'De asielcrisis is onder controle, maar nog niet opgelost'

Fanny François, op het moment van interview nog ad interim directeur-generaal van Fedasil.

Fanny François, tot juli directeur-generaal ad interim van Fedasil, wil het zwart op wit: Fedasil is niet bevoegd voor de nbmv’s die geen asiel aanvragen. Dat is de taak van de Gemeenschappen.

  • Fanny François.

Fanny François: Laat het duidelijk zijn dat wij ons enkel op asielaanvragers richten. Wat de asielzoekers betreft geven wij iedereen, ik herhaal: iederéén, opvang. Wel is het zo dat we er bij de niet-asielzoekers waar wij gedurende één maand verantwoordelijk voor zijn, niet in geslaagd zijn om hen altijd opvang te geven, tenzij het om kwetsbare jongeren gaat, of wanneer we –dat is voor een zeer kleine groep– veroordeeld zijn.

In principe vangen we niet-asielzoekers een maand op en daarna wordt het de bevoegdheid van de gemeenschappen.

Bij die jongeren die niet door Fedasil opgevangen worden, zitten ook jongeren die, zoals Mohamed, uit een moeilijke thuissituatie komen.

Fanny François: Nogmaals, die vallen onder de bevoegdheid van de gemeenschappen, die via de bijzondere jeugdzorg voor aangepaste opvang moeten zorgen. Dat is de moeilijkheid: je zit met die federale bevoegdheid voor asielzoekers en je zit met gemeenschapsmaterie waar het om minderjarigen en problematische opvoedingssituaties gaat. Die twee moeten gecombineerd worden, maar Fedasil kan niet gedurende het ganse traject voor die groep instaan.

Daarom is het Samenwerkingsakkoord tussen de federale staat en de gemeenschappen zo cruciaal. Wij detecteren of iemand tot die groep behoort en sturen door. En dat is vandaag juist het probleem, want binnen de gemeenschapsstructuren is er ook een plaatstekort. Gevolg: we krijgen soms weinig of geen reactie, en moeten het dan zelf oplossen.

Is er vooruitgang in het Samenwerkingsakkoord dat al jaren op zich laat wachten?

Fanny François: Het blijft een moeilijke oefening. Niet in de zin van bevoegdheden –dat is allemaal helder. Het gaat ook over een budgettaire kwestie: wie heeft de nodige middelen om de nodige plaatsen te creëren? Als één iemand in de ketting onvoldoende middelen heeft om plaatsen te voorzien, dan is er een probleem in de doorstroming van de jongeren en dan blijft een jongere “hangen” in de vorige schakel.

Krijgt dit akkoord voldoende politieke prioriteit?

Fanny François: Het krijgt zeker voldoende prioriteit. Het Samenwerkingsakkoord tussen de federale staat en de gemeenschappen zal er ooit moeten komen. Als er dan toch een versnippering is tussen die verschillende bevoegdheden, moet je de vraag durven stellen hoe je een overkoepelend en coherent beleid behoudt. In het beste geval zou je een soort agentschap kunnen oprichten waar je zowel de federale materie zoals justitie, DVZ, maatschappelijke integratie afstemt met het gemeenschapsniveau. Maar dat is natuurlijk ook een kwestie van budget.

Jongeren die in ons land toekomen, worden gesignaleerd door de dienst Voogdij. Is er een verband tussen het tekort aan voogden en het tekort aan opvang?

Fanny François: Nee. Een voogd is vooral belangrijk bij de procedure, minder bij de eerste opvang. De dienst Voogdij trekt na of het al dan niet om een asielzoeker gaat. Indien de jongere wel asiel aanvraagt, wordt hij of zij bij de Dienst Vreemdelingenzaken geregistreerd. Indien de jongere geen asiel aanvraagt, gaat men op zoek naar een oplossing binnen een aantal instanties, en dat is niet noodzakelijk binnen de opvangstructuren van Fedasil. Als het bijvoorbeeld om een zeer jong iemand gaat, zal Fedasil zeker niet ingeschakeld worden.

Wanneer duidelijk is dat een asielzoeker minderjarig is, wordt een voogd aangesteld. Bij twijfel over de leeftijd volgt echter eerst een medisch onderzoek. Dat nam in het verleden wel wat tijd in beslag, maar we hebben, samen met de dienst Voogdij en de DVZ, gezorgd dat die procedure korter wordt. Pas als de leeftijd bepaald wordt, kan men beginnen met de asielprocedure en kan een jongere op interview. In dat laatste speelt de voogd een grote rol.

De fel betwiste hotelopvang, die er ten gevolge van de opvangcrisis kwam, werd serieus afgebouwd. Maar er zijn nog steeds mensen op hotel: 150 tot 200 minderjarigen zonder begeleiding.

Fanny François: Het klopt dat er nog jongeren zitten, maar momenteel zijn er dat nog maar vijftig. We hebben immers bijkomende opvangplaatsen gecreëerd. De jongeren die er zitten zijn hoofdzakelijk jongeren over wie een leeftijdstwijfel werd geuit en die een leeftijdstest zullen ondergaan. Gemiddeld blijkt zo’n 75 procent van die groep meerderjarig te zijn, wat betekent dat ze worden overgeplaatst naar een centrum voor volwassenen. Een kleine groep van 25 procent is minderjarig en wacht op een overplaatsing naar een aangepaste opvangplaats.

En dan zijn er nog de uitzonderlijke dossiers: minderjarigen die geen asiel aanvragen en waarvoor Fedasil veroordeeld werd. Zij zitten daar dan tot ze kunnen doorstromen naar een gewone opvangplaats binnen het opvangnetwerk. Dat we met hotels zijn gaan werken, is zeker een gevolg van het gebrek aan opvangplaatsen binnen het eigen netwerk van Fedasil. Maar dat opvangtekort loopt wel degelijk gelijk met het gebrek aan opvangplaatsen in de volgende fase: er is te weinig doorstroming van nbmv van de eerste fase (federaal, nvdr) naar de tweede fase (die onder de bevoegdheid van de gemeenschappen valt, nvdr).

Een grote kritiek op de hotelopvang is dat er nauwelijks begeleiding is.

Fanny François: “Onvoldoende”, daar ga ik mee akkoord. Niet met “geen begeleiding”, een kritiek die we nochtans vaak krijgen.

Medewerkers van een jeugdopvangcentrum vertelden dat jongens naar hen komen nadat ze drie maanden op hotel hebben gezeten. Jongeren zouden met psychische problemen kampen als ze drie maanden met een minimum aan opvang op hotel hebben gezeten.

Fanny François: Nogmaals, er is zeker niet voldoende begeleiding, een pak minder dan in de opvangcentra. Anderzijds: drie maanden is echt lang, dat kan in principe niet. En in de hotels zit de groep over wie een leeftijdstwijfel werd geuit, het gaat dus niet om dertienjarigen.

Eén vierde is wel duidelijk minderjarig.

Fanny François: Samen met de AMO’s, in samenwerking met onze eigen crisiscel en met de observatie- oriëntatiecentra in Steenokkerzeel en Neder-over-Heembeek, proberen we die jongeren toch de nodige begeleiding te geven.

Jeugdwerkers melden dat niet begeleide minderjarige vreemdelingen op steeds jongere leeftijd in ons land toekomen.

Fanny François: Dat is een trend die wij niet waarnemen binnen de groep asielzoekers die wij opvangen. De overgrote meerderheid bij ons blijft tussen zestien en achttien jaar.

Wil Fedasil de hotelopvang snel volledig afbouwen?

Fanny François: Tegen het einde van het jaar willen we graag op nul zitten. Natuurlijk, als het aan ons lag, zouden we tweehonderd opvangplaatsen creëren maar we hebben daar niet de beschikbare middelen voor. Er moet een budget zijn, en we kunnen niet nog meer geld vragen.

Is vrijwillige terugkeer bespreekbaar bij die jongeren?

Fanny François: We hebben specifieke programma’s voor niet-begeleide minderjarigen maar terugkeer werkt slechts bij een kleine minderheid. De realiteit is dat vrijwillige terugkeer nu eenmaal het best werkt bij mensen die zijn uitgeprocedeerd. Een nbmv heeft recht op opvang tot 18 jaar, waarom zou die dan meteen terugkeren?

Tot slot: spreken we op dit moment nog van een asielcrisis?

Fanny François: Nee, die is onder controle, we voelen het effect van een aantal maatregelen. Maar we blijven voorzichtig, of we al dan niet opnieuw een crisis krijgen, hangt af van veel factoren: de winterinstroom, de opvangprocedures in de buurlanden, de proceduretermijnen van het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen. We zijn dus vooral afhankelijk van anderen wat de impact op een mogelijke crisis betekent.

Ik durf het woord ‘opgelost’ dus nog niet gebruiken, zeker niet voor de nbmv. Er zitten nog altijd 50 jongeren op hotel, de jongeren bij wie leeftijdstwijfel werd geuit, van wie overigens 75 procent meerderjarig is. Die hotelopvang is een gevolg van het gebrek aan opvangplaatsen binnen het Fedasil-netwerk, maar zeker ook van het gebrek aan opvangplaatsen bij de volgende fase.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur