Colombiaanse president bereid tot akkoord met ELN-rebellen

De Colombiaanse regering is bereid een principeakkoord met het Nationale Bevrijdingsleger (ELN) te tekenen. Vertegenwoordigers van het middenveld mogen bij toekomstige besprekingen met de rebellen aanwezig zijn. Als het tot tekenen komt, laten de guerrillero’s 200 gijzelaars vrij.
Net toen de kansen verkeken leken, kondigde president Álvaro Uribe aan dat hij het “Acuerdo Base” wilde tekenen, een principeakkoord met de rebellengroep ELN waar zijn vertegenwoordigers vanaf mei op Cuba over hebben onderhandeld. Na veertig jaar strijd zou dat het begin worden van een wapenstilstand tussen het leger en de linkse rebellen.
In het akkoord erkent de regering het ELN als een wettige gesprekspartner en erkent zij ook dat er een “conflict” is. Dat is een concessie, want Bogotá beschouwt de strijders van het ELN eigenlijk als “terroristen”, net als de andere guerrillabewegingen in het land.
Het ELN, in 1964 opgericht door linkse intellectuelen die waren geïnspireerd door de Cubaanse revolutie, is bereid om alle gevangenen vrij te laten die het in zijn macht heeft. Kidnappen is de belangrijkste bron van inkomsten voor het ELN. Officiële schattingen gaan uit van 400 slachtoffers, “maar het kan ook de helft zijn”, zegt Luis Eduardo Celis, analist voor een denktank in Bogotá en ex-strijder van het ELN.
Volgens de regering ziet de chronologie van het akkoord er zo uit: het akkoord wordt getekend, het ELN stopt met kidnappen en laat de gijzelaars vrij, en de regering doet “de rest”. Dat houdt volgens het ELN het volgende in: een oplossing voor de problemen van “gedwongen verhuizingen, verdwijningen, illegale arrestaties en politieke vervolging”.
De eisen van de regering hebben de vredesgesprekken in de laatste paar weken bijna doen mislukken, maar een nationale en internationale lobbycampagne van het ELN “heeft zijn doel bereikt”, zei senaatsvoorzitter Nancy Patricia Gutiérrez. Het meest heikele punt vormde de kwestie van het toezicht op de naleving van de wapenstilstand. Het ELN wilde technisch en lokaal toezicht voor de tijdelijke wapenstilstand. De regering heeft nu ingestemd met internationaal toezicht. Binnen twee maanden zal zij het mechanisme opzetten om toe te zien op het staakt-het-vuren, om uiteindelijk tot een definitief vredesakkoord te komen.
Een andere eis van de regering is dat het ELN, die in tegenstelling tot de FARC-rebellen geen eigen gebied controleren, zijn troepen in één gebied moet concentreren om bewaakt te worden door het Colombiaanse leger. De groep moet ook
de namen van al haar leden onthullen - een gevoelige kwestie, omdat het ELN historisch gezien een groot netwerk sympathisanten heeft, veel meer dan alleen
de gewapende leden.
Volgens militair analist Alfredo Rangel is dat niet realistisch. “Dat heet ‘overgave’. En het ELN wil niet capituleren. Het ELN heeft in principe al een bestand afgekondigd door nog maar één gewapende operatie per maand uit te voeren, als formaliteit bijna.”
De afgelopen tien jaar heeft het ELN geprobeerd de vredesdialoog natiebreed te openen, door middel van een “nationale conventie”. Volgens Celis realiseert het ELN zich dat alleen vrijlating van de gijzelaars de zakenwereld ertoe kan overhalen om mee te doen. Donorlanden zouden het ELN willen steunen zolang de vredesbesprekingen voortgang boeken, zodat de gijzelingen niet meer nodig zijn.
De vergadering van de Nationale Vredesraad (CNP), waar Uribe deze week het vredesakkoord aankondigde, was op zichzelf al nieuws. Sinds 1998 moet de president deze raad tweemaandelijks bijeenroepen, maar tot ongenoegen van het ELN gebeurde dat niet meer. Tot deze week.
Verkennende gesprekken tussen de rebellen en de regering worden komende maandag hervat in Havana, maar dan met een delegatie van de CNP.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift