Dossier: 

"Conflict in Mali wordt steeds complexer"

Sinds januari proberen verschillende groepen Toeareg-rebellen in het noorden van Mali de nieuwe staat Azawad te stichten. Op 6 april riepen ze de onafhankelijkheid uit, maar in hoeverre ze de regio beheersen, is de vraag. En de wortels van het conflict zijn complex.

Na het vertrek van de koloniale Fransen in 1960 werd de regio opgedeeld en de nomadische Toearegs kwamen in verschillende landen terecht. Volgens sociaal antropoloog Jeremy Keenan, voelden de Fransen zich meer verwant met de Toearegs dan met de etnische minderheden in het zuiden van Mali. Dit had te maken met de matriarchale samenleving van de Toearegs, hun soortgelijke klassenstructuur, monogame natuur en het romantische idee dat de Fransen hadden van de Toearegs.

“De Fransen steunden de Toearegs, waardoor sommige clans zich superieur gingen voelen”, zegt Keenan.

Toen Mali onafhankelijk werd, kwamen Toeareg-gemeenschappen in het noorden plotseling onder het bewind van zuidelijke bevolkingsgroepen te staan. Sommige Toearegs beschouwden die groepen als inferieur.

Opstand

Uit onvrede met de nieuwe situatie, begon een handvol Toearegs in 1963 een opstand. Het Malinese leger wist de opstand binnen een jaar te bedwingen. Kort daarna, van 1969 tot 1974, werd de regio getroffen door een ernstige droogte. Tussen 1982 en 1984 diende zich opnieuw een droogteperiode aan. Duizenden Toearegs vluchtten tijdens de droogtes naar buurlanden, op zoek naar werk en eten.

In 1990 kwamen een paar honderd van hen echter terug onder leiding van Iyad Ag Ghali, nu de leider van de islamitische factie Ansar Dine, die pleit voor invoering van de islamitische wetgeving (sjaria) in Mali. Zij zorgden tot 1992, toen gesprekken met de Malinese regering werden gestart, voor gewelddadige conflicten.

De gesprekken mondden uit in een Nationaal Pact dat de beweging verdeelde.  Sommige Toeareg-leiders stonden open voor onderhandelingen, andere waren voorstander van een harde lijn. De tegenstanders van een compromis vertrokken uiteindelijk naar buurlanden. De meeste rebellenleiders die bleven, kregen speciale posities in het staatsleger.
 
Ondanks de overeenkomst, hield de Malinese regering zich niet aan haar afspraken volgens de rebellen. In 2006 brak een nieuwe opstand uit, nadat opstandelingen legerinstallaties hadden aangevallen. Na bemiddeling van Algerije, kwamen de Akkoorden van Algiers tot stand. Daarin werd de Toearegs grotere autonomie, economische ontwikkeling en bescherming van de Toeareg-cultuur beloofd. Maar ook dat akkoord hield geen stand.

Libië

Een rebellenleider, Ibrahim Ag Bahanga, weigerde te onderhandelen. Tijdens de onderhandelingen over de Akkoorden van Algiers, viel hij nog steeds het Malinese leger aan. In 2009 werd hij uit Mali verjaagd en vond onderdak in Libië.
In Libië vond hij aansluiting bij voormalige Malinese opstandelingen die na de opstand van 1990 waren gevlucht uit Mali. Onder hen ook Mohammed Ag Najim, de huidige stafchef van de Nationale Bevrijdingsbeweging voor Azawad (MNLA). In Libië werden plannen gesmeed om een nieuwe opstand te beginnen.
 
Toen er in Libië protesten uitbraken tegen de Libische leider Muammar Khadaffi, maakte Ag Bahanga plannen om met een groep Toeareg-leiders terug te keren naar Mali. Dat gebeurde in oktober 2011 en ze werden gevolgd door honderden Toeareg-huurlingen die eerder waren ingehuurd door Khadaffi en de Libische Nationale Overgangsraad. De huurlingen waren bewapend met gestolen Libische wapens, en zetten het huidige conflict in gang.

Rivaliserende Toearegs

Volgens MNLA-woordvoerder Mousa Ag Acharatoumane zitten de wreedheden die begaan zijn tegen de Toearegs in Mali deze rebellen nog vers in het geheugen. “Als we de politie aanvielen, vielen ze als vergelding elke Toeareg aan die ze konden vinden”, legt hij uit.

Vooral Ganda Koy, een Songhai-militie zou hierom bekend staan. Ganda Koy werd betaald door het Malinese leger en zou diverse bloedbaden hebben aangericht onder ongewapende Toeareg-burgers.

Hoewel sommige MNLA-commandanten gegronde redenen hebben voor klachten over de Malinese regering, twijfelen waarnemers aan de publieke steun die ze hebben in de regio. Ze zijn er ook niet van overtuigd dat het Toeareg-nationalisme door iedereen wordt gedeeld.
 
Volgens West-Afrika-expert Tommy Miles steunen de meeste etnische groepen in het noorden de MLNA niet. Zij zien de retoriek van de beweging als een poging van de Toeareg-elite om hun gemeenschappen te domineren. Miles stelt dat er niet zozeer sprake is van een nationale bevrijdingsoorlog, “maar eerder van een strijd tussen rivaliserende Toeareg-leiders die is uitgemond in een ineenstorting van de sociale orde.”

Drugshandel

Leden van de Ifghoas-clan zijn dominant bij de opstanden, zegt Miles. Slechts weinig andere Toeareg-clans zouden een onafhankelijke staat willen.
 
Om de werkelijke motivatie van de islamistische groepen in het noorden te begrijpen, zegt Keenan, moet ook gekeken worden naar hun betrekkingen met het Algerijnse regime en de drugshandel. “De Algerijnse geheime dienst heeft agenten binnen al deze groepen in de regio.”

Al-Qaeda in de Islamitische Maghred en de Beweging voor Eenheid en Jihad in West-Afrika, verdienen veel geld met drugshandel. Zoals veel andere groepen in de regio, hebben ze er belang bij het noorden van Mali onder controle te hebben, om het transport van drugs te vergemakkelijken. 

“De Algerijnse geheime dienst heeft er belang bij om de instabiliteit in de regio in stand te houden, om zo ook de drugshandel in stand te houden”, zegt Keenan, die erop wijst dat de geheime dienst ook probeert om islamistische groepen van Algerijnse bodem te weren.

Inmiddels verschijnen er ook verschillende anti-MLNA-groepen en het aantal buitenlandse islamisitsche groepen in de regio groeit. Terwijl het conflict steeds complexer wordt, komen de grieven van de MNLA steeds meer op de achtergrond te staan. Clans, facties en islamistische groepen hebben allemaal hun eigen belangen, en sturen het land verder in de richting van een burgeroorlog.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift