De bidonvilles van Casablanca: voorbij hoop en toekomst

Geraakt Marokko in een spiraal van staatsgeweld en extremisme, zoals buurland Algerije? Soaade Messoudi dook in de steegjes van de bidonvilles, en stelde vast dat het allemaal doodlopende straatjes zijn.
De bomaanslagen van 16 mei hebben een diep gat geslagen in het Marokkaanse zelfbeeld. Twaalf zelfmoordactivisten, allen afkomstig uit de gordel van armenwijken rond Casablanca, namen 31 omstanders mee in de dood. Geraakt Marokko in een spiraal van staatsgeweld en extremisme, zoals buurland Algerije? Soaade Messoudi dook in de steegjes van de bidonvilles, en stelde vast dat het allemaal doodlopende straatjes zijn.
Augustus 2003. Het is vier jaar geleden dat ik nog in Marokko was, en na enkele dagen in Tanger en Tetouan -het noorden van Marokko- valt het me op dat de kleur van het straatbeeld veranderd is. Er is opvallend meer zwart. De kleur van de Afrikanen die op weg naar Europa letterlijk gestrand zijn op de Marokkaanse kusten. Verrassender zijn de zwarte chadors die de traditionele Marokkaanse djellaba’s met hun politiek-islamitische boodschap overschreeuwen. Wat gebleven is, is de verzuchting van zowat elke Marokkaanse jongere. Alleen klinkt die wens jaar na jaar meer als een noodkreet: wij willen weg!
‘Dat je arm en miserabel bent, is in Marokko nog niet erg genoeg’, klaagt de taxichauffeur die me naar het centrum van Casablanca voert. ‘Wie in dit land niets heeft, kan beter zijn keel oversnijden. Je geraakt toch geen stap vooruit.’ Casablanca, het economische hart van Marokko, telt meer dan 360 verschillende bidonvilles, grote of kleine krottenwijken die de eigenlijke stad omknellen. De term bidonville zelf is in Casablanca ontstaan, bedacht door de Fransen, voor de illegale wijken met krotten uit karton, bijeengesprokkelde planken en golfplaten.
Casablanca, Sidi Moumen. De bidonville van Sidi Moumen, waar een aantal van de kamikazes van 16 mei woonden, ligt vlak bij de snelweg naar Ain Sebaa, op loopafstand van de Belgische supermarktketen Macro en van de hoofdzetel van de populaire Marokkaanse televisiezender 2M. Sidi Moumen wordt aan het oog van de rijkere Casablancezen onttrokken door enkele enorme appartementsblokken. De wijk is eigenlijk een stukje niemandsland waar slechts één regel telt: overleven. Politieagenten komen hier liever niet en taxichauffeurs weigeren me er naartoe te rijden.
Elarbi Zahidi geeft me een rondleiding door Sidi Moumen. Hij is voorzitter van het plaatselijke jeugdhuis en woont zelf ook in Sidi Moumen, begrijp ik later. Hij is echter te trots om daar openlijk voor uit te komen en beweert in de appartementsblokken te wonen.
Jongeren spelen een partijtje voetbal tussen de afvalhopen waar de koeien grazen. Aan de waterbronnen in het midden van de wijk zijn vooral vrouwen en meisjes aan het werk. Een waterbron op een braakliggend terrein langs de brede weg die Sidi Moumen van de ‘betere’ blokkenwijk scheidt, wordt gemonopoliseerd door de mannen. Op elke bouwval pronkt wel een satellietschotel. Terwijl ik mij de kleine steegjes in begeef, word ik achtervolgd door een school joelende en poserende kinderen. In een van de steegjes tegen een helwitte muur zit een tiener op de grond. Hij houdt een plastic zakje voor zijn mond. ‘Solution’, volgens Elarbi, een verdovend middel. ‘Veel jongeren snuiven lijm of drinken Kohol water vermengd met steenkool om de dagelijkse sleur te ontvluchten. Anderen zoeken hun toevlucht in de religie.’
We botsen op een vriend van Elarbi. Nauwelijks hebben we een gesprek aangeknoopt of het nieuws van mijn aanwezigheid gaat rond als een lopend vuurtje. In een mum van tijd staat de moukadim of wijkagent voor ons. Of ik de toestemming heb om mensen te interviewen? ‘Natuurlijk’, bluf ik. Hij doet enkele telefoontjes, staat even gewichtig te doen en laat ons dan verder onze gang gaan. Elarbi brengt ons naar zijn huis, maar doet alsof hij bij vrienden op bezoek is. Aan de deur staat een meisje van ongeveer tien jaar. Elarbi knijpt haar in de arm en vraagt of haar oom thuis is. Ze knikt een beetje schuw en laat ons dan de salon binnen. ‘Dit is een van de betere huisjes in de wijk’, weet Elarbi ons te vertellen. ‘Met echte bakstenen muren. De meeste barrakken zijn gemaakt uit golfplaten.’
Mohamed zit er wat onwennig bij terwijl Elarbi het woord voert. Vijfendertig jaar is hij, maar met zijn ingevallen gezicht en gehavend gebit zie hij er een stuk ouder uit. Hij is al drie jaar werkloos. De elektriciteitsmaatschappij waar hij twaalf jaar lang gewerkt heeft, is in 2000 failliet gegaan. De arbeiders hebben met de hulp van de vakbonden een proces aangespannen tegen het bedrijf omdat ze hun loon van de laatste vijf maanden nooit hebben ontvangen. Maar veel hoop hebben ze niet. ‘Ik verdiende tot 1800 dirham (180 euro) per maand, en daarvoor moest ik heel wat overuren presteren. Ondanks alles was het toch beter dan te zitten niksen. Nu loop ik de muren op. Gelukkig hebben we het jeugdhuis en sinds anderhalf jaar een televisie, anders zou ik godweetwaar beland zijn.’ Heel Casablanca lijkt wel 24 uur op 24 aan tv gekluisterd. De Arabische en Iraanse zenders zijn erg populair, en bepalen mee het wereldbeeld van de mensen hier.
Dertig jaar woont Mohamed al in Sidi Moumen en veel hoop op een betere toekomst heeft hij niet. Wanneer ik hem vraag waarom hij nog niet getrouwd is, kijkt hij weg. ‘Mijn leven is uitzichtloos’, hakkelt hij dan. ‘Welke vrouw wil nu getrouwd zijn met een armoezaaier die haar geen waardig leven kan bezorgen, laat staan een bruidschat? Ik heb alles geprobeerd om weer aan de slag te geraken, maar de deuren blijven zich voor mij sluiten. Ik zou niet weten hoe ik ooit uit deze spiraal van ellende kan geraken.’
De frustratie is in Sidi Moumen stilaan even groot als de uitzichtloosheid. Toch wil niemand met zoveel woorden gezegd hebben dat de islamitische extremisten met hun anti-joodse aanslagen gelijk hadden. Al hoor je ook bijna nooit echt kritiek. Onder het oppervlak van de uitsluiting ligt iets te gisten. Het stinkt, het is explosief, en het wordt genegeerd door de elites die aan de macht zijn.
Casablanca, France. De grote grijze muren van de blokkenwijk naast de Sidi Moumen vertellen de economische geschiedenis van de bidonville op een grafische manier. ‘Fils de pute’ hier en ‘nique ta mère’ daar en enkele auto’s met Franse nummerplaten maken duidelijk dat heel wat Marokkaanse Fransen de zomermaanden hier doorbrengen. Zij ruilen de verpauperde banlieus van de Franse grootsteden in voor de al even mistroostige quartiers populaires van Casablanca. Uitzichtlozen zonder Grenzen.
Le Matin. De voorpagina van de krant Le Matin staat er vol van: een fanatieke moslim heeft gisteren op het strand van Agadir eerst een meisje in bikini de keel overgesneden en heeft daarna de hand aan zichzelf geslagen. Iedereen reageert geschokt. Nochtans is het niet de eerste keer dat zoiets gebeurt in Marokko. Het voorbije jaar vielen terroristische bendes binnen op allerlei feesten en werden verschillende vuilniszakken met lijken of ledematen van vrouwen gevonden in de betere buurten van Casablanca. Een steeds terugkerend scenario: vrouwen zijn vaak de eerste slachtoffers van het geweld van gekken.
Casablanca, Quartier des Palmiers. Ik verras Aicha Echanna, oprichtster van Solidarité Feminine, met een bezoek. Twee jaar geleden ontmoette ik haar in het gebouw van de Belgische Technische Coöperatie in Brussel. Ze nodigt mij uit voor het middageten in de cafetaria van het centrum. Enkele Franse expats zitten aan een tafel iets verderop hun middagmaal te verorberen. Niet de haute cuisine brengt hen naar hier, wel het goede doel. Gesluierde meisjes en jonge vrouwen met witte schorten bedienen ons met gebogen hoofd en kijken verlegen weg als ik hen iets vraag.
‘We ontvangen in onze centra enkel vrouwen of meisjes die ongewenst zwanger zijn geraakt’, zegt Aicha zo luid alsof ze zeker wil zijn dat iedereen het nog eens hoort. ‘Het zijn vooral meisjes uit de bidonvilles van Casablanca of de zogenaamde quartiers chauds, stadswijken waar de armoede en de criminaliteit kunnen tippen aan die van de krottenwijken. Een enkele keer hebben we ook meisjes uit betere gezinnen voortgeholpen. Vaak zijn de meisjes het slachtoffer van incest, van verkrachting door hun baas of van een vriendje die hen valse huwelijksbeloften doet. Deze vrouwen en meisjes worden vaak verstoten door de familie en door de ganse samenleving. Wij begeleiden hen in dit moeilijke proces en proberen op die manier te voorkomen dat ze in de prostitutie terechtkomen, aan de drugs geraken of gewoon zelfmoord plegen.’
Soumaia Idmaan, de sociaal assistente, is in een hevige discussie verwikkeld als we de keuken binnenkomen. ‘Rachida heeft het geld dat we haar hebben gegeven voor het kopen van medicijnen alweer voor iets anders gebruikt ‘, legt Aicha uit, ‘en nu wil ze dat we haar het geld lenen. Altijd dezelfde taferelen.’ Rachida staat erbij met gezwollen en rooddoorlopen ogen van het wenen. Ze komt van de bidonville Carrières Thomas. Vanaf de leeftijd van zes jaar moest ze gaan werken als huishoudster bij een gezin uit de betere wijken. Minderjarigen zijn makkelijk te gebieden en goedkoper bovendien. Ze kreeg geregeld klappen en moest lange dagen werken. Op een dag werd ze verkracht door een vriend des huizes. Toen ze daarover haar beklag deed bij haar bazin, werd ze uitgescholden en prompt op straat gegooid.
Derb El Miter, Quartier Bouchentouf. Ik arriveer in deze quartier chaud met het adres van Abdellah Zaazaa in de hand, maar niemand kan me vertellen waar Rue 8 is. De naam Abdellah Zaazaa kent iedereen gelukkig wel en binnen enkele minuten sta ik dan toch voor de deur van zijn piepklein appartementje, volgestouwd met boeken en kranten. De koffie staat mij al op te wachten. Abdellah Zaazaa bracht niet minder dan vijftien jaar van zijn leven door in de gevangenis omwille van zijn uitgesproken linkse politieke ideeën. Verschillende mensen in Casablanca verwezen me naar hem om te begrijpen wat er ligt te gisten in de stad. Met zijn magere gestalte, grijze haren, metalen brilletje en onafscheidelijke sigaret, ziet Zaazaa eruit als het prototype van de intellectuele dissident.
Koeltjes en met chirurgische precisie geeft hij een analyse van de Marokkaanse politieke wildernis. De grootste terrorist is voor hem de Marokkaanse staat zelf. ‘De machthebbers zijn de eerste verantwoordelijken. Ze houden zich bezig met het opsmukken van onze façade, terwijl wij een grondige verandering van de grondvesten nodig hebben. Een stevig uitgedacht politiek, economisch, sociaal en democratisch plan’, aldus Zaazaa.
Het feit dat de meeste kamikazes uit de bidonvilles komen, is volgens hem geen toeval. Ongeveer 40 procent van de Marokkaanse bevolking is werkloos. Eén derde van de 27 miljoen Marokkanen geeft minder dan 583 dirham per maand uit. Zaazaa: ‘De openbare diensten beantwoorden niet aan de noden van het land, het onderwijssysteem is absoluut ontoereikend en de arbeidsmarkt volledig verzadigd. Het aantal hooggeschoolde werklozen neemt schrikbarende proporties aan. Het gebrek aan perspectieven resulteert in een diepe materiële en morele frustratie, waardoor heel wat mensen op zoek gaan naar een verloren identiteit. Zij willen terug naar de bron.: de zuivere islam als oplossing waar het modernisme gefaald heeft.’
Volgens Zaazaa staat Marokko aan de vooravond van een nieuwe, gewelddadige klassenstrijd: ‘Het luid verkondigde idee dat de Marokkaanse monarch, als commandeur des croyants opgewassen is tegen de integristen, is niet meer dan een oppervlakkige mythe. De socio-economische en culturele voorwaarden om een rijpe voedingsbodem te vormen voor het integrisme zijn nu aanwezig in Marokko.’
Buiten weerklinken de stemmen van zingende kinderen en hun tromgeroffel kaatst als een echo tegen de muren van het kleine steegje waar Zaazaa woont. Abdellah staat op, duwt de luiken verder open en de ramen dicht, gaat weer zitten, neemt een slok van zijn ondertussen koud geworden koffie en blijft enkele minuten voor zich uitstaren, en gaat dan onverstoord verder. ‘Net zoals Bin Laden een creatie is van de Verenigde Staten, zijn de islamistische bewegingen hier het product van het Marokkaanse feodale systeem en de voormalige koning. De terroristische aanslag van 16 mei bewijst dat er een radicalisering van de politieke islam aan de gang is. De voedingsbodem daarvoor ligt in de armoede, sociale frustraties en een totaal gebrek aan democratie. Natuurlijk kunnen we de link met en de verantwoordelijkheid van Al Qaeda niet ontkennen, maar de waarheid is dat Marokko, net als Algerije, geconfronteerd wordt met een terroristische islam van eigen, nationale makelij.’
Sinds Zaazaa de gevangenis verliet, houdt hij zich bezig met sociaal werk. Het parkje met enkele kleine palmbomen en verdorde struikjes kwam er in Bouchentouf dankzij hem, maar daar blijft hij heel bescheiden over. Door allerlei activiteiten te organiseren in het plaatselijke jeugdhuis probeert hij de jongeren uit de handen van de integristen te houden. Politiek is niet meer aan hem besteed.

Mensenrechten onder druk


Mohamed Elboukili van de Association Marocain des Droits Humains ziet de situatie in Marokko behoorlijk somber in. Sinds 16 mei hebben politie en veiligheidsdiensten massale arrestaties verricht. Meer dan 100 mensen werden voor de rechtbank gedaagd, en het lot van vele andere arrestanten blijft onbekend. ‘Vijf dagen na de aanslag in Casablanca werd in Marokko de antiterrorisme wet door een meerderheid in het parlement goedgekeurd. De definiëring van terrorisme is vaag en te ruim interpreteerbaar. De periode van voorhechtenis werd verlengd, wat het risico op misbruik en mishandeling vergroot. De doodstraf, die sinds het begin van de jaren negentig niet meer werd toegepast, is terug van weggeweest.’
Een ander fenomeen dat Elboukili verontrust sinds de aanslagen, zijn de vele klachten van gesluierde vrouwen en gebaarde mannen die aangevallen werden op straat door de bevolking en de veiligheidsdiensten. Barbue is een scheldwoord geworden in Marokko. Overtuigde moslimgelovigen worden in Marokko, net als in de rest van de wereld, in dezelfde mand gegooid als de bewegingen die geweld gebruiken.
De antiterroristische campagne viseert overigens ook mensenrechtenactivisten en journalisten. Elboukili: ‘Ali Lamrabet kreeg drie jaar voor het publiceren van een artikel in Demain Magazine over het budget van het koninklijk paleis en een ander in Douman waarin hij een gesprek had met Abdellah Zaazaa, waarin die zich uitsprak voor het zelfbeschikkingsrecht van de Sahraouis. Drie andere journalisten zijn inmiddels aangehouden onder de antiterrorisme wet omdat ze een interview publiceerden met een islamist die geweld niet afwijst.’ (sm)

De opkomst van de politieke islam in Marokko


‘Hassan II heeft de islamisten aan het eind van de jaren zestig uitgespeeld tegen de democratische linkse oppositie, toen onder grote invloed van Mehdi Ben Barka die een eind wilde maken aan het feodaal regime’, zegt Abdellah Zaazaa die heel wat tijd in de gevangenis doorbracht omdat hij lid was van de marxistisch-leninistische beweging Ilal Amaan. Hij bekijkt de opkomst van de politieke islam in Marokko niet door een theologische, maar een sociologische bril. ‘De Makhzen heeft de islamisten gebruikt. Eerst via de moskeeën, daarna door in 1969 oogluikend toe te laten dat de eerste islamistische formatie in de Maghreb werden opgericht: de Chababia Islamiya. Het heeft niet lang geduurd of deze groep, toen onder de leiding van Mustapha Moti, liet over zich spreken door de moord in december 1975 op Omar Benjelloun, leider van de Union Socialiste des Forces Populaires en de moordpoging op Minaoui Abderrahim, professor in Casablanca en lid van de Parti du Progrès et du Socialisme. Tegelijkertijd werden de progressieven geconfronteerd met een ongekende repressie door de staat zelf.’
De jaren zeventig worden sindsdien aangeduid als de Années de Plomb, met massale executies, arrestaties en schijnprocessen in 1973 in Kenitra en daarna in 1978 in Casablanca tegen militanten van de USFP. De jaren tachtig waren niet veel beter. Abdellah Zaazaa: ‘Die periode werd gekenmerkt door een machtsstrijd op de lyceums en universitaire campussen tussen de islamisten en de linkse progressieven. Democraten werden geïntimideerd, geslagen en vermoord. In de jaren 2000  2003 organiseerden de islamisten talrijke demonstraties in de straten van Casablanca en Rabat, onder meer tegen de verbetering van de vrouwenrechten in Marokko.’
De belangrijkste islamistische beweging is momenteel Al Adl oua El Ihsane (Rechtvaardigheid en Liefdadigheid) van Sheik Yassine en zijn welbespraakte dochter Nadia. Deze beweging wou na 16 mei mee manifesteren tegen de bomaanslagen, maar werd geweigerd. Ook van de verkiezingen werd ze uitgesloten. De Parti de la Justice et du Développement is de andere grote islamistische kracht. De PJD is de derde grootste partij in het parlement vandaag. ‘Intussen zien we opkomst van nieuwe, radicale integristische bewegingen zoals de Salafia Djihadia en de Assirat El Moustaqim’, zegt Zaazaa. ‘We zijn nog niet aan het einde van het verhaal dat de islamisten dertig jaar geleden begonnen in Marokko.’ (sm)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3093   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur