De betovering van het geld

Toen koning Midas van de Griekse god Dionysos een wens mocht doen als beloning voor bewezen diensten, was het eerste waaraan hij dacht: goud. Dionysos was de koning welwillend. Hij zorgde ervoor dat alles wat Midas aanraakte, in goud veranderde. Het betekende de ondergang van de vorst want al het eten en drinken stolden tot edel metaal. Midas bleef in de mythologie gebrandmerkt als onnozele domoor. Toch spant ook vandaag iedereen zich in om zoveel mogelijk geld of goud te vergaren. Op een almaar irrationelere manier.
De financiële markten gedragen zich de jongste jaren opvallend wispelturig. In 1994 was Mexico het slachtoffer van een pijnlijke crisis, in 1998 gingen de Zuidoost-Aziatische markten onderuit. Kort daarop stortte de Russische economie in elkaar en sleurde onverhoeds Brazilië mee in de afgrond. Het meest recente slachtoffer is Ecuador, dat de toestand helemaal niet meer kon beredderen en met het mes op de keel zijn eigen munt verving door de Amerikaanse dollar. Wat gebeurt er op de agora van de internationale kapitaalbewegingen? Is de wereldeconomie ziek en stevenen we opnieuw af op een algemene crash, zoals in 1930? Zó erg is het niet, vindt de Amerikaanse economist Paul Krugman. Geen Grote Depressie maar ‘toch een opvallend fenomeen van ‘depressieve economieën. De wereld is een veel gevaarlijker plek geworden dan we gedacht hadden.’



De kick van het risico

Hoe is het zover kunnen komen? ‘Men heeft het zelf gezocht’, zou je kunnen stellen. Alleen is het niet zo duidelijk wie achter ‘men’ schuil gaat tenzij ‘het systeem’. En: wát zocht men precies? Dat antwoord is simpel: geld, almaar méér geld.

Met de liberalisering van de wereldhandel en het wegvallen van de grenzen, zwiepen ook massa’s kapitaal de wereld rond. Een zo vrij mogelijke circulatie van het geld, door open grenzen en zo weinig mogelijk hindernissen, zijn de beste garantie om het geld te laten vermenigvuldigen, leert de theorie. Iedereen, van de kleine man in de straat tot de superspeculant wil dat zijn geld opbrengt. Zo veel mogelijk opbrengt. Die drang naar maximaliseren maakt het precies een bijzonder risicovol spel, vindt Charles Wyplosz, professor in de internationale economie in Genève. ‘Hoe meer je wil verdienen, hoe meer je bereid moet zijn om risico’s te lopen.’ Hoe hoger de mogelijke opbrengst, hoe groter het mogelijke verlies. Mensen zijn echter berekenend en verzekeren zich tegen mogelijke klappen met financiële afgeleide producten als opties en futures. Maar hoe meer mensen zich rationeel gedragen en indekken tegen risico’s, hoe kwetsbaarder en instabieler het systeem wordt. Hoewel de onderlinge verbindingen tussen allerlei financiële systemen precies een grotere stabiliteit op het oog hadden.’

Het risico van een algemeen ‘systeemfalen’ is helemaal niet onbestaande volgens economisten als Wyplosz en Krugman, omdat er, met het oog op de grootst mogelijke winst, voortdurend gekozen wordt voor het spelen op de grens tussen beheersbaarheid en onbeheersbaarheid.

‘Wispelturigheid van de markt is tot op zekere hoogte normaal, omdat de prijzen van de financiële activa niet zozeer gedreven worden door de exacte kennis over prijsevoluties in het verleden maar wel door verwachtingen omtrent de toekomst,’ aldus Wyplosz. ‘Normale schommelingen hebben een marktprijs en zijn op die manier beveiligd. Op abnormale schommelingen die tot crisissen kunnen leiden, kan geen prijs gezet worden omdat de oorzaken en de slachtoffers te verscheiden en te verspreid zijn. Het gevolg is wel dat ongeruste spaarders naar de banken rennen om hun tegoeden te innen, afgaande op ongecontroleerde geruchten.’

Om marktfalen te voorkomen, kan de overheid de financiële instellingen verplichten reserves aan te leggen voor de dekking van hun risico’s. Elke voorzorgsmaatregel heeft echter een prijs. Sterk regulerende systemen zijn veiliger maar kampen met concurrentienadeel. De verleiding is dus groot om stilzwijgend af te zien van voorzorgsmaatregelen. Men kiest bewust voor het risico.



Schijn bedriegt

‘Financiële markten kunnen nooit perfect werken’, aldus Wyplosz. Daar zijn verschillende redenen voor die te maken hebben met het gedrag van mensen. Bij een transactie beschikken bijvoorbeeld de verschillende partijen niet over gelijke informatie. De kredietaanvrager heeft er alle baat bij zijn eigen situatie wat mooier voor te stellen dan ze is, om zo vertrouwen te wekken bij de kredietverlener. Of de kredietverlener waagt het boven zijn krachten te ontlenen, in de overtuiging dat de overheid zal ingrijpen wanneer hij werkelijk in het nauw komt.

Bovendien, wanneer de prijs van de activa bepaald wordt door de ‘verwachtingen omtrent de toekomst’, dan is een crisis vandaag alleszins slecht nieuws en zullen de prijzen van de aandelen en de wisselkoersen negatief reageren. Soms reageren ze al negatief op een ogenschijnlijk onbelangrijke gebeurtenis, die bij een groep beleggers toch onrust opwekte, een onrust waardoor anderen ‘aangestoken’ worden. Op die manier kunnen zelfs financiële markten er zelf de oorzaak van zijn dat een crisis zich voordoet, omdat ze handelen ‘alsof’ die op komst is. Economisten noemen dit ‘self-fulfilling’ crisissen, veroorzaakt door paniek en individuele vluchtreacties. Om het met de woorden van superspeculant George Soros te zeggen: ‘Markten weerspiegelen niet gewoon de realiteit, ze scheppen die realiteit gedeeltelijk zelf.’ Het rationele kuddegedrag van vele individuen leidt tot irrationele economische effecten op wereldschaal. George Soros trok na de Aziatische crisis zijn conclusie: ‘Totaal vrije marktkrachten, al laat men ze enkel vrij op economisch en financieel vlak, leiden tot chaos en kunnen op termijn het democratische wereldsysteem vernietigen.’



De impact van het kuddegedrag en de naïviteit van de experten

‘In een situatie van onzekerheid gaan mensen te rade bij experts’, zegt Toon Vandevelde, econoom en filosoof aan de KULeuven. ‘Ze gaan personen raadplegen die in het verleden bewezen hebben inzicht te hebben. Dat is echter een zeer subjectieve en irrationele houding, enkel gebaseerd op vertrouwen. Het advies of de handelwijze van de experts kan evengoed verkeerd uitvallen.’ Dat was inderdaad het geval bij het experiment van het hefboomfonds LTCM (Long Term Capital Management) dat in 1998 op de rand van de afgrond balanceerde omdat het een verkeerde gok waagde. Het fonds ontleende zijn geloofwaardigheid aan het feit dat twee Nobelprijswinnaars economie mee aan de wieg stonden. Hefboomfondsen lenen met een ter beschikking gesteld kapitaal krediet aan anderen. Het risico dat ze daarbij nemen is groot: doorgaans ontlenen ze tien keer meer dan de eigen middelen. Het LTCM werkte met een verhouding van één tegen dertig, sommigen beweren vijftig. Als het lukt, is de opbrengst van een hefboomfonds niet te versmaden: tussen de 17 en de 20 procent winst, soms wel 50 procent. Maar met het LTCM liep het helemaal mis. Waarom? Volgens economist Paul Krugman was dit enkel te wijten aan het feit dat LTMC ervoor geopteerd had het hoogste risico te nemen, om op de hoogste opbrengst te gokken, zonder rekening te houden met eventuele negatieve invloeden. Opgewonden en meegesleurd in het spel, verloor het de meest eenvoudige vragen over de realiteit uit het oog, namelijk: ‘Hoeveel geld hebben we zelf?’ ‘Als experts zo’n domme dingen doen, vraag je je wel af of onze financiële structuur wel klopt’, besluit de economist.



De illusie en het verspeelde geluk

‘Crises hebben zich heel de geschiedenis voorgedaan en zullen zich blijven voordoen. Er is geen zekerheid in deze wereld’, filosofeert Vandevelde. Een volledige controle over het hele systeem is volgens de professor onmogelijk. Geld is nu eenmaal niet een ‘zuiver ruilmiddel’ om er producten mee te verkrijgen die aan onze behoeften voldoen. Het heeft ook een ‘bewaarfunctie’, die toelaat met dit geld in latere behoeften te voorzien. ‘Het is echter in die ‘bewaarfunctie dat het misloopt’, aldus Vandevelde. In een samenleving waarin alles in functie staat van het geld, is het geld losgekomen van de behoeftenbevrediging en een doel op zich geworden. Omdat het een doel op zich is, wil men ook altijd méér, want, in tegenstelling tot de behoeften aan voedsel en huisvesting, zijn er geen grenzen aan het verlangen naar geld. In die mateloze drang naar méér dreigen ook ethische en sociale perspectieven te vervallen. Vandevelde: ‘Men is vergeten dat geld ‘relatief’ is, niet meer dan een ‘teken’ van rijkdom en niet de echte rijkdom. De waarde van een teken kan veranderen naargelang de inschatting ervan door de samenleving. Wij zijn dat uit het oog verloren en jagen ‘zuiver’ geld na, in de illusie dat daarin echte rijkdom gelegen is.’ Met die bewarende functie van het geld zag zelfs Aristoteles al problemen opduiken. Toen iemand aan de Griekse wijsgeer de vraag stelde: ‘Wat is dan de rijkdom zelf?’, antwoordde die: ‘Rijkdom is het geluk van een mens. Geld dient om dat geluk te verwerven maar is niet het geluk op zich. Het heeft alleen maar betekenis als ruilmiddel, wanneer het uitgegeven wordt: om vrienden en aangename momenten in het leven te creëren.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.