De Amerikaanse nachtmerrie

Clear Channel, in België eigenaar van onder andere Rock Werchter, 40 procent van de reclamepanelen en enkele evenementenbureau’s, begon haast bij toeval, als een klein Texaans radiostation. Vandaag heeft de mediagigant het hele Amerikaanse medialandschap in zijn greep en zijn tentakels reiken tot ver voorbij het Amerikaanse continent. MO* brengt een dossier in twee delen over deze mediareus. Deze maand: hoe de American Dream een Amerikaanse nachtmerrie wordt. Moeten we de culturele globalisering vrezen?
De vijanden van Clear Channel zijn creatief. Met websites als clearchannelwatch en clearchannelsucks en spotnamen als Cheap Channel en de Machiavelli van de radio trekken zij ten strijde tegen de mondiale mediagigant.
Clear Channel begon, zoals het een American Dream betaamt, heel klein. In 1972 kreeg Lowry Mays zijn eerste radiostation -in San Antonio, Texas- in de schoot geworpen. Mays had een vriend een lening gegeven om een radiostation te kopen, maar die stapte uit de deal. Radio-ervaring had Mays niet en hij vroeg een bevriende dealer in tweedehandsauto’s als nieuwe partner. Het ging Mays voor de wind: zonen Mark en Randall stapten mee in het familiebedrijf, de overnames volgden elkaar snel op en aan de vooravond van de Telecommunications Act in 1996 waren ze 43 radiozenders en 16 televisiestations rijker. De versoepeling van de regels rond media-eigenaarschap in ‘96 zorgde voor een ongeziene stroomversnelling.
Vandaag is Clear Channel het negende grootste mediabedrijf in de VS, met een alomvattend verticaal monopolie. Het bedrijf maakt niet alleen radio en televisie, maar heeft ook de organisatie van concerttournees, de boeking van artiesten, ticketverkoop, de eigendom van zalen en de controle over reclame in handen. Met zijn 1239 radiostations -volgens onderzoekers van de Cornell Universiteit zouden het er zelfs al 1400 zijn- bereikt Clear Channel 25 procent van het Amerikaanse luisterpubliek, vijf keer meer dan de eerstvolgende radioconcurrent Viacom, die “slechts” 279 radiostations heeft.
In de sector van het live entertainment wint Clear Channel met grote voorsprong de race: in totaal bezit Clear Channel 135 grote podia over heel de wereld, waarvan 30 in Europa. In 2002 verkocht het bedrijf maar liefst 30 miljoen concerttickets, vier keer zo veel als zijn grootste concurrent.
Ook in de reclamesector is Clear Channel een reus, met 716.000 reclamepanelen op bussen en treinen, en in stations, luchthavens en supermarkten . Clear Channel-reclameboodschappen bereiken zowat de helft van de Amerikaanse volwassenen.
In tv-land is Clear Channel een gemiddelde speler met 39 tv-stations, maar de meeste experts zijn het er over eens dat er op dit terrein nog uitgebreid zal worden, eens de schuldenput van 8 miljard dollar gevuld is.

‘We’re starting up a brand new day’ (Sting)


Clear Channel dankt minstens een deel van zijn explosieve groei aan de nieuwe mediaregels van de Telecommunication Act, die de Federal Communication Commission (FCC) in 1996 en 2003 liet goedkeuren. Plots mocht één mediabedrijf zich acht in plaats van twee radiostations in één geografische markt toe-eigenen. Meteen werd ook het nationale plafond van 40 stations uitgebroken. Voor tv-stations werd de nationale bereiklimiet opgetrokken van 35 naar 45 procent van de Amerikaanse bevolking. Radio, tv én kranten in één markt bezitten, is sinds juni 2003 ook geen probleem meer. ‘Van de ene dag op de andere werden we wakker in een totaal ander media- en muzieklandschap’, zo vat Eric Boehlert het algemene gevoel van media-eigenaars en -watchers samen. Boehlert is dé Clear Channel-specialist in de Verenigde Staten. Voor het internetmagazine Salon.com schreef hij 18 maanden lang ononderbroken over het mediabedrijf.
Het verticale monopolie van Clear Channel is in feite nog groter dan de formele verslaggeving toont. Via schimmige constructies overschrijdt Clear Channel zelfs de hoge plafonds van media-eigenaarschap. Dat geeft het bedrijf een machtspositie die heel wat gevolgen heeft voor het Amerikaanse publiek. Eind januari publiceerde Maria Figueroa samen met Damone Richardson van de Cornell University een onderzoek over de impact van Clear Channel - in opdracht van de vakbondskoepel AFL-CIO American Federation of Labor-Congress of Industrial Organizations, een organisatie die een half miljoen werknemers in de media vertegenwoordigt.
Damone Richardson: ‘Clear Channel heeft de macht om te beslissen welke muziek gespeeld wordt en welke niet, wat bestaat en wat niet. Het bepaalt onze cultuur. We leven al in het worst case scenario.’ Diversiteit en lokale cultuur zijn ver te zoeken, eenheidsworst niet. Eric Boehlert van Salon.com: ‘Er heerst van kust tot kust een extreme uniformiteit. We krijgen overal min of meer dezelfde songs door onze strot geramd. Moeilijkere of kleinere genres overleven nauwelijks. De mogelijke alternatieven, zoals een uitgebouwde publieke omroep, satellietradio en kleinere stations, zijn verdwenen in de bikkelharde concurrentiestrijd.’ Sinds de Telecom Act van 1996 bestaan er 30 procent minder radiostations en zijn er 10.000 stations, ter waarde van 100 miljard dollar, in andere handen overgegaan.

‘We are the champions’ (Queen)


Via technische hoogstandjes probeert Clear Channel met zo min mogelijk personeel zo veel mogelijk mensen te bereiken. Door middel van het inmiddels beruchte voice tracking systeem kan één dj voor zo’n 75 verschillende radiostations radiopraatjes aanmaken. Elk station krijgt aangepaste tekst aangeleverd zodat de illusie wordt gewekt dat de lokale radio inderdaad lokaal wordt gemaakt. Overwerkte presentatoren leveren aan de lopende band kant en klare, gepersonaliseerde begroetingen (Hello Ohio! Gooooodmorning New Orleans, How do you feel Springfield?), introteksten om songs aan te kondigen, ticketwedstrijden, een plaatselijk weerbericht en de lokale agenda. Minder dj’s, minder live muzikanten, minder technici… minder van alles met als enige doel: zo veel mogelijk winst maken.
Maria Figueroa: ‘Wall Street en de aandeelhouders geven Clear Channel goede punten. Men drukt er de kosten door voortdurend te shoppen op de technologiemarkt en het personeelsbestand in te krimpen.’ Zelfs tegenstanders geven toe dat Clear Channel er heel wat radiostations weer bovenop heeft geholpen die in de gefragmenteerde radiomarkt van de jaren negentig verlies maakten. Dat gaat wel ten koste van 4500 banen de voorbije vier jaar en ten koste van de luisteraars die meer reclame, maar minder diversiteit en informatie krijgen.
Eric Boehlert: ‘Op de nieuwsdepartementen is het hardst gesnoeid. Een ploeg van twaalf mensen werd soms tot één persoon gereduceerd.’ Welke gevolgen die drastische maatregelen hebben, blijkt uit het verhaal van het stadje Minot. In de zomer van vorig jaar ontspoorde daar een trein, waarbij een gevaarlijk goedje vrij kwam. Toen de lokale autoriteiten de bevolking wilden waarschuwen voor het gevaar, bleek dat er op zes van de acht lokale radio’s - allemaal in handen van Clear Channel- het eerste anderhalf uur niemand te bereiken was, bij gebrek aan voldoende lokaal personeel. En toen op 11 september 2001 het Pentagon werd aangevallen, was er geen enkele lokale Clear Channel-nieuwsploeg om dit te verslaan. Niet lang daarna sloot Clear Channel een deal met Channel4 om nieuws over te kopen, iets wat het al langer deed bij CNN. Maria Figueroa en Damone Richardson vrezen voor een domino-effect, omdat andere mediabedrijven dezelfde praktijken beginnen toe te passen.
De grootste, sterkste of rijkste willen zijn, is niet noodzakelijk een schande. Clear Channel gebruikt daartoe alle ook maar enigszins toegelaten middelen. Eric Boehlert: ‘Wat Clear Channel gevaarlijker en anders dan andere mediagiganten maakt, is dat het bedrijf op een extreme manier gebruik en zelfs misbruik maakt van een hefboomstrategie, waarbij de dominante posities in de verschillende sectoren elkaar versterken. Zij zijn de enigen die zo’n sterk verticaal monopolie hebben.’ Figueroa en Richardson bevestigen die stelling van Boehlert. Een megaster als Bruce Springsteen kan nog wel zijn eigen concerten organiseren zònder Clear Channel, maar zelfs Britney Spears wordt teruggefloten door de juristen van Clear Channel als ze met een andere concertpromotor in zee wil gaan. Clear Channel is incontournable, en dat is volgens critici nog vriendelijk uitgedrukt.

‘Money makes the world go round’ (uit Cabaret)


Clear Channel is niet alleen een economische en culturele macht, ook op politiek vlak heeft het bedrijf veel macht door zijn omvang, financiële middelen en wijd verspreide en langdurige politieke relaties. De politieke en financiële banden tussen de Bush-clan, ceo Lowry Mays en vice president Tom Hicks van Clear Channel gaan ver terug in de tijd. Toen George Bush gouverneur was in Texas, stelde hij Hicks aan om het geld van de universiteit van Texas te beheren. Mays zat er trouwens ook in de raad van bestuur.
Hicks deelde dat publieke geldpotje van honderden miljoenen dollars graag en achter gesloten deuren uit aan bevriende zakenrelaties, waaronder de Carlyle Group, gekend voor haar financiële relaties met vader Bush. Voor zoveel vrijgevigheid vanwege George Bush wou Hicks omgekeerd ook een vriendendienst bewijzen. In 1998 kocht hij het baseballteam de Texas Rangers van een investeerdersgroep waarvan George Bush deel uit maakte. De deal behelsde 250 miljoen dollar, terwijl de Texas Rangers een jaar eerder maar op 132 miljoen dollar was geschat. Bush werd op slag 15 miljoen dollar rijker, niet slecht voor een oorspronkelijke -geleende- investering van 605.000 dollar. De voorzitter van de Federal Communications Commission (FCC), Michael Powell -zoon van Collin Powell- vervolledigt het politieke netwerk. Zijn levenswerk is het versoepelen van mediawetten, ten voordele van big business. De Telecom Act van 1996 was een grote triomf voor de jonge Powell.
Texanen onder elkaar gaan niet zuinig om met dollars. Lowry Mays gaf in 1998 al 51.000 dollar aan Bush’ gouverneurscampagne. Hij hielp de Republikeinen ook timmeren aan de weg naar het Witte Huis. Tussen 2000 en 2002 schonk Clear Channel meer dan 700.000 dollar aan politici, waarvan 75 procent aan de Republikeinen. Damone Richardson: ‘Zo’n hoge rechtstreekse giften zijn een recent fenomeen. Tot een paar jaar geleden gebruikte Clear Channel vooral haar persoonlijke relaties met de Bush-clan. Nu proberen andere mediabedrijven, behalve Newscorp, het hele politieke veld te dekken met hun politieke giften. Zij geven in vergelijking met Clear Channel meer aan de Democraten.’
Onder invloed van de nieuwe mediaregels van 2003 ontdekte Clear Channel ook de wonderen van het lobbyen. In 2001 gaf het bedrijf nog maar 12.000 dollar aan lobbywerk uit, in 2002 was dat al 68.675 dollar en opende het bedrijf een lobbykantoor in Washington. In 2003 liep de lobbykost op tot 700.000 dollar. Damone Richardson: ‘Bedrijven worden almaar creatiever in hun manieren om geld aan politici te geven. Clear Channel “stimuleert” zijn werknemers bijvoorbeeld om 1 procent van hun salaris aan de Political Action Committees van het bedrijf te geven.’ Maria Figueroa: ‘De top oefent geen rechtstreekse dwang uit en je verliest je job niet als je niet doneert, maar iedereen heeft wel begrepen dat geld geven je carrière zeker niet schaadt.’

‘Imagine… nothing tokill ordie for’ (John Lennon)


De politieke invloed van Clear Channel gaat verder dan giften. In de aanloop naar de gecontesteerde oorlog in Irak organiseerde Glenn Beck, een van de populairste Amerikaanse radiopresentatoren, onder Clear Channel-vlag een reeks pro-oorlogsbetogingen. ‘Glenn Beck is meer waard dan miljoenen dollars aan politieke campagnes’, aldus Damone Richardson. Hij kreeg 135.000 mensen in 18 verschillende steden op de been. Toch een redelijk hoge opkomst volgens Eric Boehlert: ‘Amerikanen gaan niet zo snel betogen, maar het belangrijkste was dat alle Clear Channel-radiostations er voortdurend reclame voor maakten. De anti-oorlogsbetogingen werden in hun uitzendingen doodgezwegen. Clear Channel zorgde voor de zalen, de security en de officiële toelatingen. Dat is echt nieuw voor een mediabedrijf.’
Er circuleren massa’s verhalen over de conservatieve politieke invloed van Clear Channel. Zo zou het bedrijf niet meer met de Dixie Chicks hebben willen samenwerken toen deze zich openlijk tegen de oorlog uitlieten. Clear Channel zou na 9/11 ook een zwarte lijst met 150 politiek gevoelige songs -waaronder Imagine van John Lennon of You dropped a bomb on me van Soundgarden- opgesteld hebben.
Boehlert nuanceert dit: ‘Sommige mythes zijn een eigen leven gaan leiden. Er is inderdaad zo’n lijst verspreid, maar ze kwam van één Clear Channel-dj en was geen officiële bedrijfsnota. De Dixie Chicks zijn zelfs niet door Clear Channel, maar door een ander radiostation, Cumulus, geweigerd.’ Presentatrice Roxanne Cordonier heeft Clear Channel een proces aangedaan omdat ze ontslagen werd nadat ze zich on air tegen de oorlog had uitgesproken en gedwongen werd mee te lopen in de Clear Channel pro-oorlogsbetogingen.
In de nasleep van Janet Jackson’s nipplegate werd dj Bubba the love spunge gedumpt en eind februari werd de immer shockerende presentator Howard Stern uit de ether gehaald omdat hij ’ te vulgair, offensief en beledigend is’. Sinds 1990 heeft hij bijna 2 miljoen dollar aan FCC-boetes op zijn naam staan omwille van “de aanstootgevende inhoud” van zijn programma’s. Howard Stern beweert bij hoog en bij laag dat hij ontslagen werd voor Bush-bashing tijdens zijn shows. ‘Wat de echte reden is voor zijn ontslag blijft onzeker. Maar als Clear Channel had gehoopt goede punten te scoren in de wedren voor fatsoen, dan hebben ze fout gemikt’, concludeert Boehlert.
Damone Richardson verwacht dat Clear Channel zijn invloed ook tijdens deze presidentsverkiezingen zal aanwenden: ‘Ze worden van alle kanten in het oog worden gehouden, maar ze hebben de middelen om hun invloed te doen gelden als ze dat willen.’ Als Clear Channel de deal rond krijgt met Hispanic Broadcasting Corporation -het grootste Spaanstalige radionetwerk- en Univision Communications -leider in Spaanstalige tv en muziek-, bereikt de mediareus meteen 70 procent van de Hispanics, de grootste etnische minderheid in de VS, die traditioneel eerder op de Democraten stemt.

‘57 channels and nothing on’ (Bruce Springsteen)


Congresleden, ook Republikeinen, hebben Clear Channel beschuldigd van illegale praktijken en het ministerie van Justitie is met een onderzoek begonnen naar mogelijke concurrentievervalsing en misbruik van een monopoliesituatie. De non-profit organisatie Essential Information legde bij de FCC een klacht voor 36 overtredingen neer, gaande van concurrentievervalsing, illegale overnames tot het verspreiden van aanstootgevend materiaal. Clear Channel is zelfs al op het matje geroepen bij de FCC, iets wat al niet meer gebeurd was sinds 1969. De vakbonden stellen 55 overtredingen op de National Labor Relations Act vast. Het protest tegen Clear Channel groeit gestaag -zelfs de bisschoppen en de wapenlobby doen eraan mee.
Damone Richardson: ‘Zelfs de conservatieve politici beginnen te mopperen, omdat ze een steeds hogere prijs moeten betalen voor zendtijd op de radio’s. Zij hebben er ook voordeel bij deze concentratie halt toe te roepen, want ze staan onmachtig tegen zo’n gigant. Als je als politicus wilt opkomen in een stadje waar één bedrijf de radio’s, twee tv-stations en een krant bezit, beslist dat bedrijf over je carrière.’ Zelfs de man in de straat beseft dat het te ver gaat. Eric Boehlert: ‘Vijf of tien jaar geleden kon niemand één mediabedrijf opnoemen. Toen Salon.com drie jaar geleden over Clear Channel begon te schrijven, wist het grote publiek nauwelijks waar we het over hadden. Vandaag is Clear Channel synoniem voor slechte radio, mediaconcentratie en hard ball tactieken.’
Damone Richardson: ‘3 miljoen mensen hebben de FCC gemaild of geschreven om te protesteren tegen verdere mediaconcentratie. Clear Channel is een symbool geworden voor alles wat er fout kan lopen als de wetten rond mediaconcentratie en -eigenaarschap te laks worden.’ Boehlert ziet al wel een grote verandering in vergelijking met twee jaar geleden. ‘De kritiek is efficiënt geweest. Clear Channel werd verplicht zijn gedrag aan te passen. Het bedrijf heeft geen grote overnames meer gedaan, al heeft dat ook te maken met het feit dat ze alles al gekocht hebben wat ze wettelijk gezien mogen -en meer dan dat. Economisch en politiek gezien hebben ze hun piek bereikt.’ Tijd om Europa te veroveren? Come and see next month!
Dit dossier kwam tot stand met de steun van het Vlaams ministerie van Ontwikkelingssamenwerking en het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistieke projecten.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift