Colombiaanse toestanden in Chiapas

De slachtpartij in het Mexicaanse dorpje Acteal, eind december, lijkt het startsein voor een openlijke burgeroorlog. De laatste stuiptrekkingen van een op sterven na dode politieke elite.
Met ruim driehonderd waren ze op tweeëntwintig december in hun kerkje samengekomen, de tzotzil-indianen van Acteal, een gemeenschap van Chenalhó. Ze zouden er bidden opdat de aanhoudende intimidaties en pesterijen mochten ophouden. Hun smeekbeden werden echter in bloed gesmoord. Een zwaargewapende bende viel hen in de rug aan en velde in enkele uren tijd vijfenveertig mensen neer, vooral vrouwen en kinderen.Wat door minister van Binnenlandse Zaken, Emilio Chuayffet, en de gouverneur van Chiapas, Julio César Ruiz Ferro, in een eerste reactie werd afgedaan als een interne afrekening tussen rivaliserende indiaanse gemeenschappen, bleek echter een keurig geplande actie van ‘Het Rode Masker’, een paramilitaire groep waarvan de leden, veelal eveneens tzotzil-indianen, banden hebben met de regerende PRI-partij. Ruim veertig verdachten, waaronder de burgemeester van Chenalhó, werden voor ondervraging opgepakt. De gouverneur van Chiapas gaf uiteindelijk toe zelf de wapens voor de overval te hebben bezorgd. Ruiz Ferro werd intussen als gouverneur vervangen en Chuayffet ruilde zijn post voor een nieuwe job.Toch is de twijfel groot of de uiteindelijke verantwoordelijken ooit berecht zullen worden. ‘De moord op deze arme indianen van Acteal is gruwelijk’, verklaarde bisschop Arturo Lona van het naburige bisdom Tehuantepec in Oaxaca, ‘maar echt fataal en pervers is het zwijgen van de lafaards, die dit plan beraamden’. Die verantwoordelijken zijn in de hoogste kringen te zoeken. De Mexicaanse Kerk, met de kersverse nuntius op kop, neemt geen blad voor de mond. Bisschop Raul Vera, hulpbisschop van don Samuel Ruiz van San Cristobal, verkondigde luid dat deze paramilitairen opgeleid en getraind worden door gewezen militairen en politieagenten. Vera en Ruiz waren in november zelf het doelwit van een aanslag van een paramilitaire bende. ‘Deze groepen’, aldus bisschop Vera, ‘werken volgens een duidelijk strategisch plan. Vertrekkende vanuit het Noorden, verjagen ze de bevolking, nemen hun bezittingen in beslag en blokkeren de wegen naar de akkers. De chaos die daardoor ontstaat, verantwoordt de komst van het leger ‘om te waken over de veiligheid’ van de regio.’ De moordpartij in Acteal was het startsein voor een nieuwe golf van oprukkende legerkolones, die vooral zapatistisch gezinde dorpen bezetten en doordrongen tot het hoofdkwartier van de Zapatisten in La Realidad. Ondanks de in maart ‘95 ondertekende afspraken, tussen regering en EZLN, om over de vrede te onderhandelen.

Het geheime plan ‘Chiapas ‘94’

‘Acteal beantwoordt aan een welbepaalde strategie van het Mexicaanse leger om de rebellen te bestrijden’, onthult journalist Carlos Marin in het Mexicaanse weekblad Proceso. Het ophefmakende artikel van begin januari pakt uit met een geheim document dat het Ministerie van Defensie sinds oktober 1994 hanteerde stelde. Het zogenaamde ‘Campagneplan Chiapas ‘94’ was bedoeld om definitief komaf te maken met de zapatistische rebellen door hen uit te putten in een psychologische oorlogsvoering. Reeds bestaande tegenstellingen, op politieke, religieuze of etnische basis, zouden op de spits gedreven worden. Waar een traditionele conflictbasis ontbreekt, kunnen gemeenschappen omgekocht worden door subsidies en geschenken vanwege de regering. Veehouders, landeigenaars en individuen met een sterk patriottistische ingesteldheid zouden georganiseerd worden in zelfverdedigingsgroepen of paramilitaire organisaties, om hun eigen belangen te verdedigen. Anno 1997 maakte een brede waaier van die bendes de deelstaat onveilig. Niet zonder sarcasme noemen ze zichzelf ‘De Koppensnellers’, ‘Rechtvaardigheid en Vrede’, ‘De Antizapatistische Revolutionaire Beweging’, ‘Het Rode Masker’ of ‘De Alliantie Fray Bartolomé de los Llanos’. Bij herhaling hebben don Samuel Ruiz, als hoofd van de bemiddelingscommissie Conai, diverse mensenrechtenorganisaties en subcomandant Marcos van het EZLN deze strategie, die volledig in de lijn ligt van de ‘vuile oorlog’ in Colombia, aangeklaagd. Volgens bisschop Raul Vera gaat het in Chiapas momenteel niet meer om een oorlog tussen het leger en de Zapatisten, maar tussen paramilitaire groepen, behoeders van de traditionele machthebbers, en de burgerbevolking. ‘Wat men wil beletten’, aldus de bisschop, ‘is een radicaal veranderingsproces dat de belangen van de lokale machthebbers aantast. Als de conflicten in Chiapas niet op een vreedzame manier worden opgelost door gehoor te geven aan de klachten over de armoede en de sociale noden, zal deze burgeroorlog spoedig het hele land onder de voet lopen’. En dat is niet overdreven, want in Oaxaca, Guerrero en Tabasco zijn alle voorwaarden voor een gelijkaardige sociale explosie aanwezig.

De regering wil geen vrede

Niet alleen op lokaal vlak voelen de ‘caciques’, de traditionele machthebbers, de grond onder hun voeten wegzakken. Het afgelopen jaar kreeg de PRI, de Institutioneel Revolutionaire Partij, die al zeventig jaar onafgebroken de plak zwaait, het zwaar te verduren. In juli verloor ze het burgemeesterschap van de stad Mexico aan Cuauhtémoc Cárdenas, van de PRD-oppositie. Eind augustus werd haar meerderheid in het Congres gebroken toen vier oppositiepartijen besloten een alliantie tegen de PRI aan te gaan. Economische crisis, corruptiepraktijken en onopgehelderde moorden binnen de partij hebben haar geloofwaardigheid ondergraven. Ook Chiapas heeft een diepe wig gedreven tussen voor- en tegenstanders van de vrede en veel wijst erop dat president Zedillo niet langer de touwtjes in handen heeft. Volgens een getuigenis van PRI-parlementslid en medeoprichter van de parlementaire bemiddelingscommissie Cocopa, Jaime Martínez Veloz, was in maart vorig jaar alles rond opdat president Zedillo en subcommandant Marcos een akkoord zouden tekenen voor een duurzame vrede in Chiapas. Nadat in de loop van ‘96 de vredesbesprekingen in het slop geraakt waren, had de Cocopa verbeten inspanningen geleverd om een ‘parallelle weg’ te bewandelen. Zowel Zedillo als Marcos hadden zich uiteindelijk achter een gemeenschappelijke verklaring geschaard die in maart ‘97 ondertekend zou worden. Minister van Binnenlandse Zaken Chuayffet ging echter dwars liggen: ‘Met iemand als Marcos onderteken je geen akkoord’. Vanaf toen, april ‘97, groeide de spanning in het Zuiden van Mexico. ‘Bepaalde groepen binnen de regering willen geen vrede’, aldus Martínez. Eén van de communiqués van subcommandant Marcos, begin januari, besluit als volgt: ‘Maak u geen zorgen: de strijd houdt slechts op wanneer er, voor iedereen, democratie, vrijheid en gerechtigheid heerst. Wij hier hebben niet de minste hoop dat de toestand zal verbeteren. De regering heeft bloed geroken en wil nog meer bloed.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.