekens van de oorlog, maar we zijn er in geslaagd naar de toekomst te kijken. Met waardigheid” (SV/PD)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift