'Consumptie is de drijvende kracht achter destructie'

De 26-jarige Brian Baring, een inwoner van Papoea-Nieuw-Guinea, trekt samen met Greenpeace door Europa om te getuigen over de alarmerende situatie in de houtsector van zijn land. Brian is student Landbeheer aan de Universiteit van Lae. Hij is lid van de Gingilang-clan en is opgegroeid in het hart van de paradijswouden van Papoea-Nieuw-Guinea. Hij werkt in een project voor duurzaam bosbeheer met inheemse volken. Brian wil in Europa vooral de aandacht vestigen op de verantwoordelijkheid van de nationale regeringen en de consument. Een interview met Brian Baring, Veerle Dossche van Greenpeace België en Sue Connor van Greenpeace International.

Wijdverspreide corruptie en een zwakke overheid spelen de natuurschatten van Papoea-Nieuw-Guinea in de handen van buitenlandse bedrijven. Maleisische bedrijven kappen illegaal en straffeloos de oeroude bomen van de laatste overgebleven paradijswouden op aarde. Chinese bedrijven verwerken dit hout tot producten die worden uitgevoerd naar de Europese markten. Ook in België wordt twijfelachtig Chinees multiplex verkocht met hout uit de paradijswouden in Papoea.

Brian Baring

Wanneer begonnen de inheemse stammen de impact van de houtkap te ervaren?

Brian Baring:

Is het land geen eigendom van de mensen die erop wonen?

Brian Baring:

Wat is dan de rol van het Papoease rechtssysteem?

Brian Baring

Die zaak toont dat de landeigenaars in een juridisch sterke positie zouden kunnen staan.

Brian Baring:

De wouden in Papoea zijn uniek. Wat is volgens u de verantwoordelijkheid van de overheid om die schatten te beschermen?

Brian Baring:

Is er binnen Papoea-Nieuw-Guinea een politieke oppositie met standpunten over het milieu? Of staan de inheemse volken en Greenpeace alleen in hun strijd?

Brian Baring:
Er zijn wel individuele politici die de politieke wil tonen om er iets aan te doen. Sommige activisten zetelen in het parlement. Indien we zelf een beweging willen opstarten, zouden we moeten starten op het niveau van de universiteiten. Universiteitsstudenten hebben aanzien in de afgelegen dorpen. Mensen vertrouwen hen omdat ze tussen de regering en de dorpelingen staan. Als er al hoop is op het politieke toneel van Papoea-Nieuw-Guinea zelf, dan zal de actie van de jongere generaties komen. De oudere generaties draaien al te lang mee in het systeem om een geheel nieuw beleid op poten te kunnen zetten.

Zijn er binnen Papoea-Nieuw-Guinea alternatieven voor niet-duurzame houtkap?

Sue Connor:

Brian Baring: De inheemse stammen hebben wel de mankracht, maar niet het kapitaal en de expertise. Met de steun van gespecialiseerde ngo’s kunnen zij zelf aan duurzaam commercieel bosbeheer doen. De bedoeling is duidelijk te maken dat Papoea-Nieuw-Guinea niet afhankelijk hoeft te zijn van niet-duurzame buitenlandse investeringen, maar zelf een ecologisch duurzaam en sociaal verantwoord management van de wouden op poten kan zetten. Hier is ook een grote rol weggelegd voor consumenten. Indien de consument er zich bewust van zou zijn dat er veel niet-duurzaam hout op de markt is en dat er een alternatief is, dan zouden deze projecten alleen maar sterker worden.

Is dit echt een realistisch alternatief? Is de vraag naar hout in bijvoorbeeld China niet zo groot dat er op erg grote schaal moet gekapt worden om aan die vraag te voldoen?

Veerle Dossche:
Op de Belgische markt stijgt de beschikbaarheid van hout met het duurzaamheidslabel FSC. Als er een duidelijke vraag is naar zulke duurzame producten, dan zullen bedrijven hun aanbod aanpassen. België is ook vooruitstrevend op Europees niveau in het creëren van Europese wetgeving in verband met de invoer van illegaal hout. Eenmaal het gedrag van consumenten en importerende regeringen veranderd is, zullen producenten zoals China hun aanbod moeten aanpassen.

Er is bij alle betrokken partijen een mentaliteitsverandering nodig. Is daar wel genoeg tijd voor?

Brian Baring
Er rust een grote verantwoordelijkheid op de schouders van de consumenten. Dit is ook mijn missie op deze reis door Europa: consumenten bewust maken van hun macht. Deze boodschap wil ik klaar en duidelijk overbrengen aan de Europese consument en de Europese regeringen, die druk moeten uitoefenen op invoerders van illegaal hout.
: Indien de houtkap aan dit tempo en op deze schaal voortduurt, dan duurt het nog slechts 15 jaar vooraleer de laatste boom in Papoea gekapt is. Het moet dus snel gaan en we mogen niet rekenen op de industriële wereld. Zij zullen niet gaan samenzitten en uit eigen beweging duurzame productiemethoden ontwikkelen. Nationale regeringen en parlementen hebben de verantwoordelijkheid om wetgeving te stemmen die de invoer van niet-duurzaam geproduceerd hout illegaal maakt. Dan zal de prijs van de producten ook de schaarste van de grondstoffen weerspiegelen. Dat zal een juist signaal geven aan de consumenten. Consumptie is de drijfkracht achter de vernietiging. Zo lang er vraag blijft, zal er aanbod zijn. Om dat tegen te gaan hebben we meer beschermde gebieden nodig. Ook in gebieden die niet beschermd zijn, moet de houtkap bepaalde grenzen respecteren. De helft van de stammen wordt getransporteerd naar China om verwerkt te worden tot multiplex. Deze producten worden dan uitgevoerd naar Europa en hier verkocht tegen lage prijzen. Het is fout om één verantwoordelijke aan te wijzen. We moeten oog hebben voor onze eigen verantwoordelijkheid, die van de Europese Unie, de nationale regeringen en de Europese verkopers en consumenten van houtproducten. Greenpeace werkt met dorpelingen aan specifieke projecten. Zo is er het Forest Rescue Station. In dit project helpen we lokale stammen om grenzen vast te leggen tussen de gebieden van elke stam, een eerste stap om de stammen in staat te stellen het commerciële bosbeheer over te nemen van de buitenlandse bedrijven. Papoea-Nieuw-Guinea kent geen ‘groenen’, wel veel politieke partijen zonder duidelijke standpunten. De bevolking weet niet waar de partijen echt voor staan. Mensen zijn ook niet echt loyaal aan een politieke partij omwille van de standpunten van die partij. Politieke partijen hebben dus weinig invloed en we mogen niet op hen rekenen om het probleem aan te pakken. Geen enkele partij heeft duidelijke standpunten over milieu en houtkap. Ons land is erg rijk aan natuurlijke grondstoffen. We hebben olie, gas, koper, nikkel, kobalt, koffie,… Maar de regering heeft niet de middelen om een goed beleid te voeren. De hulpbronnen en de inkomsten eruit worden slecht beheerd. Het volk koestert een groot verlangen om het land op het juiste spoor te zetten. Maar de politieke wil om de hulpbronnen goed te beheren, moet doordringen tot op het niveau van de nationale politiek. Corruptie is wijdverspreid op het hoogste niveau.* Juridisch gezien hebben de landeigenaars nog steeds alle rechten, althans in dit stadium. De minister van Bosbeheer probeerde hen vorig jaar een deel van die rechten te ontnemen. Wegens het bureaucratische en tijdrovende karakter van het beslissingsproces voor het toekennen van concessies - verschillende niveaus moeten worden doorlopen - wilde de minister een nieuwe wet laten stemmen waarin de provinciale overheid en lokale landeigenaars geen inspraak meer zouden hebben in de keuze van het bedrijf. : Het antwoord op die vraag is heel eenvoudig. Het is gewoon te duur voor mensen die op afgelegen plaatsen in het bos wonen om op eigen krachten een rechtszaak te beginnen tegen die bedrijven. In 2002 riep een inheemse stam daarom de hulp in van het Environmental Law Centre. Die organisatie diende een klacht in en won de zaak. 95% van geheel Papoea-Nieuw-Guinea is nog steeds eigendom van inheemse landeigenaars. Wanneer een buitenlands houtkapbedrijf zich aandient, ondertekenen de landeigenaars en het bedrijf een contract. Sommige landeigenaars beseffen niet altijd de impact van een grootschalig houtkapproject. Ze stipuleren wel allerlei voorwaarden voor hun volk. Vele contracten bepalen bijvoorbeeld dat de wegen niet te breed mogen zijn, dat het bedrijf moet zorgen voor gezondheidscentra, scholen en andere infrastructuur. Wat er ook in het contract wordt opgenomen, nog nooit heeft een houtkapbedrijf een contract nageleefd, terwijl het nochtans juridisch bindende overeenkomsten zijn. Ook als landeigenaars toestemming weigeren, gaan bedrijven toch kappen. Dit is misdadig, maar het blijft onbestraft. Slechts een paar jaar na de onafhankelijkheid in 1975 verleende de jonge overheid in Papoea de eerste concessie aan een buitenlands bedrijf. Dertig jaar later zijn sommige gebieden kaalgekapt, andere zijn nog volledig intact. Grootschalige houtkap is erg vernietigend geweest en is dat nog steeds. Vooraleer de eigenlijke houtkap kan beginnen, worden eerst honderden bomen en planten weggekapt enkel en alleen om wegen aan te leggen. De brede wegen worden gebruikt om de stammen met grote bulldozers weg te slepen. Ondertussen worden alle nog niet volgroeide planten vernietigd. Een ander tragisch gevolg is dat omliggende dorpen regelmatig overstroomd worden, omdat de grond niet meer voldoende water opneemt. Rivieren raken vervuild met olie afkomstig uit de machines, terwijl de mensen van die rivieren afhankelijk zijn voor drinkwatervoorziening. : De inheemse stammen zijn afhankelijk van het bos zoals jullie afhankelijk zijn van supermarkten. Maar de verwevenheid met het bos gaat verder dan een economische afhankelijkheid. Het bos is ook een cultureel heilige plaats. We geloven dat onze voorouders in het bos blijven wonen. Voor ons is een duurzame aanwezigheid in het bos een eeuwenoude levensstijl: we beschouwen het bos niet als een middel dat we kunnen exploiteren - we dragen er zorg voor, zodat onze nakomelingen er ook nog in kunnen leven.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur