Controle over financiële sector is sleutel voor nieuw ontwikkelingsmodel

Richard Kozul-Wright, bij de VN-Conferentie voor Handel en Ontwikkeling (Unctad) verantwoordelijk voor de Zuid-Zuidsamenwerking, ziet drie kenmerken die de meeste opkomende landen delen: een financiële sector ondergeschikt aan de echte economie, een sterk industrieel beleid en een sociale zekerheid met universele toegang.

  • REUTERS/Stringer China En bankbediende telt bankbiljetten in een filiaal van de Commercial Bank of China (een van de vier grote Chinese staatsbanken) in Huaibei, provincie Anhui. De banken worden door de overheid beschouwd als een interessant beleidsinstrument. REUTERS/Stringer China

Kozul-Wright: ‘Ze proberen rigoureus de financiële sector ten dienste te stellen van de reële economie. Flitsgeld is niet welkom, buitenlandse investeringen wel, al wordt geprobeerd om ook die in te passen in de eigen strategie, door bijvoorbeeld zoveel mogelijk technologie en managementvaardigheden van multinationals in het land te houden. Dat laatste sluit aan bij een tweede kenmerk: geloof in industrieel beleid. Op allerlei manieren ondersteunt de regering de sectoren die ze wil ontwikkelen: goedkoop krediet, handelsbescherming, fiscale stimuli… Een derde kenmerk is dat ze er stilaan van overtuigd zijn dat ze een echt sociaal beleid moeten uitbouwen. Niet zomaar een restvangnet voor de armen, zoals de Wereldbank voorstelt, maar een heuse sociale zekerheid met universele toegang.’

Staatsbedrijven

Opvallend is de terugkeer van de staatsbedrijven. In China zijn door de staat gecontroleerde bedrijven goed voor 80 procent van de aandelenbeurs. In Rusland is dat meer dan zestig procent en in Brazilië bijna veertig procent. De staatsbedrijven staan – anders dan in het communistisch tijdperk, toen ze dreven op een binnenlands monopolie – bloot aan mondiale competitie. Die dwingt hen efficiënter te zijn.

De staatsbedrijven vervullen vele functies: groei, banencreatie, opbouw van technologie en kennis… Als ze goed geleid worden, dan zijn ze een manier om meer greep te houden op de economie in tijden van globale markten. Maar ze zijn natuurlijk ook een uitgelezen kans voor bestuurders om voor zichzelf te zorgen. Mattias Vermeiren van de Universiteit Gent wijst erop dat de vele staatsbedrijven in China naast een economische ook een politieke rol spelen, omdat ze 5 miljoen goedbetaalde functies bezorgen aan de Communistische Partij van China met haar 80 miljoen leden.

Zuid-Afrika heeft geleerd van China, zegt handelsminister Robert Davies: ‘Het Angelsaksische model werkt niet: onze werkloosheid blijft torenhoog. We hebben groei maar geen banen. Als je een auto-industrie wilt, moet je die beschermen of ze gaat eraan. Handel moet ten dienste staan van de industrie in plaats van omgekeerd. In Zuid-Afrika kon je sneller krediet krijgen om een auto te kopen dan om er een te bouwen. Dat moet veranderen.’

De Reserve Bank of India legt de banken beperkingen op. We geloven niet dat die sector zichzelf kan reguleren. Het recht om schade aan te richten, interesseert ons niet.

Davies is ervan overtuigd dat Afrika moet industrialiseren. ‘De 54 Afrikaanse landen moeten een grote interne markt worden. Dat vereist betere communicatie en dus grote infrastructuurwerken.’

 

Financiën

Vooral in de financiële sector weegt de staat zwaar door in de opkomende landen. Amar Sinha, secretaris van het ministerie van Handel in India, vat samen hoe men in zijn land naar de banksector kijkt: ‘De financiële sector moet ten dienste staan van de reële economie. Al die complexe producten dragen daar niet toe bij. De Reserve Bank of India legt de banken beperkingen op. We geloven niet dat die sector zichzelf kan reguleren. Men lachte met ons toen we beperkingen oplegden maar de crisissen van 1997 en 2008 hebben ons gelijk gegeven. De staatsbank State Bank of India met haar 14.000 filialen wordt verplicht een deel van haar kredieten te verschaffen aan de armen op het platteland.’

In China is de greep van de overheid op het geldwezen wellicht het grootst. Er is geen vrijheid van kapitaalverkeer, waardoor de staat zelf de wisselkoers en het renteniveau kan bepalen. De staat bepaalt hoeveel interest spaarders krijgen en tegen welke rente de banken dat geld moeten uitlenen aan de bedrijven.

‘De vier grote Chinese banken zijn staatsbanken. Men denkt er niet aan die te privatiseren, omdat ze beschouwd worden als een interessant beleidsinstrument’, zegt professor Yu Yongding van de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen. Een voorbeeld daarvan zagen we na het uitbreken van de crisis in 2008: de banken gaven massaal krediet aan allerlei staatsbedrijven, vooral voor infrastructuurwerken en woningbouw. Met die aanpak beschikt de regering over een gaspedaal waarmee ze de groei op peil kan houden, iets wat ze nu ook weer lijkt te gaan doen. Maar het model is intussen zo afhankelijk van investeringen en export, en steunt zo weinig op lokale consumptie, dat het onhoudbaar is, zegt de regering zelf. De EU en de VS kunnen de Chinese productie immers niet blijven kopen.

De exportafhankelijkheid is ten dele te wijten aan de lage rente die Chinese spaarders krijgen. Dat zet hen aan om meer te sparen, om voldoende over te houden als ze oud of ziek worden. Daardoor consumeren ze minder, waardoor China afhankelijk blijft van export. ‘Feitelijk subsidiëren de gezinnen op deze manier de bedrijven’, stellen Sacha Dierckx en Mattias Vermeiren van de UGent.

Ook in Brazilië speelt de overheid een belangrijke rol in het bankwezen, verzekert dr. Maria Wiesebron: ‘Er is de grote Braziliaanse ontwikkelingsbank BNDES, die al in 1952 door de overheid werd opgericht om de ontwikkeling van Brazilië te steunen. Ook de Banco do Nordeste en de Banco do Brasil zijn overheidsbanken. Caixa Federal moet dan weer massale bouw van sociale woningen mogelijk maken.’

Sugeng Bahagijo, directeur van de ngo Infid, wijst erop dat ook in Indonesië minstens de helft van de grote banken staatseigendom is, maar stelt dat die banken vooral zichzelf bedienen: ‘Hun grote inefficiëntie betekent dat ze hoge rentes aanrekenen, waardoor hun steun aan de economie van het land beperkt is.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur