In gesprek met Mohamed Ridouani in 2012

Mohamed Ridouani: ‘De alibi-ali's, die fase hebben we al gehad’

Mohamed Ridouani wordt de eerste burgemeester met migratieachtergrond in een centrumstad. In 2012 sprak MO* met hem over ‘de politieke waarde van allochtone politici’. 

  • Mohamed Ridouani

Zoals bleek in het essay “Wij hebben de lijsten gekleurd, meer niet” is het overheersende gevoel bij heel wat burgers van Marokkaanse en Turkse afkomst dat allochtone politici te weinig betekenen in het politieke leven in ons land. Ridouani lijkt niet verrast te zijn door de kritiek, integendeel.

U deelt de kritiek dat allochtone politici tot nu toe weinig betekend hebben, althans voor allochtonen.

Mohamed Ridouani: Ik vind dat politici, die uit allochtone milieus komen, niet zo veel verzetten. Ik wil mezelf hier nu ook niet goedpraten en we zullen wel zien in oktober of ik iets verzet heb of niet, maar over het algemeen is er niet veel gerealiseerd. Je hebt er nu een aantal die er aan het doorkomen zijn, maar waar blijft de rest? Waar zitten al die mensen die op gemeenteraadslijsten staan? In Vlaanderen, in Brussel? Want er is een probleem. De arme allochtonen worden als probleem gezien in onze samenleving. Dat is altijd zo geweest. De arme autochtoon vindt dat hij ten opzichte van de allochtoon benadeeld wordt in zijn werk, op vlak van huisvesting,… De iets rijkere autochtoon vindt dat allochtonen een soort bevuiling zijn van zijn omgeving. Er zijn er bijvoorbeeld die het problematisch vinden als er veel Marokkaanse kindjes in een bepaalde school zitten, want ‘dat haalt het niveau naar beneden’. Dat zijn zaken waarmee je geconfronteerd wordt en we hebben dus politici nodig die daarop werken. Maar we hebben te veel politici, die ofwel niets doen ofwel de hele tijd aan dienstbetoon doen via individuele dossiertjes ofwel een beetje over multiculturalisme zitten praten.

Als schepen hebt u heel wat ruimte en middelen om concrete projecten op poten te zetten. Voor een gemeenteraadslid is de speelruimte heel beperkt.

Mohamed Ridouani: Juist, maar in de gemeenteraad kan je wel werken aan het stimuleren van ontmoetingen in de wijken, de schepenen sensibiliseren rond een aantal thema’s,… Als ik zie hoe sommige wijken er in Antwerpen bij liggen, dan vraag ik mij af: ‘waar zijn die allochtone politici?’ Echt troosteloze, vuile wijken, concentratie,… Daarvoor verkies je toch mensen? Mensen die met hun beide benen in de twee culturen kunnen staan, het perfect kunnen interpreteren en het ook nog eens kunnen vertalen naar een beleid.

U hebt gemakkelijk praten want Leuven is Antwerpen niet en Tobback is Janssens niet. De speelruimte van een gemeenteraadslid in Antwerpen is beperkter dan die van een schepen in Leuven.

Mohamed Ridouani: Ja, dat kan goed zijn, maar het gaat over macht en macht wordt niet gegeven. Ruimte wordt je niet gegeven, ruimte in de politiek moet je innemen. Dit gezegd zijnde, ik vind niet dat allochtone politici alleen met thema’s bezig moeten zijn die specifiek allochtonen specifiek aangaan, want dan ben je te eng bezig. Het probleem is dat veel allochtonen vinden dat je als politicus vooral met hun persoonlijke problemen bezig moet zijn. Ik ben vooral bezig met onderwijs en minder met persoonlijke dossiers. Voor veel allochtonen ben ik abstract bezig. Ik zou meer praktische dingen moeten doen om dat te laten zien. En bij heel wat mensen leeft de idee: ‘ik ben ooit bij hem geweest voor mijn sociale woning en hij heeft dat niet kunnen regelen’. Maar als ik dat zou doen, dan heb ik hier elke dag een hele rij staan en doe ik niets anders meer. Maar ik ben bezig met een stad, dus als ik bezig ben met onderwijs, ben ik bezig met onderwijskansen voor iedereen die ze nodig heeft. En toevallig heeft die allochtone groep er meer baat bij dan andere groepen.

De algemene kritiek is dat allochtone politici weinig hun stem laten horen in bijzonder belangrijke en gevoelige dossiers, zoals de hoofddoekkwestie bijvoorbeeld.

Mohamed Ridouani: We hebben het verbod op de hoofddoek hier wel tegengehouden. Het is gestemd in de gemeenteraad en we hebben ervoor gezorgd dat de meerderheid hier gestemd heeft voor de vrijheid van het dragen van een hoofddoek. Dus als vandaag een allochtoon meisje met een hoofddoek solliciteert, om aan de onthaalbalie te werken, dan kan dat.

U behoort tot een nieuwe generatie allochtone politici. Hoe kijkt u zelf naar de evolutie in de politieke participatie van allochtonen?

Mohamed Ridouani: U moet het ook een beetje in het tijdsperspectief zien. Je begint altijd in een fase waarbij men een allochtoon op de lijst zet, puur voor de stemmen. De ‘alibi Ali’s’, die fase hebben we stilaan gehad. Nu kom je meer tot een fase van maturiteit en dan ga je zien dat er allochtone politici met inhoud opstaan die goed werk leveren. Anderen ga je ook altijd hebben, maar die heb je bij de autochtonen ook. Hoeveel autochtone politici hebben echt een meerwaarde? Daar kan je jezelf ook vragen bij stellen en bij allochtonen is dat dus ook. Het is een fase waar we door moeten, maar we gaan na verloop van tijd – we zitten nog maar bij de tweede generatie — maturiteit krijgen ook. We zijn nu nog immatuur voor politiek, en dat geldt voor de kandidaten en voor de gemeenschap ook.

De gemeenschap weet ook niet hoe ze met politiek moet omgaan. Als het gaat over die hoofddoekenkwestie: waar zit de gemeenschap? We kijken naar de allochtone politici, maar hoeveel hebben er geprotesteerd in Brussel? Tweeduizend? Dan zal het veel geweest zijn. Voor zo’n belangrijk thema? Iedereen vindt het belangrijk en iedereen heeft er een mening over. Voor of tegen. Maar waar waren ze dan? De meerderheid van de allochtonen wil graag de vrijheid hebben om een hoofddoek te dragen. Waar waren ze? Er was een nationale demonstratie aangekondigd in Brussel. Ocharme nog geen tweeduizend man was aanwezig. Zij zeggen dat het er tweeduizend waren, maar volgens mij waren het er minder. Maar ze schieten wel op de politici. Waar gaat het dan over? Ik ben de eerste om aan te geven dat de kwaliteit laag is, maar het ligt niet alleen bij de politici. Ook binnen de gemeenschap moet er gewerkt worden aan een middenveld dat de moeite waard is. Je moet eigenlijk aan volksverheffing gaan doen binnen die gemeenschap. Daar komt het vaak op neer. Je moet niet ontkennen dat er nog heel wat dingen verkeerd lopen, ook binnen die gemeenschap: taboes die niet worden uitgesproken, de positie van de vrouw,… Daar moet ook een middenveld voor zorgen.

Politici kunnen hier ook een grote rol spelen. Dat is ook hun verantwoordelijkheid.

Mohamed Ridouani: Voor een stuk wel, maar ze zijn niet de enige spelers. Want wat betekent vertegenwoordiging? Je kan dat cultureel of socio-economisch bekijken. Cultureel: ik heb persoonlijk geen zin om een vertegenwoordiger te zijn van een religie. Helemaal niet. Ik wil niet aan die zuil komen. Ik wil ze wel helpen om de vrijheid te hebben om hun religie uit te oefenen, om aanspraak te hebben op belastinggeld waar ook kerken en synagogen aanspraak op maken. Islam is een erkende godsdienst, dus ze hebben net zo veel recht om uit die kas te nemen als een ander. Het wordt veel te weinig gedaan, dus ik wil ze daar wel mee helpen. Maar ik wil me niet uitspreken als dé vertegenwoordiger van religie. Ik heb mijn mening over een aantal thema’s als de hoofddoek enz. Ik zal me dus ook uitspreken als het moet, maar ik wil niet bij elke religieuze kwestie het voortouw nemen.

Politici hebben toch ook een emanciperende rol te spelen?

Mohamed Ridouani: Dat zou het hoofddoel moeten zijn van politici: emanciperend werken. En dat kan via onderwijsprojecten, via tewerkstelling, ervoor zorgen dat mensen aan een job en aan een huis geraken enzovoort. Het gaat om een dak boven je hoofd, een degelijke job en opleiding. Zo werk je aan emancipatie, maar je moet wel uit je kot komen. Je moet emanciperend werken en niet palaveren over allerlei culturele dingen en multiculturalisme. Dat werkt als je echt de mouwen opstroopt en als je aan de basis werkt, aan het versterken van mensen op het vlak van onderwijs en tewerkstelling. Want waar het echt over gaat, is mensen sterker maken. Mensen hebben geen probleem als er een Japanse ambassadeur naast hun huis woont. Ze hebben een probleem als er een Marokkaans gezin naast hun huis woont, waarvan de vader werkloos is, waarvan de moeder nooit buiten komt en dat volledig op zichzelf gericht is. Dus daar moet je je sterk op richten, maar het is een enorm moeilijke oefening.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur