De Aziatische eeuw: een zegen voor de mensheid

Kishore Mahbubani is een Singaporese diplomaat die zich omgeschoold heeft tot internationaal succesauteur. Zijn jongste boek De eeuw van Azië. Een onafwendbare mondiale machtsverschuiving is een optimistische beschrijving van het verdwijnen van de westerse overheersing in de wereld. Een voorpublicatie.
  • uitgeverij Nieuw Amsterdam uitgeverij Nieuw Amsterdam
De opkomst van Azië zal de wereld goed doen. Honderden miljoenen mensen zullen worden gered uit de klauwen van de armoede. De modernisering van China heeft het aantal Chinezen dat in absolute armoede verkeert al teruggebracht van zeshonderd miljoen tot tweehonderd miljoen. De groei van India heeft dezelfde ingrijpende gevolgen.
Een van de belangrijkste redenen waarom de Verenigde Naties (VN) een van hun Millenniumontwikkelingsdoelen –namelijk het vóór 2015 tot de helft terugbrengen van de armoede in de wereld– inderdaad zullen bereiken, is het feit dat China en India erin geslaagd zijn de armoede in belangrijke mate terug te dringen. In puur ethische zin zou het Westen de verandering van de Aziatische situatie moeten toejuichen.

Maar de voordelen van de opkomst van Azië zijn niet alleen ethisch van aard. De hele wereld zal vreedzamer en stabieler worden. In september 2005 riep Robert Zoellick, de nieuwe directeur van de Wereldbank, China op om een ‘verantwoordelijke partij’ in het internationale stelsel te worden. China heeft positief op die uitnodiging gereageerd.
De meeste Aziaten willen trouwens graag een verantwoordelijkheid toebedeeld krijgen bij het beheren van het mondiale stelsel. In de afgelopen decennia is gebleken dat Aziaten veel baat hebben gehad bij de open multilaterale orde die Amerika en de “overwinnaars” van de Tweede Wereldoorlog in 1945 hebben gecreëerd. Er zijn maar weinig Aziatische samenlevingen die het systeem dat hen heeft voortgeholpen nu zouden willen destabiliseren.
Veel westerse ogen zien als ze de eenentwintigste eeuw in turen slechts sombere beelden, niet een nieuwe dageraad in de geschiedenis van de menselijke beschaving. Dat is een merkwaardige ontwikkeling. De afgelopen paar eeuwen is het Westen veruit de meest open en veerkrachtige beschaving geweest en voor het grootste deel van die periode heeft het de wereld op zijn schouders gedragen. Het Westen heeft de Aziatische mars naar de moderniteit
in werking gezet, dus zou het zich nu moeten verheugen over deze positieve nieuwe koers van de wereldgeschiedenis. In plaats daarvan zijn de leidende denkers in het Westen vervuld van angst en sombere voorgevoelens.

Azië en het Westen dienen duidelijk nog tot een gemeenschappelijk standpunt over de aard van deze nieuwe wereld te komen. De noodzaak daartoe is nog nooit zo groot geweest. We zijn op weg naar een van de meest in beweging zijnde perioden in de wereldgeschiedenis. De besluiten die we vandaag nemen, kunnen de koers van de eenentwintigste eeuw bepalen. We hebben nog nooit zo veel mogelijkheden gehad om een betere wereld te creëren voor de 6,5 miljard mensen die onze planeet bevolken.
De explosieve groei van kennis, vooral op het gebied van de natuurwetenschappen en de technologie, heeft ons die mogelijkheid geboden. Het is ook duidelijk dat de grote denkers van dit moment, vooral die uit het Westen, klemzitten in het verleden en niet bereid of in staat zijn onder ogen te zien dat ze hun wereldbeeld moeten bijstellen. Als ze dat niet doen, zullen ze strategische fouten maken, mogelijk met rampzalige gevolgen.
Het is tijd voor een herstructurering van de wereldorde. We zouden dat nu moeten doen. De helderste uitleg waarom werd gegeven door Manmohan Singh, premier van India. In december 2006 zei hij: ‘Op dezelfde manier waarop de wereld de heropleving van Europa in de naoorlogse jaren mogelijk maakte, moet de wereld nu in de voor ons liggende jaren de opkomst van de nieuwe Aziatische economieën mogelijk maken.
Dat betekent dat we mondiale instituties nodig hebben en nieuwe mondiale “spelregels” die de vreedzame opkomst van nieuwe landen in Azië ondersteunen. Het betekent ook dat bestaande mondiale instituties en samenwerkingsverbanden zich moeten ontwikkelen en veranderen om deze nieuwe werkelijkheid mogelijk te maken. Dat geldt net zozeer voor de hervorming en heropleving van de Verenigde Naties en de herstructurering van de VN Veiligheidsraad als voor het beleid ten aanzien van multilaterale handelsstelsels en milieubescherming en de zekerstelling van de internationale energievoorraden.’

Herstructurering zal zowel moeilijk als makkelijk blijken te zijn. Het zal moeilijk zijn omdat er geen goede natuurlijke leiders beschikbaar zijn om die klus te klaren, aangezien het Westen een deel van het probleem is geworden en de Aziatische landen de leidende rol nog niet kunnen overnemen. Het zal makkelijk zijn omdat duidelijk is welke kant we op moeten. We hoeven geen nieuwe principes te bedenken om het wereldbestuur te verbeteren: de principes van goed bestuur in het eigen land kunnen en moeten worden toegepast op de wereldsamenleving. De best practices in eigen land kunnen worden toegepast op het mondiale bestuur.

In wezen zijn er op dit moment maar vier kandidaten die echt in aanmerking komen voor het wereldleiderschap: de Verenigde Staten, de Europese Unie, China en India. Geen enkele andere eenheid heeft het vermogen of het historische gezag om hiertoe een poging te doen.
Amerika is ongetwijfeld de sterkste kandidaat voor het wereldleiderschap en is dat al sinds 1945. Het heeft, meer dan enig ander land, de wereld veel goeds gebracht, zoals ik in mijn vorige boek, Beyond the Age of Innocence: Rebuilding Trust between America and the World, heb beschreven. De rule of law uit 1945, die in principe van Amerikaanse makelij is, is een heel bijzonder geschenk aan de wereld. Ook heeft Amerika, meer dan enig ander land ter wereld, de mars naar de moderniteit in gang gezet waar nu het grootste deel van de mensheid aan deelneemt.
In de VS heeft zich daarnaast een intellectuele elite ontwikkeld met een brede, internationale manier van denken. Als een zittende regering er niet in slaagt aan haar internationale verplichtingen te voldoen, kan de Amerikaanse samenleving zich mobiliseren om het regeringsbeleid te veranderen.

Maar het Amerika van 2008 is een heel ander land dan het Amerika van 1945. Het heeft veel minder zelfvertrouwen. John Foster Dulles, minister van Buitenlandse Zaken aan het begin van de Koude Oorlog, aarzelde niet om Japan de mogelijkheid tot vrijhandel aan te bieden, omdat hij geheel overtuigd was van de superieure concurrentiepositie van Amerika. Op het gebied van veiligheid hebben de neoconservatieven Amerika’s internationale status enorm geschaad met hun overtuiging dat Amerika onafhankelijk kan optreden en onafhankelijk kan bestaan. Dat is gewoon onjuist.
De gebeurtenissen van 11 september zouden hebben moeten leren dat een groots Amerika geen onkwetsbaar Amerika is. Maar in plaats van dat Amerika zich weer bij de wereld aansluit, is de kloof tussen Amerika en de wereld nog nooit zo groot geweest.
Europa zou, net als Amerika, een voor de hand liggende kandidaat moeten zijn als wereldleider. Dit continent heeft meer dan twee eeuwen lang de wereldgeschiedenis gedomineerd. Besluiten die werden genomen in Londen of Parijs, Berlijn of Madrid, hadden internationale invloed. Nu er in het geheel geen oorlogen meer worden gevoerd, is het huidige Europa ook een voorbeeld van een maatschappij waar de rule of law geldt. Het heeft een ingewikkelde reeks maatregelen getroffen om het gedrag tussen de lidstaten onderling te reguleren. Een gezagsgetrouw werelddeel kan bijdragen aan het creëren van een gezagsgetrouwe wereld.

Maar Europa is niet in staat gebleken zijn gunstige invloed tot buiten het eigen grondgebied te laten gelden. De Balkanlanden en Noord-Afrika hebben niet geprofiteerd van de nabijheid van de Europese Unie. Het grootste deel van het economische beleid van de EU ten aanzien van de rest van de wereld is negatief beïnvloed door de verschillende eisen van de lidstaten.
De belangen van rijke Franse boeren gaan boven de belangen van arme Afrikaanse boeren. Die arme Afrikaanse boeren worden daardoor gedwongen illegaal naar Europa te migreren. Verlicht Europees beleid zou banen creëren in Afrika om illegale immigratie te voorkomen, maar er is maar weinig verlicht Europees beleid ten aanzien van regio’s buiten de EU.
De geschiedenis leert ons dat leiderschap altijd geleverd wordt door opkomende machten. Toen Amerika bijvoorbeeld de rol van Groot-Brittannië als leidende wereldmacht overnam, werd het vrijwel automatisch een wereldleider. Volgens die logica zou China op den duur het wereldleiderschap van Amerika moeten overnemen. Op zijn eigen manier biedt het nu internationale inspiratie, zo niet leiderschap.
In delen van Afrika, Latijns-Amerika en de islamitische wereld heerst een sfeer van wanhoop ten aanzien van de vooruitzichten op ontwikkeling. De contacten van deze regio’s met het Westen hebben hun zelfvertrouwen alleen maar verder ondermijnd. Daar staat tegenover dat de geslaagde modernisering van het aanvankelijk verschrikkelijk arme China inspirerend voor die landen is geweest. Als Hu Jintao Afrika en Latijns-Amerika bezoekt, schilderen de westerse media hem af als een roofzuchtige neokoloniaal die uit is op grondstoffen. China is zeker geïnteresseerd in grondstoffen, al is het maar omdat het zich nu pas in de strijd werpt. Maar het is ook geïnteresseerd in samenwerkingsverbanden op de lange termijn.
Veel Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse landen voelen zich bedrogen door hun contacten met het Westen: China biedt hun een alternatieve partner bij hun ontwikkeling. In veel islamitische landen zou het politieke zelfmoord zijn om (zoals Kemal Atatürk een eeuw geleden deed) te zeggen: ‘Laten we het Westen trachten te evenaren.’ Maar dezelfde politici zouden politieke winst boeken als ze zeiden: ‘Laten we China trachten te evenaren.’ China is ook bezig een samenleving op te bouwen met meer zelfvertrouwen dan welk ander groot land ter wereld dan ook.

Maar als het een wereldleider wil worden, zal het zijn natuurlijke neiging om zich te isoleren moeten overwinnen. Voor een groot deel van zijn geschiedenis zag de Chinese beschaving geen reden om zich met de wereld te bemoeien. Dat bleek al uit de reactie van keizer Qian Long op de afgezant van de Britse koning George III in 1793: ‘Het Hemelse Rijk heeft het door de vier zeeën omringde gebied gepacificeerd en in eigendom. […] Omdat de verdiensten en het prestige van de Hemelse Dynastie wijd en zijd bekend zijn, komen de vorsten van talloze naties over land en zee met allerlei kostbaarheden. Daarom ontbreekt het ons aan niets. […] We hebben nooit veel belang gehecht aan vreemde of ingenieuze voorwerpen. Ook hebben wij geen behoefte aan de producten van uw land.’

De laatste honderdvijftig jaar van gespannen contacten met het Westen hebben China wakker geschud. Het toont nu te beschikken over een grotere geciviliseerdheid, maar verder ontbreekt het China aan een visie voor de wereld. De Chinese geest heeft zich geconcentreerd op het ontwikkelen van de Chinese beschaving, niet van de internationale beschaving. Het huidige China is bereid een verantwoordelijke beheerder van de wereldorde te zijn, maar het toont weinig belangstelling voor een leiderspositie bij de totstandkoming van een nieuwe wereldorde.
De Chinese leiders zijn zich er ook terdege van bewust dat het nog tientallen jaren zal duren voor de armoede op het platteland verdwenen zal zijn. In deze tijd van snelle veranderingen is het al een heel karwei om China als land en als politieke eenheid bij elkaar te houden. Met het oog op deze enorme binnenlandse problemen hebben de Chinese leiders er weinig behoefte aan de wereld te leiden. Om geopolitieke redenen willen ze ook graag vermijden dat de Amerikanen zich in het nauw gedreven voelen wanneer ze het internationale leiderschap kwijtraken ofwel, zoals Deng met zijn beroemde achtentwintig karakters heeft gezegd: ‘Wees goed in het op de achtergrond blijven.’
In tegenstelling tot het Chinese leiderschap is het Indiase leiderschap kosmopolitisch van karakter. De Indiase elite die de jaarlijkse bijeenkomsten in Davos bijwoont, voelt zich daar erg op zijn gemak. De meeste vooraanstaande leden van de Indiase elite zijn opgeleid aan de beste westerse universiteiten, vooral in Amerika. Ze spreken uitstekend Engels en hebben veel persoonlijke contacten opgebouwd in de media-, academische, zaken- en financiële wereld van het Westen. I
n een periode waarin velen in het Westen ervan overtuigd zijn dat het niet mogelijk is vreedzaam te co-existeren met de islamitische wereld, is het voorbeeld van India –hoewel niet volmaakt– beter dan vrijwel elk ander land. Nu de culturele afstand tussen Oost en West toeneemt, is het waarschijnlijk dat India andermaal zijn natuurlijke functie als trefpunt van de grote beschavingen gaat vervullen.

Maar wat betreft nationale kracht is India veruit de zwakste van de vier. De omvang van zijn bnp is slechts 800 miljard dollar, terwijl dat voor de VS 12.448 miljard dollar is, voor de EU 13.386 miljard en voor China 2.245 miljard dollar. Het heeft ook een profiel dat karakteristiek is voor een ontwikkelingsland, met enorme armoede (er leven meer mensen die van minder dan een dollar moeten rondkomen dan in heel Afrika), enorme ontwikkelingsproblemen en veel andere urgente binnenlandse en regionale zorgen.
Het land heeft als voordeel dat het reeds lang een democratie heeft, hoewel recente verkiezingen hebben geleid tot zwakke en broze coalitieregeringen. Dat zal onvermijdelijk leiden tot enige inconsistenties in het buitenlandse beleid. India staat op het punt profijt te trekken van een open wereldhandel, maar in zijn handelsbeleid moet het land de standpunten van een aantal protectionistische kiezersgroeperingen verwerken.
Sommige politieke partijen in de coalitie gaan uit van een tegengesteld beleid, zoals de communistische (marxistische) partij van India die bijvoorbeeld in de staat waar ze de meerderheid heeft, West-Bengalen, graag buitenlandse investeringen ziet komen. Op nationaal niveau is de partij daar echter tegen. De Indiase leiders hebben, net als de Chinese, veel interne problemen om zich mee bezig te houden.
Als noch Amerika, noch Europa, noch China, noch India het wereldleiderschap op zich kan nemen, zijn we dan verloren? Omdat er in veel academische kringen in het Westen pessimisme heerst, is het van wezenlijk belang om één belangrijk optimistisch feit te benadrukken, namelijk dat de wereld er sinds 1945 een stuk beter op is geworden. Veel meer mensen overal ter wereld dan ooit tevoren staan ’s ochtends op met een optimistisch gevoel over de toekomst.
De voornaamste reden waarom de geschiedenis zich langs deze positieve baan beweegt, is dat veel mensen overal ter wereld over de motivatie en het vermogen beschikken om te leren van de best practices van andere samenlevingen en die toe te passen. We hebben ook ontdekt dat we op veel terreinen niet opnieuw het wiel hoeven uit te vinden. Als we de juiste principes hebben gevonden om in eigen land sociale orde te scheppen, waarom proberen we die dan ook niet mondiaal toe te passen?
De eeuw van Azië. Een onafwendbare mondiale machtsverschuiving door Kishore Mahbubani wordt uitgegeven door Nieuw Amsterdam. 305 blzn. ISBN 978 90 46 804 75 9

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3205   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift