Correa's besluit over Yasuní bedreigt de burgerrevolutie

Het ongeloof en de verontwaardiging zijn groot in Ecuador na de aankondiging van de plannen om in Yasuní, een nationaal park in het  Amazonegebied, het olieveld ITT te ontginnen. In verschillende delen van het land wordt al meer dan twee weken geprotesteerd en de sociale bewegingen hebben gepleit om een volksreferendum te houden over de beslissing om het olieveld te exploiteren. De discussie over Yasuní-ITT woedt onophoudelijk in de media en is ondertussen uitgegroeid tot een ware pr-nachtmerrie voor de steeds intoleranter wordende “burgerrevolutie” van president Rafael Correa.

Falen van een revolutionair initiatief

Ecuador stelde in 2007 voor om haar grootste oliereserve (naar schatting 846 miljoen olievaten), het olieveld Ishpingo-Tambococha-Tiputini (ITT), onder de grond te laten en zo een uitermate biodivers deel van het Amazonegebied intact te houden en bovendien bij te dragen aan het afremmen van de klimaatverandering. In ruil vroeg Ecuador aan de wereld een “medeverantwoordelijkheid”,  in de vorm van een investering van 3600 miljoen dollar, verspreid over 12 jaar, goed voor 50% van de “misgelopen inkomsten”. Dat geld zou  onder andere worden geïnvesteerd in hernieuwbare energie, het behoud van Yasuní-ITT, het beheer van de 43 andere nationale parken, herbebossing en sociale programma’s voor de lokale bevolking.

Na wat gehakketak over de oprichting en het beheer van het fonds voor de bijdragen aan het initiatief, verwarring door het dubbele discours van overheidswege over een plan A (conservatie) en plan B (exploitatie), het toeslaan van de economische crisis en de regelmatige officiële promotiereizen, voldeden de financiële resultaten alles behalve aan de verwachtingen. Plan A werd van tafel geveegd. “De wereld heeft ons in de steek gelaten”, verklaarde President Correa toen hij op 15 augustus 2013 het initiatief ontbond. Plotsklaps bleken de oliereserves in het ITT-veld ook het dubbele waard — 18.292 miljoen dollar.

De verantwoordelijkheid van Ecuador werd gereduceerd tot een plechtige presidentiële belofte om op een verantwoorde manier te exploiteren aan de hand van spitstechnologie en niet meer dan een duizendste deel van het biodiverse en fragiele Nationale Park Yasuní aan te tasten. Het is  echter maar de vraag in hoeverre de overheid erin zal slagen om op een verantwoordelijke manier olie te ontginnen in een land waar de Texaco zaak een historische en brandend actuele referentie is. Maandelijkse olielekken waar stuntelig en traag op wordt gereageerd door Correa’s “burgerrevolutie”, het spoor van vervuiling en armoede die veertig jaar olie exploitatie in het noorden van het Amazonegebied nalaat, en de schijnbare onmogelijkheid tot sociale en milieu- herstelling van de vervuilde zones voorspellen alleszins weinig goeds.

Volgens de grondwet kan niet zomaar naar olie worden geboord in het Yasunípark, dat is namelijk verboden in nationale parken, tenzij het Parlement daar uitdrukkelijk de toestemming voor geeft door de exploitatie in dergelijk gebied “van nationaal belang” te verklaren. Correa laat in zijn discours uitschijnen dat hij er niet aan twijfelt dat dit ook zal gebeuren. Zijn regeringspartij heeft immers een ruime meerderheid in het parlement.

Ondertussen hebben alle bevoegde ministeries rapporten ingediend, die de presidentiële beslissing ondersteunen, als basis voor de besluitvorming van het Parlement. Alles wijst er op dat het Parlement haar fiat zal geven, zij het met enkele condities om “een verantwoorde exploitatie” te garanderen. Om dit een halt toe te roepen heeft de sociale beweging, een formeel verzoek ingediend bij het Grondwettelijke Hof om een volksreferendum te houden over deze beslissing.

Pleister op een houten been?

Correa verklaarde op 15 augustus: “Het is één van de moeilijkste beslissingen die mijn regering heeft moeten nemen, maar wij hebben onze natuurlijke grondstoffen nodig om sneller de armoede te bestrijden en voor een soevereine ontwikkeling van het land. Wie iets anders beweert, liegt”. Ironisch genoeg zijn de hoogste cijfers wat betreft armoede, analfabetisme en sociale problematiek te vinden in het noorden van het Ecuadoraanse Amazonegebied, net waar al 40 jaar olie wordt geboord.

Critici relativeren het economische belang van Yasuní-ITT: tussen 2007 en 2013 bedroegen de olie inkomsten in Ecuador 50.396,2 miljoen dollar, hoe kan 18.292 miljoen dollar verspreid over een kleine kwart eeuw dan het wezenlijke verschil maken in de armoedebestrijding? Bovendien worden de investeringskosten voor de exploitatie geschat op 5.590 miljoen dollar, zonder eventuele saneringskosten mee te rekenen. Er wordt regelmatig geopperd dat “de grondstoffen aan China verkocht zijn” aan de hand van contracten van de “voorverkoop van olie”, waarbij Ecuador een staatslening aangaat met China die terug te betalen is met olie aan een vooraf vastgezette (en voor China gunstige) prijs. Afgelopen augustus werd voor de derde maal in Correa’s regering een dergelijk contract afgesloten, ditmaal voor 1.200 miljoen dollar.

Correa is op zijn zachtst gezegd nerveus door de golf van protest en de stroom van kritiek.
Niet iedereen is het eens over de noodzaak tot ontginning van het ITT-olieveld. De overheid heeft de afgelopen jaren de samenleving “geyasuniseerd” aan de hand van een grootschalige campagne om een nationaal draagvlak te creëren voor de idee om de olie onder de grond te laten en zo een uniek stuk regenwoud te beschermen. Die communicatiestrategie werpt nu haar vruchten af. “Geld is er en er zijn alternatieven,” klinkt het nu. Zeker als je in rekening neemt dat de overheidsuitgaven meer dan verviervoudigd zijn onder Correas bewind, tot 32.000 miljoen USD. Eén van de alternatieven om een gelijkaardige (en zelfs hogere) som bij elkaar te krijgen, is een stijging van de belastingen voor de kapitaalkrachtigste bedrijven (die betalen nu 3 procent , één van de laagste bedrijfsbelastingen in de regio). Er wordt ook gesuggereerd de torenhoge olie- en gassubsidies af te schaffen, die de  staat elk jaar meer dan 3000 miljoen dollar kosten.

Zes jaar lang vormde de bescherming van het leefgebied van Ecuadors niet-gecontacteerde inheemse volkeren een hoeksteen van het Yasuní-ITT initiatief. Er ontstond heel wat commotie over het rapport en de bijhorende kaart, opgesteld voor het Parlement door het Ministerie van Justitie, bevoegd voor het beleid ter bescherming van deze inheemse groepen, toen bleek dat die volkeren plots niet meer worden voorgesteld in het ITT-olieveld.

De exploitatie van Yasuní-ITT wordt door de overheid geschat op 23 jaar. Vele jongeren vragen zich af welke toekomst de volgende generaties te wachten staat en roepen op dringend werk te maken van de opbouw van een duurzaam land, dat niet langer afhankelijk is van  de exploitatie van olie.

“Vertrouw mij”

Het protest van de sociale beweging kan op een georganiseerd tegenprotest rekenen van aanhangers van de regeringspartij en zelfs op een podium met loeiharde salsamuziek, maar ook op heuse massa’s oproerpolitie, die zich niet altijd aan de regels houden. De regering probeert ijverig het protest te diskrediteren, minimaliseren, aan banden te leggen en zelfs te bestraffen. Zo onderzoekt ze of smaad via de sociale media berecht kan worden. Ook kondigde ze dreigend aan dat protesterende studenten hun plaats op de publieke school zullen verliezen. Allemaal signalen van een steeds grotere intolerantie.

Maar het volgende incident trok toch wel de aandacht: Toen de presidentiële karavaan langs reed maakte een iconische troubadour “een obsceen gebaar”, waarop de President razend kwaad uit zijn auto stapte om duidelijk te maken dat hij “geen beledigingen tolereert”. De President beschuldigde de zanger er van een dronken drugsverslaafde te zijn, maar die bleek later al 25 jaar radicaal abstinent te zijn. Dit incident sleept al een tijd aan, omdat Correa er al twee keer een aanzienlijke tijd aan wijdde in zijn wekelijkse “sabatina’s”, een urenlang durend programma dat op televisie en radio uitgezonden wordt en waarin de President zijn doen en laten uitlegt aan de burgers. Dit zijn slechts enkele voorbeelden van de ophefmakende incidenten in Ecuador gedurende de afgelopen weken naar aanleiding van de Yasuní-ITT kwestie.

Correa is op zijn zachtst gezegd nerveus door de golf van protest en de stroom van kritiek. De gefragmenteerde sociale beweging in Ecuador vormt plots een unitair front, zonder duidelijke leider of structuur. Ingesluimerde activistische groepen zijn weer springlevend en overal worden er nieuwe opgericht. Het zijn hoogdagen voor de politieke spot door karikaturisten, theatermakers en artiesten. De sociale media spelen daarbij een onmisbare rol.

Joke Baert is historica en journaliste en woont sinds 2008 in Quito, de hoofdstad van Ecuador. Ze werkt momenteel als communicatieverantwoordelijke voor de Fundación Pachamama, een organisatie die actief is in het Ecuadoraanse Amazonegebied.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift