Cubaanse oppositie ziet geen verbetering mensenrechtensituatie

Dat er tegenwoordig minder mensen omwille van hun politieke overtuiging in de gevangenis zitten op Cuba, betekent niet dat het onder Raul Castro beter gaat met de mensenrechten. Dat beweerden vertegenwoordigers van Cubaanse oppositiepartijen op een persconferentie in het kantoor van Michael Palmy, hoofd van het Kantoor voor de Belangen van de Verenigde Staten in Cuba (SINA).
De persconferentie werd bijgewoond door Cubaanse dissidenten, buitenlandse diplomaten, journalisten en enkele waarnemers van de Cubaanse autoriteiten die zich voordeden als journalisten. Aan het woord kwamen onder meer Marta Beatriz Roque, hoofd van de Asamblea para Promover la Sociedad Civil en Vladimiro Roca, woordvoerder van de organisatie Todos Unidos.
“Er bestaat een algemene tendens om statistieken over een vermindering van het aantal personen in politieke hechtenis te verwarren met een verbetering van de mensenrechtensituatie”, zei Roque. Zij werd in 2003 als enige vrouw van een groep van 75 dissidenten veroordeeld tot 20 jaar cel omwille van vermeende samenzwering tegen de Cubaanse overheid, in samenwerking met de toenmalige Amerikaanse baas van SINA, James Cason. Na 12 maanden werd ze voorwaardelijk vrijgelaten om gezondheidsredenen.
Vladimir Roca zei dat er inzake mensenrechten geen vooruitgang wordt geboekt en dat het in sociaal en economisch opzicht “van kwaad naar erger” gaat. De Cubaanse oppositieleden wilden op die manier tegenroer geven voor de relatief positieve berichten die de laatste tijd in de internationale pers verschenen.
Zelfs de secretaris-generaal van de mensenrechtenorganisatie Amnesty International, Irene Khan, zei vorige week dat het beter gaat met de sociale en economische rechten in Cuba en dat ze graag een “constructieve dialoog” wilde aangaan met de regering van Raul Castro.
In juli publiceerde de Cubaanse Commissie voor Mensenrechten en Nationale Verzoening een rapport waaruit bleek dat het aantal politieke gevangenen in Cuba was gedaald van 283 eind 2006 tot 246 op 30 juni 2007. De Commissie, die in Cuba geen officiële erkenning geniet, noemde het verder onverklaarbaar “dat er in een land als Cuba meer dan 200 politieke gevangenen overblijven, terwijl een groot deel van de wereld schijnt te denken dat het er met het politieke geweld nogal meevalt.”
De daling van het aantal gevangenen betekent volgens Roca geenszins dat de politieke repressie in Cuba aan het afnemen is. Hij kondigde voor het volgende rapport een onderzoek aan naar de pesterijen waar dissidenten het slachtoffer van zijn. Dat kan gaan van tijdelijke opsluitingen tot georchestreerde betogingen van buren die de revolutie wel gunstig gezind zijn.
Enkele familieleden van politieke gevangenen kwamen getuigen over de kwalijke leefomstandigheden in de gevangenissen. “Er is een voortdurend tekort aan medicamenten door de nalatigheid en het onverantwoordelijke gedrag van de gevangenisbesturen”, zegt José Luis García Pérez Antúnez, “Ze gaan er altijd van uit dat de gevangenen doen alsof ze ziek zijn”. Hij noemde de medische zorgen de “achilleshiel van het Cubaanse gevangenissysteem.”
De Cubaanse overheid ontkent dat de gevangenen medisch worden verwaarloosd. Volgens de officiële statistieken van het jaar 2006 is er één dokter voor elke 200 gevangenen, een tandarts voor elke 900 gevangenen en een verpleegster voor elke honderd gevangenen.
De Cubaanse minister van Buitenlandse Zaken Filipe Roque herhaalde op 9 april zijn beschuldigingen aan het adres van Washington en de voormalige VS-vertegenwoordiger in Havana, James Cason. Volgens Roque financiert Washington de Cubaanse oppositiebewegingen en zijn de processen tegen dissidenten een gevolg van de obsessie van de VS om in Cuba een “vijfde colonne” te creëren.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift