In de ban van de banaan

Onmogelijk ze niet te zien, bij het binnenrijden van Samán: de stralende zon in het logo van Dole, op een grote witte gedenksteen. ‘Vertrouwen en ontwikkeling voor het welzijn van de biologische bananenproducenten van Peru, 2001-2011’, luidt het opschrift. Maar de zon van Dole ging onder. In minder dan tien jaar tijd namen de bananenboeren van het Noord-Peruaanse dorpje hun eigen lot in handen.

  • Wies Willems Wies Willems

Het verhaal begint in 2001. In de Chira-vallei, een groene oase aan de Peruaanse woestijnkust, ontstaan her en der groepjes van bananenproducenten. Grote exportbedrijven installeren inpakstations in de streek en organiseren het transport van de bananen naar de haven van Paita. De boeren krijgen een absolute minimumprijs. Begin 2003 besluiten 108 producenten de handen in elkaar te slaan met één gemeenschappelijk doel: een beter leven door fair trade-certificatie. APPBOSA, wat in vertaling staat voor ‘Associatie van kleine biologische bananenproducenten van Samán en gehuchten’, is geboren.

Het succes blijft niet lang uit: in mei 2003 wordt APPBOSA gecertificeerd door de Fairtrade Labeling Organisation (FLO). Eind 2003 worden de eerste ‘eerlijke’ bananen uit Samán geëxporteerd – via Dole. Het bedrijf beheert op dat moment ook nog de cuadrillas, mobiele teams van plukkers en inpakkers. De toenemende vraag naar eerlijkehandelsbananen op de wereldmarkt en de sterkere organisatie van de boeren dwingen Dole om de producenten een steeds hogere prijs te betalen.

Kabelbanaan

De organisatie rust niet op haar lauweren. Aingeru García, sinds 2007 manager van APPBOSA, legt uit: ‘In 2006 begonnen we met ons eigen pluk- en inpaksysteem. Een jaar later openden we ons eigen kantoor, en tegen eind 2007 beheerden we zélf de cuadrillas, met in totaal 169 arbeiders.’

In 2008 zet APPBOSA een volgende grote stap, met de installatie van een kabelbaansysteem. ‘Voordien moesten de plukkers de bananen met een kussen op hun schouder naar de inpakstations dragen, zodat ze niet beschadigd zouden raken’, vertelt García. ‘Vandaag hangen we de trossen aan een kabelbaan, vaak op honderden meters afstand van de stations. Dat gaat niet alleen sneller: minder geblutste bananen betekent ook meer inkomsten. We waren de eerste coöperatie in Peru die dit systeem introduceerde.’ De bananenboeren verschepen dat jaar hun eerste eigen dozen. Eind 2008 beslist Dole om het contract met APPBOSA niet langer te verlengen. Drie jaar later, met coöperaties overal rondom Samán, trekt het bedrijf zich definitief terug uit de streek.

Met een marktaandeel van 12 procent is APPBOSA in 2011 de derde producent van biologische bananen in Peru. Dit jaar voorziet de organisatie de eerste te worden. Samen met Nederland en Duitsland is België een van de belangrijkste afzetmarkten. ‘Zelf exporteren: het is een droom die werkelijkheid werd’, vertelt Raymundo Villareal, ondervoorzitter. ‘En we merken het prijsverschil. In 2003 hield een boer ternauwernood 2,5 dollar over aan een doos bananen (ongeveer 18 kg, ww), vandaag is dat bijna 6 dollar.’ Bananenproducent Juan Calderón: ‘Dole investeerde nagenoeg niet in onze gemeenschap. Dankzij de organisatie zijn onze huizen en de levenskwaliteit van onze kinderen verbeterd. En we staan sterker in onze schoenen. We zijn vandaag gewend aan een goede prijs voor onze bananen. Bedrijven kunnen ons niet langer zomaar bedriegen.’

‘Samán is APPBOSA’, volgens voorzitter Valentin Ruiz. ‘Het dorp telt 1500 inwoners. 720 producenten zijn aangesloten bij onze coöperatie. Reken hun families erbij, en je kan zonder overdrijven stellen dat het hele dorp betrokken is bij APPBOSA.’ Manager García vult aan: ‘APPBOSA heeft ook een belangrijke sociale functie. We organiseren bijvoorbeeld voetbaltoernooien, feesten en gezondheidscampagnes.’

Hoe zit het met de besluitvorming binnen de coöperatie? ‘Alle belangrijke beslissingen worden genomen in maandelijkse algemene vergaderingen met vijfentwintig vertegenwoordigers’, zegt Ruiz. ‘Daar wordt gediscussieerd over de kleinste tot de grootste zaken: waar we in irrigatiewerken moeten investeren, de ziekteverzekering van de leden… Maar evengoed de planning van een tombola of trouwfeest.’ De coöperatie groeide uit tot een voorbeeld in de streek en is de voortrekker van REPEBAN, een regionale koepel van zeven bananencoöperaties.

Ook op het vlak van arbeidsrechten, een heikel thema in de Peruaanse landbouwsector, wil APPBOSA het goede voorbeeld geven. ‘We waren een van de eerste coöperaties in Peru om werknemers een betaalde vrije dag toe te kennen, en een gezinsbonus’, aldus Aingeru García. ‘Alle werknemers hebben een contract, de helft daarvan van onbepaalde duur. We voorzien in vijftien betaalde vakantiedagen en in een verzekering tegen ongevallen en ziekte. Vrouwen hebben recht op moederschapsverlof. In vergelijking met vele andere bedrijven in de regio zijn dat geen slechte voorwaarden.’ Een werknemersassociatie binnen de coöperatie moet over die condities waken, al is dat tegen de zin van de agrarische vakbond SITAG: die vindt dat APPBOSA op die manier een actieve vakbondswerking probeert te ontraden. Manager García wuift de kritiek weg: ‘De vakbond heeft hier in Samán geen achterban. Problemen lossen we zelf op.’

Grond en water

Aan toekomstplannen geen gebrek bij de boeren van Samán. ‘Er staan nog heel wat investeringen op het programma. We willen ook onze productie verhogen en diversifiëren,’ vertelt voorzitter Ruiz, ‘maar het probleem is dat je voor een rendabel bananenbedrijf veel grond nodig hebt. Vandaag hebben we zo’n 600 ha in productie. Grond bijkopen is moeilijk in de regio Piura. Onder andere omdat grote agroconsortia steeds meer grond opkopen, tot duizenden hectaren, onder andere voor de productie van suikerriet voor ethanol. En dan is er nog het waterprobleem: op bepaalde terreinen heb je heel moeilijk toegang tot water.’

Blijft door die boom in de Peruaanse landbouwsector de dreiging van de grote agrobusiness niet om de hoek loeren voor APPBOSA? ‘Dat is inderdaad een van onze kopzorgen vandaag’, zucht García. ‘Nieuwe bedrijven prospecteren momenteel om in deze streek op grote schaal biologische bananen te verbouwen. Maar we hebben één geruststelling: ze zullen niet gauw een certificatie krijgen van FLO. En dat geeft ons nog steeds een groot concurrentieel voordeel.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift