De Arabische liga: een lege doos

De opdracht van de Arabische Liga, eenheid brengen binnen de Arabische landen, lijkt met het jaar moeilijker te verwezenlijken. Irak, Soedan, het Israëlisch-Palestijns conflict, de voorbije oorlog tussen Israël en Libanon, de pletwalspolitiek van Iran… Werk zat, en toch is de Arabische Liga zelden meer dan een voetnoot in het nieuws. De vele critici vinden de Liga een instituut dat blijft steken in retoriek in maatpak.
Begin dit jaar kwam Amr Moussa, de secretaris-generaal van de Arabische Liga, in Brussel Europese steun vragen voor nieuw vredesoverleg tussen Israël en de Palestijnen. Moussa verwees naar het vredesvoorstel dat de Liga in 2002 aan Israël deed. In ruil voor onder meer de erkenning van Israël door de 22 leden van de Liga, moet Israël zich terugtrekken uit de Bezette Palestijnse Gebieden, tot binnen de grenzen van voor 1967. Echt wild werden de leden van het Kwartet –Europa, de VS, Rusland en de VN– die de routemap naar de vrede tekenden, er niet van. Ook al drongen ze zelf op normalisering van de betrekkingen tussen de Arabische wereld en Israël hadden aan,  ze kwamen toen niet verder dan een bemoedigend schouderklopje. Moussa had weinig lovende woorden over het Kwartet. Op de vraag van MO* waarom de Liga zich niet aansloot bij dit Kwartet, luidde zijn antwoord: ‘Het heeft geen zin om lid te zijn van een groep die sinds zijn ontstaan niets geproduceerd heeft. Het enige nieuws dat we van het Kwartet krijgen, is hun vergaderagenda. Zelfs als die volgeboekt is, leidt dat tot niets, en blijven hun verklaringen hol.’ 
Moussa vindt het initiatief van de Arabische Liga het enige degelijk dat hij het opnieuw op de tafel wil leggen in Ryad, waar op 28 en 29 maart een topoverleg van de Liga plaatsvindt. Alleen diplomatie kan de brandhaard van het Midden-Oosten blussen, vindt hij. Ook de Egyptische ambassadeur in België, Karem Mahmoud, benadrukte dat in zijn toespraak op een parlementaire conferentie over kernontwapening in het Midden-Oosten. Alleen door Israël te integreren in het Midden-Oosten kan je de nodige open atmosfeer creëren om een vredesdialoog te starten, meldde de ambassadeur nog in een gesprek met MO*. ‘En dat is iets wat vooral Egypte heeft begrepen.’Egypte, zei Mahmoud bij herhaling, is het centrum van het Midden-Oosten en het hart van zeven eeuwen beschaving.

Het goede voorbeeld


Egypte, één van de zeven landen die de Liga in 1945 oprichtten, tekende in 1979 als eerste een vredesakkoord met Israël. Dat was niet gemakkelijk, zegt Mahmoud. ‘Ook nu nog niet. We willen economische, culturele, toeristische en sociale aanhechting vinden bij Israël, maar onze diplomaten en handelaars zijn niet blind. Als ze de televisie aanzetten, zien ze ook wat ze zien. Israël moet zijn verantwoordelijkheid opnemen. Zonder toegevingen kan je niet praten. Denk je dat het voor Egypte gemakkelijk was in 1978 om naar Israël te stappen en te zeggen dat we vrede wilden?’
De Camp-David-akkoorden leverden de toenmalige Egyptische president Moubarrak alvast de woede van de publieke opinie op en de Liga trok met zijn hoofdkwartier weg uit Egypte. Ook Jordanië tekende in 1994 een vredesverdrag met Israël. Syrië ontmoette in het geheim Israëlische topfunctionarissen. De overige landen die toenadering hadden gezocht tot de joodse staat, kwamen bij het aanbreken van de Tweede Intifada, in 2000, op hun beslissing terug. Oman, Qatar, Marokko, Tunesië en Mauritanië hielden het hoogstens bij diplomatieke contacten. De regionale druk om Israël te excommuniceren is groot, net zoals de druk van de VS om toenadering tot Israël te zoeken.

De bevolking heeft andere ideeën


Terwijl de Liga de eenheid tussen de Arabische-islamitische staten moest bevorderen, zit het nu opgescheept met een log instituut van 22 leden dat politiek niet te controleren valt en dat nauwelijks ernstig wordt genomen. Midden-Oostendeskundige Paul Aarts noemt de Liga een doodgeboren kind. ‘Er is zoveel onenigheid in de Arabische wereld, zoveel belangentegenstellingen en wantrouwen tussen regeringen onderling en tussen regeringen en bevolkingen, dat een verbindend instituut onmogelijk is. Ik geloof niet dat de Liga een brug kan vormen naar de vrede met Israël. De koude vrede tussen Israël en Egypte en Jordanië is er niet warmer op geworden. Integendeel, de Libanonoorlog en de continue Israëlische expansiedrang in de Westelijke Jordaanoever hebben de anti-Israëlische gevoelens alleen maar versterkt.’
Dat bevestigt ook een recent onderzoek in Egypte, Jordanië, Libanon, Marokko, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. Meer dan 80 procent van de respondenten beschouwt eerst Israël en dan de VS als de grootste externe bedreigingen. Slechts een op vier beschouwt Iran als een bedreiging. Dat tekent meteen ook de kloof tussen bevolking en de regeringen van deze soennitische landen, die niet opgezet zijn met de stijgende invloed vanuit het Perzische en sjiitische Iran.

Schisma


Naast de diverse brandhaarden in de regio, is de toenemende sektarische verdeeldheid tussen sjiieten en soennieten een bron van ongerustheid voor de Liga. Of beter, het is het feit dat voortdurend op dat groeiende sektarisme wordt gespeculeerd, dat de leden kopzorgen baart, zegt Aarts. ‘Het schisma wordt opgeklopt vanuit de angst voor de toenemende macht van Iran in de regio. De Arabische landen zijn bang van het opkomende Iran, niet van het sjiitische Iran.’ De Palestijnse Hamas, die gesteund wordt door de Iraniërs, is overigens soennitisch. Nog opvallend is dat de sjiitische Irakezen niet naar hun steunpilaar Iran vluchten, maar eerder naar de soennitische buurlanden Jordanië en Syrië. Aarts: ‘De Iraakse sjiieten zijn wellicht meer Irakees dan sjiiet. Tijdens de Golfoorlog leefde ook de angst dat Iraakse sjiieten zouden deserteren en de grens zouden overtrekken naar Iran. Maar het bleef bij “anderhalve militair”.’
Het pan-Arabisme –het ideologisch kader voor de Arabische Liga– bestaat volgens Aarts niet. ‘Het bestaat niet meer sinds de oorlog van 1967, en wat nog overbleef brokkelde volledig af in 1970, na de dood van de Egyptische president Nasser, de enige charismatische leider die de Arabische regio heeft gekend. Let wel, het pan-Arabische sentiment is latent aanwezig. Maar de context om het terug aan te wakkeren, ontbreekt.’
Ook op economisch vlak speelt de Liga nauwelijks mee. Van regionale economische integratie is weinig te merken en voor de uitbouw van hun handelsbelangen kijken de Arabieren eerder richting Azië. ‘Doorheen de jaren zien we dat de Arabische Liga meer focust op sociale thema’s en het thema mensenrechten opgepikt heeft’, zei de directeur van het Regionaal Bureau van de Arabische Staten, Amat Alsoswa, toen ze in Brussel een nieuw Arabisch UNDP-rapport kwam voorstellen.  Ondanks de logge structuur, vormde de Liga bijvoorbeeld een stevig platform om geloofsgemeenschappen samen te brengen rond een campagne over een moeilijk bespreekbaar thema als aids.’ De Liga lijkt vandaag lijkt enkel nog een betekenis te hebben in het maatschappelijke en religieuze veld.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur